id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.989 Rolnummer: A. 151109/XII-4136 Zaak: Arrest 139989 - - 01/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-07 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 07:12 Fiche Arrest nr 139.989 van 1 februari 2005 - Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.989 van 1 februari 2005 in de zaak A. 151.109/XII-
- In zake : de HOGESCHOOL GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat V. Van Obberghen, kantoor houdende te Vilvoorde, Ridderstraat 2, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de Hogeschool Gent op 26 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 “tot vaststelling van de lijst van de bachelors- en de master[s]opleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen met inbegrip van de technische aanpassingen zoals die aan de Vlaamse regering op 20 februari 2004 werden medegedeeld in zoverre, wat de Hogeschool Gent betreft, in deze lijst niet voorkomen de omgevormde opleidingen leidend tot het diploma van 'bachelor in bouw' (komende van de opleiding 'gegradueerde bouw') en tot 'bachelor in toegepaste psychologie' (komende van de opleiding 'gegradueerde sociaal werk').”; Gelet op het arrest nr. 135.402 van 24 september 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 4 oktober 2004; Gezien het verzoek tot voortzetting van 26 oktober 2004 van de verzoekende partij; XII-4136-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 29 november 2004, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 21 december 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 11 januari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad E. Brewaeys; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. Vermeire, die loco advocaat P. Devers verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat bij de kennisgeving van het tussenarrest aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, derde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991; Overwegende dat de verzoekende partij een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de XII-4136-2/3 tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen zonder hiervoor zegelrechten te kwijten; Overwegende dat de verzoekende partij er terecht op wijst dat zij een rechtspersoon is bedoeld in artikel 24, § 2, van de Grondwet, en dus een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid is; dat artikel 68, tweede lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalt dat voor een verzoek of beroep ingediend door een openbare instelling de zegelrechten in debet worden begroot; dat het verzoek tot voortzetting rechtsgeldig werd ingediend, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een februari 2005, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. E. BREWAEYS. XII-4136-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.989 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.402 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.726 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.