id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.990 Rolnummer: A. 143883/XII-3981 Zaak: Arrest 139990 - - 01/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-04 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 07:12 Fiche Arrest nr 139.990 van 1 februari 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.990 van 1 februari 2005 in de zaak A. 143.883/XII-
- In zake : Erik WILLAERT, wonende te De Panne, Maskenslaan 22 tegen : de GEMEENTE DE PANNE, die woonplaats kiest bij advocaten P. Luypaers en H.-K. Carême, kantoor houdende te Heverlee, Ijzerenmolenstraat
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Erik Willaert op 13 november 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 18 september 2003 van de gemeenteraad van De Panne om Miarka Marteel te benoemen tot bader-redder zwembad (niveau D) in statutair en vast verband; Gelet op het arrest nr. 131.387 van 13 mei 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 24 mei 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-3981-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 131.387 van 13 mei 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat verzoeker geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennis- geving van het arrest; dat te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. XII-3981-2/3 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een februari 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-3981-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.990 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.387 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.