id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.046 Rolnummer: A. 148178/VII-31733 Zaak: Arrest 140046 - - 02/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-18 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 07:13 Fiche Arrest nr 140.046 van 2 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 140.046 van 2 februari 2005 in de zaak A. 148.178/VII-31.733 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat H. DE PONTHIERE, kantoor houdende te 8900 IEPER, Lombaardstraat 23 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, afkomstig uit Rusland, op 27 februari 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde van de minister van Binnenlandse Zaken, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 3 februari 2004; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 4 maart 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 30 november 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 12 januari 2005; VII-31.733-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. DEPONTHIERE, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Op 25 juli 2001 werd aan de verzoekende partij, die in het Rijk verbleef onder de naam D. G. een bevel betekend om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Op 31 juli 2001 dient de verzoekende partij een aanvraag in om machtiging tot verblijf bij de burgemeester van Tienen. Op 22 april 2002 werd zij erkend als staatloze door de Rechtbank van eerste aanleg te Leuven. Op 3 februari 2004 werd aan de verzoekende partij een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde betekend. Dit is de bestreden beslissing. De motivering van deze beslissing luidt als volgt : "(...) artikel 7, eerste lid, 3/: wordt door de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde P. DEFOSSEZ, Adjunct-Adviseur, geacht de openbare orde te kunnen schaden: betrokkene is sinds 24.11.2003 tot op heden onder aanhoudingsmandaat geplaatst uit de hoofde van oplichting, valsheid en/of gebruik ervan. (...) gezien betrokkene sinds 24.11.2003 tot op heden onder aanhoudingsmandaat is geplaatst uit de hoofde van oplichting, valsheid en/of gebruik ervan, bestaat er een risico tot nieuwe schending van de openbare orde. (...).". VII-31.733-2/4
- Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de verzoekende partij een uitvoeringsmaatregel aanvecht onder de vorm van een bevel om het grondgebied te verlaten met beslissing tot terugleiding, tot stand gekomen op 3 februari 2004 ingevolge illegaal verblijf en betichting omwille van oplichting, valsheid en of gebruik van valse documenten en dat de nietigverklaring van de bestreden uitvoeringsmaatregel geen wijziging teweeg brengt in de verblijfstoestand van de verzoekende partij zodat het bestreden bevel niet vatbaar is voor een vordering tot schorsing, laat staan nietigverklaring; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij het grondgebied reeds diende te verlaten na de definitieve weigering van haar asielaanvraag op 18 december 1998 en de betekening van een tweede bevel om het grondgebied te verlaten op 25 juli 2001, waartegen zij geen beroep aantekende; dat de verzoekende partij geen gevolg heeft gegeven aan deze bevelen en bijgevolg haar verblijf op onregelmatige wijze heeft verlengd; dat de erkenning als staatloze door de rechtbank van eerste aanleg op 22 april 2002 niet automatisch leidt tot een recht tot verblijf, zodat de verzoekende partij thans nog altijd illegaal verblijft op het grondgebied; dat een nietigverklaring van de thans bestreden beslissing in de gegeven omstandigheden niet zal beletten dat de verzoekende partij toch nog het land -vrijwillig of gedwongen- zal moeten verlaten; dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het beroep tot vernietiging van de bestreden beslissing, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-31.733-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee februari tweeduizend en vijf, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. L. SCHWEIGER, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, L. SCHWEIGER. E. BREWAEYS. VII-31.733-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.046 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div