id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.972 Rolnummer: A. 74691/X-7504 Zaak: Arrest 139972 - - 01/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-10 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-02 07:10 Fiche Arrest nr 139.972 van 1 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.972 van 1 februari 2005 in de zaak A 74.691/X-
- In zake : c.v. HAAGLAND REFORM, die woonplaats kiest bij Advocaat J. VANMUYSEN, kantoor houdende te 3510 KERMT, Diestersteenweg 146 tegen : Het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de c.v. HAAGLAND REFORM op 16 juni 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 april 1997 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimte- lijke Ordening, houdende intrekking van het ministerieel besluit van 7 februari 1997 en houdende verwerping van het beroep ingesteld door verzoeker tegen de beslissing van 2 april 1996 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van een opslagruimte met burelen gelegen aan de Driesstraat te Bekkevoort (Molenbeek-Wersbeek), op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 244h4; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 30 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-7504-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 5 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 november 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. NIESEN die, loco Advocaat J. VANMUYSEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat T. DE KETELAERE die, loco Advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. HAAGLAND REFORM op 16 december 1994 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bekkevoort de regularisatievergunning heeft gevraagd voor het "bouwen van opslagruimte met burelen" op een perceel gelegen te Bekkevoort, Dries, kadastraal bekend Sectie A, nr. 244h4; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 24 april 1995 de gevraagde regularisatievergunning heeft geweigerd op grond van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar; dat de afgevaardigde bestuurder van de c.v. HAAGLAND REFORM, huidige verzoekster, beroep heeft ingesteld tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant; dat de bestendige deputatie bij besluit van 2 april 1996 het beroep van verzoekster heeft verworpen; dat verzoekster beroep heeft ingesteld bij de bevoegde minister; dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, bij het thans bestreden besluit van 7 april 1997 het beroep ingesteld door verzoekster tegen de beslissing van 2 april 1996 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant heeft verworpen; X-7504-2/6 Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van ontvankelijkheid opwerpt, waarin zij het volgende betoogt : "Uit het administratief dossier blijkt dat de bouwaanvraag strekkende tot het bouwen van een opslagruimte met burelen werd ingediend door de N.V. HAAGLAND REFORM. Deze bouwaanvraag werd geweigerd door het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Bekkevoort op 24 april
- Tegen deze weigeringsbeslissing werd beroep ingesteld door de C.V. HAAGLAND REFORM. In de adviezen van de gemeente dd. 4 juni 1996 en van de Gemachtigde Ambtenaar dd. 13 juni 1996 is sprake van het bouwberoep van de N.V. HAAGLAND REFORM. De C.V. HAAGLAND REFORM baat een fruitteeltbedrijf uit en de N.V. HAAGLAND REFORM een groothandel in biologische producten. Wanneer een bouwaanvraagprocedure wordt gestart door een vennootschap kan een andere vennootschap niet willekeurig in haar plaats treden en zich als het ware vereenzelvigen met de eerste vennootschap als zou er geen verschil bestaan tussen beide. Er kan niet worden betwist dat de verzoekende partij de bouwvergunning niet heeft aangevraagd, zodat zij dan ook niet plots zonder vermelding van reden in de onderhavige procedure als verzoekende partij kan optreden. Bijgevolg dient de vordering onontvankelijk te worden verklaard."; Overwegende dat de verzoekende partij het volgende dupliceert : "Dat de ontvankelijkheid van dit annulatieberoep niet kan worden betwist. Dat immers verzoekster blijk geeft van de vereiste hoedanigheid. De opmerking van verweerster dat er een NV en een CV HAAGLAND REFORM naast elkaar zouden bestaan en dat de bouwaanvraag werd ingediend door de NV HAAGLAND REFORM en nadien de procedure werd verdergezet door de CV HAAGLAND REFORM wordt door verzoekster uitdrukkelijk ontkent. Blijkbaar gaat het hier om een materiële vergissing. Er bestaat en bestond enkel een CV HAAGLAND REFORM. Dat de termijn voor het instellen van een annulatieberoep in acht werd genomen. Dat de beslissing van 7/4/1997 werd betekend bij schrijven van 23/4/1997, ontvangen 30/4/
