id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.131 Rolnummer: A. 77883/VII-16520 Zaak: Arrest 140131 - - 03/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-16 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-02 07:15 Fiche Arrest nr 140.131 van 3 februari 2005 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.131 van 3 februari 2005 in de zaak A. 77.883/VII-16.520. In zake : de b.v.b.a. Dirk VAN DESSEL, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. Dirk VAN DESSEL op 16 maart 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 8 januari 1998 waarbij het beroep ingediend door de Vlaamse Landmaatschappij tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier van 11 maart 1996, houdende het verlenen van de vergunning aan de verzoekende partij voor het exploiteren van een rundveestal bij de dierenartspraktijk te 2500 Lier, Hoog Lachenen 56, gegrond wordt verklaard en de vergunning wordt geweigerd; Gelet op het arrest nr. 74.649 van 25 juni 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; VII-16.520-1/9 Gelet op de beschikking van 24 mei 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 23 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 december 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Bestuurssecretaris M. MICHIELS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. Op 11 maart 1996 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier aan de b.v.b.a. Dirk VAN DESSEL een milieuvergun- ning om aan de Hoog Lachenen 56 te Lier een rundveestal bij de aanwezige dierenartspraktijk te exploiteren, zodat deze voortaan zou omvatten : 80 runderen waarvan 31 jonger dan 1 jaar , 31 van 1 tot 2 jaar en 18 andere en 960 m³ mestop- slag. De vergunning wordt verleend voor een termijn van twintig jaar, en zij heeft betrekking op een nieuwe inrichting. 1.2. Conform artikel 36, 5/, a), van Vlarem I maakt de burgemeester van de stad Lier de beslissing van 11 maart 1996 bekend, in casu gedurende de periode van 21 maart 1996 tot 20 april 1996. VII-16.520-2/9 Op datum van aanplakking (21 maart 1996) wordt overgegaan tot de verzending van het vergunningsbesluit van 11 maart 1996 aan de in artikel 36, 5/, b), van Vlarem I genoemde personen en instellingen. Ook aan de Vlaamse Landmaatschappij wordt op 21 maart 1996 een afschrift gestuurd van het vergun- ningsbesluit van 11 maart 1996, alsook van het attest van aanplakking en bekendma- king van de beslissing. Met een schrijven van dezelfde datum wordt aan de verzoekende partij een attest van aanplakking gezonden, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen. 1.3. Op 8 augustus 1997 richt de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een schrijven aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier, waarin te lezen staat wat volgt : "Bij het in orde brengen van de milieuvergunningsdossiers waarbij aan de Mestbank advies werd gevraagd, stellen wij vast dat een aantal beslissingen niet in ons bezit zijn. Mogen wij u vragen een kopie ervan + een attest van betekening van de besluiten conform VLAREM aan onze dienst te bezorgen. Een lijst van de ontbrekende beslissingen vindt u in bijlage". In die lijst wordt melding gemaakt van de beslissing in verband met b.v.b.a. Dirk VAN DESSEL, Hoog Lachenen 56 te Lier. 1.4. Met een schrijven van 26 augustus 1997, gericht aan de Vlaamse Landmaatschappij, deelt het stadsbestuur van Lier mee wat volgt : "In antwoord op Uw verzoek maken wij U hierbijgevoegd de door U gevraagde milieuvergunningsbesluiten over". 1.5. Op 12 september 1997 stelt de Vlaamse Landmaatschappij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen beroep in tegen het vergunningsbesluit van 11 maart 1996 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier. 1.6. Met een aangetekend schrijven van 19 september 1997 wordt de verzoekende partij in kennis gesteld van het beroepschrift van de VLM. 1.7. Met een niet aangetekend schrijven van 29 oktober 1997, waarvan niet duidelijk is aan wie het gericht is, vraagt de verzoekende partij "om gehoord te worden in het dossier". VII-16.520-3/9 1.8. In het kader van de beroepsprocedure worden een aantal adviezen uitgebracht. 