← België

Arrest 140105 - - 02/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.105 Rolnummer: A. 159577/VII-35620 Zaak: Arrest 140105 - - 02/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-03 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-02 07:13 Fiche Arrest nr 140.105 van 2 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.105 van 2 februari 2005 in de zaak A. 159.577/XIV-21.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat E. HALABI, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Montserratstraat 2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Turkse nationaliteit, op 28 januari 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 23 januari 2005 houdende bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 31 januari 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 31 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 februari 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat E. HALABI verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-21.692-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  3. Verzoeker komt in de maand maart 2004 aan in België. Op 8 april 2004 dient hij bij de burgemeester van Luik een aanvraag in om machtiging tot verblijf, op grond van artikel 9, § 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). Deze aanvraag wordt hem geweigerd op 6 december
  4. 1.
  5. Op 5 januari 2005 treedt hij in het huwelijk met XXX, van Belgische nationaliteit. 1.
  6. Verzoeker wordt naar aanleiding van een verkeerscontrole door de politie van Aalst op 22 januari 2005, tegengehouden. Er wordt beslist tot de onmiddellijke repatriëring over te gaan. 1.
  7. Wanneer blijkt dat verzoeker gehuwd is met een Belg, wordt de beslissing tot onmiddellijke repatriëring ingetrokken en vervangen door een bevel om het grondgebied binnen de vijf dagen te verlaten, met beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde. Dit bevel berust op volgende redengeving: “Artikel 7, eerste lid, 1/: verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de vereiste documenten: geen geldig nationaal paspoort voorzien van een geldig visum.”; Dit is de bestreden beslissing. XIV-21.692-2/4
  8. Over de schorsingsvoorwaarden. 2.
  9. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  10. Overwegende dat, wat de tweede voorwaarde betreft, verzoeker de schending aanvoert van de artikelen 8 tot 12 van het E.V.R.M., van de artikelen 1 tot 5 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de formele motivering van de bestuurshandelingen; dat hij tevens een manifeste appreciatiefout aanvoert, doordat geen rekening werd gehouden met verzoekers huwelijk met een Belg op 5 januari 2005; dat hij stelt dat de beslissing slechts op stereotiepe wijze verwijst naar verzoekers illegale verblijfstoestand, zonder rekening te houden met verzoekers werkelijke verblijfstoestand ingevolge diens huwelijk met een Belg, dat de motivering derhalve niet adequaat is, dat door de weglating van deze elementen en de daaraan gekoppelde rechten, de minister de zaak niet met de nodige zorg heeft onderzocht, dat de bestreden beslissing bovendien afbreuk doet aan verzoekers recht op gezinsleven, dat artikel 12 van het E.V.R.M. tevens het recht om te huwen voorziet, dat een gedwongen terugkeer naar Turkije verzoeker immers zal scheiden van zijn echtgenote; 2.
  11. Overwegende dat de artikelen 40 en volgende van de Vreemdelingen- wet voorzien in een verblijfsrecht voor de vreemdeling die gehuwd is met een Belg; dat die procedure het recht op gezinsleven, bepaald in de artikelen 8 en 12 van het E.V.R.M., geenszins in de weg staat, maar precies tot doel heeft een wettelijk kader te scheppen binnen hetwelk dit recht kan worden uitgeoefend; dat artikel 41 bepaalt dat de vreemdeling een identiteitskaart of een geldig nationaal paspoort moet voorleggen, teneinde de overheid toe te laten de nodige vaststellingen te doen opdat dit recht hem zou worden toegekend; dat verzoeker niet betwist dat hij niet in het bezit was van een identiteitskaart of een geldig paspoort; dat hij evenmin ontkent dat hij nooit aanspraak heeft gemaakt op een verblijfstitel op grond van artikel 40 en volgende van de Vreemdelingenwet; dat wanneer vervolgens, bij een toevallige verkeerscontrole, verzoeker wordt aangetroffen zonder dat hij beschikt over de vereiste binnenkomstdocumenten, noch over enige verblijfstitel, de Minister van Binnenlandse Zaken enkel de clandestiniteit kan vaststellen en hieraan een einde kan stellen op grond van artikel 7 van de Vreemdelingenwet; dat de motivering van de bestreden beslissing ter zake dienend is; dat verzoeker, door geen verblijfsaanvraag op grond van artikel 40 van de Vreemdelingenwet in te dienen, het de Minister van Binnenlandse Zaken onmogelijk heeft gemaakt de nodige vaststellingen te doen teneinde dit verblijfsrecht toe te kennen; dat hij derhalve zelf aan de basis ligt van zijn onwettige verblijfstoestand en XIV-21.692-3/4 aldus zelf de afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten heeft bewerkstelligd; dat de minister dan ook niet ernstig kan worden verweten aan de oorzaak te liggen van de beweerde onderbreking van het gezinsleven; dat het middel niet ernstig is;
  12. Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  13. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  14. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee februari tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-21.692-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.105 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.