← België

Arrest 140150 - - 03/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.150 Rolnummer: A. 72806/VII-15091 Zaak: Arrest 140150 - - 03/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 07:17 Fiche Arrest nr 140.150 van 3 februari 2005 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.150 van 3 februari 2005 in de zaak A. 72.806/VII-15.091 In zake : de n.v. VAN HOYDONCK, die woonplaats kiest bij Advocaat A. CORNELISSEN, kantoor houdende te EVERGEM, Langerbrugsestraat 16a tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. LANGE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Schermersstraat

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. VAN HOYDONCK op 10 januari 1997 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 4 november 1996 waarbij het beroep dat zij had aangetekend tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 13 mei 1996 houdende weigering van de vergunning om een inrichting gelegen te 2990 Wuustwezel, Sint-Lenaartseweg 116, te veranderen door uitbreiding, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; Gezien de toelichtende memorie; Gezien de memorie van antwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 8 april 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-15.091-1/6 Gelet op de beschikking van 16 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat C. VAN DER SYPE die, loco Advocaat A. CORNELISSEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat A. DE SCHAMPHELEIRE die, loco Advocaat H. LANGE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De rechtspleging Overwegende dat de memorie van antwoord en het administratief dossier buiten de voorgeschreven termijn van zestig dagen werden ingediend; dat krachtens artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de door de verzoekende partij aangehaalde feiten als bewezen worden geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn en dat krachtens het vijfde lid, van de voornoemde wetsbepaling de laattijdig ingediende memorie van antwoord ambtshalve uit de debatten wordt geweerd;
  3. De feiten Overwegende dat de relevante gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 2.
  4. De verzoekende partij exploiteert een veeteeltinrichting, gelegen te 2990 Wuustwezel, St. Lenaartseweg 116 in agrarisch gebied (gewestplan) en landelijke zone (BPA), omvattende 400 varkens, 60 runderen en 6 paarden en bijhorende mestopslag. VII-15.091-2/6 2.
  5. Op 15 december 1995 dient de verzoekende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen een aanvraag in om de inrichting te veranderen door: S een nieuwe varkensstal voor 1.400 vleesvarkens S 760 biggen minder dan 10 weken S opslag voor 10.000 liter mazout bovengronds S 3.000 m³ mestopslag S diverse motoren, 16 kW S opslag van 1.656 ton krachtvoeder in 6 gesloten silo’s S afbraak van een rundveestal, zodanig dat de inrichting voortaan zou omvatten: S 1.800 varkens, waarvan 200 zeugen en 760 biggen minder dan 10 weken; S opslag van 17.000 liter mazout in 2 bovengrondse houders van respectievelijk 10.000 liter en 7.000 liter; S opslagplaatsen voor 3.500 m³ dierlijke mest; S opslag van 56 ton krachtvoer in 6 gesloten silo’s S elektromotoren met een totaal vermogen van 16kW. De aanvraag wordt door de bestendige deputatie op 25 april 1996 geweigerd op grond van het volgende motief: “Overwegende dat de gevraagde uitbreiding o.a. wegens toeneming van de mestproductie en omdat het niet een gezinsveeteeltbedrijf betreft niet in overeenstemming is met artikel 13 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van de artikelen 33 en 34 van het Mestdecreet;” 2.
