← België

Arrest 140125 - - 03/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.125 Rolnummer: A. 78959/VII-16778 Zaak: Arrest 140125 - - 03/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-09 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-02 07:14 Fiche Arrest nr 140.125 van 3 februari 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.125 van 3 februari 2005 in de zaak A. 78.959/VII-16.

  1. In zake : de stad AALST tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN tussenkomende partij : de n.v. FICO, die woonplaats kiest bij Advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te SINT-NIKLAAS, Vijfstraten
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de stad AALST op 15 juni 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 9 april 1998 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst van 27 oktober 1997, houdende de weigering aan de n.v. FICO van de milieuvergunning tot het exploiteren van een trainingscenter voor draf en rennen, gelegen op de percelen kadastraal bekend onder Aalst (Erembodegem) Afd. 11, sectie A, percnr(s). 235/r, 235/t, 236, 237/a, 238a, 239, Afd. 4, sectie G, percnr(s). 168/f, 169/c, 171/d aan de Affligemdreef/Zandberg te Aalst (Erembodegem) wordt ingewilligd en de vergunning wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 77.259 van 26 november 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 7 januari 1999 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 30 april 1999 van de n.v. FICO; VII-16.778-1/3 Gelet op de beschikking van 10 mei 1999 die de tussenkomst van de n.v. FICO toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 14 september 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 21 september 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, VII-16.778-2/3 BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie februari tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-16.778-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.125 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.77.259 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.