- Dat de formele voorschriften van het procedurereglement zijn nageleefd. (...)"; Overwegende dat bij een ter post aangetekende brief van 14 juni 2002, het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat aan de raadsman van verzoekster het volgende heeft meegedeeld : "Mijnheer de Advocaat, Met een op 16 juni 1997 ter post aangetekend verzonden verzoekschrift vordert de c.v. Haagland Reform de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 7 april 1997 waarbij de bouwvergunning voor het oprichten van een X-7504-3/6 opslagruimte met burelen gelegen te Bekkevoort, Driesstraat, gekadastreerd sectie A, nr. 244 h 4, werd geweigerd. Blijkens het administratief dossier werd de bouwaanvraag ingediend door 'HAAGLAND REFORM N.V., Bekkevoort, Staatsbaan 241'. Ook de 5 bij die aanvraag horende plannen vermelden voornoemde n.v. als bouwheer. De door U bij het verzoekschrift gevoegde 'documentatie over het karakter van de handelszaak' betreffen eveneens reclame, uitgaande van 'HAAGLAND REFORM N.V.'. Kunt U mij mededelen wie en in welke hoedanigheid voormelde bouwaanvraag en plannen heeft ondertekend ? Kunt U mij tevens een plausibele verklaring geven omtrent de, volgens de memorie van wederantwoord, zgn. 'materiële vergissing' i.v.m. de vermelding, m.n. N.V. HAAGLAND REFORM op voornoemde documenten ? Voor zoveel als nodig kan ik hierbij aanstippen dat er in de beslissing van de bestendige deputatie van 2 april 1996 sprake is van 'een CV uitgebaat ... door de heer Jos SWILLEN' en van een 'groothandel is biologische produkten waarbij de heer SWILLEN via een N.V. eveneens betrokken is'. Het bij het verzoekschrift gevoegd verslag van de raad van bestuur van 23 mei 1997, vermeldt niet de namen van de aanwezige bestuurders. Bovendien kan, althans niet met zekerheid, uitgemaakt worden of dit stuk wel degelijk uitgaat van de CV HAAGLAND REFORM, vermits het werd opgesteld op papier zonder briefhoofd en werd ondertekend, namens de 'afg. bestuurder Haagland Reform'. Kunt U mij hieromtrent enige toelichting verstrekken. Een spoedig antwoord zou mij zeer verplichten."; Overwegende dat de raadsman van verzoekster, na een eerste ter post aangetekende rappelbrief van 30 juli 2002, heeft geantwoord dat "een repliek op uw brief d.d. 14/06/2002 wordt voorbereid"; Overwegende dat bij een ter post aangetekende brief van 12 november 2002, na een tweede ter post aangetekende rappelbrief van 20 september 2002, het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat aan de raadsman van verzoekster het volgende heeft meegedeeld : "Mijnheer de Advocaat, Ik ben zo vrij U te verwijzen naar mijn aangetekende brieven van 14 juni, 30 juli en 20 september 2002, waarop ik tot op heden, ondanks uw schrijven van 5 augustus 2002, nog geen antwoord mocht ontvangen. Bij ontstentenis van een reactie van uwentwege binnen een termijn van 30 dagen, ingaand op datum van ontvangst van dit schrijven, zal ik er van uitgaan dat uw cliënte geen belangstelling meer heeft in deze zaak en zal ik dan ook verslag in die zin opmaken."; Overwegende dat de raadsman van verzoekster per fax van 11 december 2002 het volgende heeft meegedeeld aan het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat : X-7504-4/6 "Geachte Auditeur, Met referentie naar uw brief dd. 12/11/2002, die we op 15/11/2002 mochten ontvangen. Hiermee kunnen we U bevestigen dat we morgen om 16.30 u een afspraak hebben met cliënte om de zaak te bespreken. We laten U dan hoe dan ook op 13/12/2002 iets weten."; Overwegende dat de raadsman van verzoekster per fax van 13 december 2002 het volgende heeft meegedeeld : "Geachte Auditeur, Door onvoorziene omstandigheden kon de afspraak dd. 12/12/2002 niet doorgaan. We doen het nodige om zo spoedig mogelijk een nieuwe afspraak te beleggen."; Overwegende dat de Auditeur-verslaggever in zijn verslag over de zaak, opgemaakt op 20 december 2002 overeenkomstig artikel 12 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, heeft besloten tot de onontvankelijkheid van het beroep op grond van het teloorgaan van het rechtens vereiste belang van verzoekster wegens "een manifest gebrek aan medewerking"; dat verzoekster in haar laatste memorie aanvoert dat zij bij brief van 21 januari 2003 de brief van de Auditeur van 14 juni 2002 heeft beantwoord; dat de brief houdende een antwoord op de gestelde vragen de betekening van voormeld verslag van de Auditeur heeft gekruist; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat verzoekster heeft verzuimd de vereiste medewerking te verlenen aan de magistraat belast met het onderzoek van de zaak; dat deze terecht uit dit verzuim het teloorgaan van het belang bij de vernietiging heeft afgeleid; dat het feit dat verzoekster op 21 januari 2003, dit is nadat het verslag reeds was opgesteld, alsnog op de vragen van de Auditeur-verslaggever heeft geantwoord, geen afbreuk doet aan deze vaststelling; dat er nu anders over oordelen, betekent dat de Auditeur andermaal, maar nu bij arrest moet worden gelast met het onderzoek van de grond van de zaak - onderzoek dat hij, toen het ogenblik daarvoor gekomen was, niet heeft kunnen doen ingevolge het gebrek aan medewerking van verzoekster; dat dergelijke opdracht, die het normaal verloop van de procedure zou verstoren, niet kan worden gegeven terwille van een partij die zelf heeft nagelaten aan de procedure haar medewerking te verlenen; dat het beroep niet ontvankelijk is, X-7504-5/6 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen; Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een februari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-7504-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.972 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.