  6. Op 3 juni 1996 tekent de verzoekende partij beroep aan bij de Vlaamse regering 2.
  7. Op 4 november 1996 beslist de verwerende partij het beroep ongegrond te verklaren en de beslissing in eerste aanleg te bevestigen. Dit is de bestreden beslissing. Zij is, onder meer, als volgt gemotiveerd: “(....) Overwegende dat de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig werd verklaard op 4 januari 1996; dat volgens artikel 13 van het besluit van de Vlaamse regering dd. 20 december 1995 tot uitvoering van art. 33 en 34 van het Mestdecreet er voor de vergunningsaanvragen die na 1 januari 1996 en voor 1 januari 1997 ontvankelijk en volledig werden verklaard nog een milieuvergunning kan worden verleend: VII-15.091-3/6 S in geval van hernieuwing van de milieuvergunning van een bestaande veeteeltinrichting; S in geval van volledige verplaatsing van een bestaande veeteeltinrichting horende bij een gezinsveeteeltbedrijf; S voor een verandering van een bestaande veeteeltinrichting horende bij een gezinsveeteeltbedrijf op voorwaarde onder meer dat de vergunde mestproductie op de bestaande veeteeltinrichting niet stijgt ten gevolge van de verandering en dat het bedrijf na de verandering een gezinsveeteeltbedrijf blijft; dat de totale mestproduktie na de uitbreiding met 1400 varkens stijgt; dat het derhalve een verandering van een bestaande veeteeltinrichting betreft met stijging van de vergunde mestproduktie; dat bovendien uit het advies van de Vlaamse Landmaatschappij blijkt dat na verandering niet voldaan is aan de voorwaarden van gezinsveeteeltbedrijf gezien de NV Van Hoydonck eveneens uitbater is van 4 andere veebedrijven; Overwegende dat de aanvraag derhalve niet voldoet aan de bepalingen van het derde gedachtenstreepje hierboven en derhalve niet voldoet aan art. 13 van hogervermeld besluit van de Vlaamse regering”;
  8. Beoordeling 3.
  9. Overwegende dat de verzoekende partij in een eerste middel onder meer stelt dat de bestreden beslissing onwettig is wegens schending van artikel 9, §5, 3/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en van artikel 35, 1, d), van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), doordat haar aanvraag buiten de voorgeschreven termijn van veertien kalenderdagen ontvankelijk en volledig verklaard werd op 4 januari 1996, terwijl die aanvraag was ingediend op 15 december 1995; dat zij verder betoogt dat ten onrechte de datum van 22 december 1995, zijnde deze waarop ontbrekende gegevens werden overgemaakt, als uitgangspunt voor de berekening van de termijn van 14 kalenderdagen werd in acht genomen, waardoor op de aanvraag de (strengere) regels van het bij decreet van 20 december 1995 gewijzigd mestdecreet en het “Vergunningenbesluit” van dezelfde datum, die beiden in werking getreden zijn op 1 januari 1996, werden toegepast, hoewel artikel 11 van het “Vergunningenbesluit” bepaalt dat het niet van toepassing is op de aanvragen waarvan de datum van ontvankelijkheids- en volledigheidsverklaring ligt vóór de datum van inwerkingtreding van dat besluit; dat zij besluit dat de verwerende partij ten onrechte de nieuwe strengere regels heeft toegepast op haar aanvraag; 3.
  10. Overwegende dat niet is aangetoond dat de bestendige deputatie, overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 35, 1, c) en d), van Vlarem I aan de verzoekende partij binnen de veertien kalenderdagen na indiening van de aanvraag VII-15.091-4/6 bij ter post aangetekende brief daarvan ontvangst heeft gemeld of heeft laten weten dat de aanvraag onontvankelijk of onvolledig was; dat de verzoekende partij bijgevolg uiterlijk op 29 december 1995 die verklaring betreffende de ontvankelijkheid en volledigheid van haar aanvraag had moeten ontvangen; dat artikel 35, 1, e), bepaalt dat indien dit niet tijdig is gebeurd de aanvraag wordt geacht ontvankelijk en volledig te zijn, voor zover de voorgeschreven dossiertaks is betaald; dat de verwerende partij de datum van 15 december 1995 als datum van indiening van de aanvraag had moeten in aanmerking nemen; dat bijgevolg ten onrechte de regels van de nieuwe meststoffenregeling op de aanvraag werden toegepast; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  11. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 4 november 1996 waarbij het beroep dat de n.v. VAN HOYDONCK had aangetekend tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 13 mei 1996 houdende weigering van de vergunning om een inrichting gelegen te 2990 Wuustwezel, Sint-Lenaartseweg 116, te veranderen door uitbreiding, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd. Artikel
  12. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-15.091-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie februari tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-15.091-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.150 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.