1.9. Op 8 januari 1998 neemt de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen de thans bestreden beslissing : het beroep ingediend door de VLM wordt gegrond verklaard, het besluit van 11 maart 1996 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier wordt opgeheven, en aan de verzoekende partij wordt de vergunning geweigerd. In de aanhef van de bestreden beslissing staat onder meer te lezen wat volgt : "Gelet op het beroepschrift bij aangetekend schrijven dd. 12 september 1997 ingediend door de Vlaamse Landmaatschappij gevestigd te 2200 Herentals, Cardijnlaan 1; (...) Overwegende dat het schepencollege bij schrijven van 26 augustus 1997 het bestreden collegebesluit van Lier van 11 maart 1996 aangetekend heeft verzonden naar de Vlaamse Landmaatschappij (VLM); dat de VLM het beroepschrift heeft ontvangen op 3 september 1997; dat het beroepschrift derhalve tijdig werd ingediend". 1.10. De bestreden beslissing wordt op vrijdag 16 januari 1998 aangetekend verzonden aan (onder meer) de verzoekende partij. 1.11. Te noteren valt nog dat Dirk VAN DESSEL op 22 juli 1996 vanwege het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier een bouwvergunning kreeg voor het oprichten van een stal gelegen aan Hoog Lachenen 56 te Lier. De vergunning werd afgegeven onder volgende voorwaarde : "het resterende oude hoevegebouw dient zo vlug mogelijk omgevormd tot bedrijfsruim- te"; 2. De gegrondheid van het beroep 2.1. Overwegende dat de verzoekende partij als eerste middel de schending aanvoert : "van artikel 159 van de gecoördineerde grondwet en van artikel 9, § 3 en 23, § 3 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en van artikel 36, 5, b en 49, §2, 1/ van het uitvoeringsbesluit Vlarem I van 6 februari 1991, en van het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur". dat het eerste onderdeel luidt als volgt : VII-16.520-4/9 "doordat, eerste onderdeel, bij besluit van 11 maart 1996 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier aan verzoekster een milieuvergun- ning werd verleend voor de exploitatie van een rundveestal bij de aanwezige dierenartsenpraktijk en er in het afschrift van het attest van aanplakking, dat op 21 maart 1996 aan verzoekster werd verzonden, duidelijk vermeld werd dat een voor eensluidend verklaard afschrift van voornoemde beslissing en van het attest aan de in artikel 36, 5, b van het Vlarem genoemde personen en instellingen werd verzonden, zodat in hoofde van verzoekster het rechtmatige vertrouwen gewekt werd dat de termijn van dertig kalenderdagen conform art. 23, § 3, van het voornoemde decreet en art. 49, §2, 1/ Vlarem I was beginnen lopen. (...) terwijl, eerste onderdeel, uit het schrijven van de Vlaamse Landmaatschappij dd. 8 augustus 1997 aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier blijkt dat deze kennisgeving in tegenstelling tot de aan verzoekster verstrekte informatie niet gedaan werd op 21 maart 1996, doch pas op 26 augustus 1997, nadat de Vlaamse Landmaatschappij hiernaar op 8 augustus 1997 expliciet had geïnformeerd, zodat de Vlaamse Landmaatschappij onder verwijzing naar de termijn van art. 49, § 2, 1/ Vlarem I, alsnog op 12 september 1997 beroep bij de bestendige deputatie van de provincie Antwerpen heeft ingesteld waardoor ze de voormelde artikelen van het decreet en het uitvoe- ringsbesluit schond"; dat zij in de toelichting bij het eerste onderdeel betoogt dat het vertrouwen gewekt kan zijn door inlichtingen of mededelingen van de overheid, dat het verzuim in tijdige kennisgeving van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aan de Vlaamse Landmaatschappij, de rechtmatig ontstane rechten van de verzoekende partij, gebaseerd op het milieuvergunningsdecreet, niet mag schaden, dat omdat de verzoekende partij er mocht van uitgaan dat de termijn om beroep in te stellen verstreken was, zij geheel terecht de bouwwerken en de exploitatie heeft opgestart, dat de burger moet kunnen vertrouwen op de deskundig- heid en degelijkheid van het bestuur, dat de Vlaamse Landmaatschappij de zorgvuldigheidsplicht heeft geschonden nu zij de procedures inzake het verlenen van milieuvergunningen zeer goed moet kennen en zij dus moest weten wanneer de beroepstermijn begon te lopen; 2.2. Overwegende dat in de memorie van antwoord aangaande het eerste onderdeel van het eerste middel de verwerende partij betoogt : "Artikel 36, 5/,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.