← België

Arrest 140303 - - 08/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.303 Rolnummer: A. 150693/XIV-19288 Zaak: Arrest 140303 - - 08/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-01 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 07:20 Fiche Arrest nr 140.303 van 8 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.303 van 8 februari 2005 in de zaak A.150.693/XIV-19.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat C. VAN GOETHEM, kantoor houdende te 9120 BEVEREN, Vrasenestraat 19/8 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 29 oktober 1954 en van Iraanse nationaliteit, op 15 april 2004 (griffiestempel) heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 25 maart 2004 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 3 september 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 26 maart 2004; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 27 april 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-19.288-1/3 Gelet op de beschikking van 18 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 15 december 2004 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat C. VAN GOETHEM, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-Adviseur E. SCHOUTEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat voor de feitelijke gegevens van de zaak wordt verwezen naar het Auditoraatsverslag, die bij deze als uitdrukkelijk herhaald worden beschouwd. 2.
  3. Overwegende dat het Auditoraatsverslag een exceptie van onontvanke- lijkheid ratione temporis bevat, die als volgt, luidt: “(...) Het blijkt dat de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring niet aangetekend werden verzonden. Overeenkomstig artikel 84 van het procedurereglement, juncto artikel 38 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende de bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, dienen alle processtukken naar de Raad van State toegezonden te worden bij een ter post aangetekende brief. Een verzoekschrift dat niet bij een aangetekend schrijven naar de Raad van State werd verstuurd, kan wel vaste datum verkrijgen door het aangetekend schrijven waarbij de griffie van de Raad van State een afschrift van het verzoekschrift aan (naar) de tegenpartij stuurt. In casu heeft de griffie de verwerende partij met een aangetekend schrijven van 5 mei 2004 ervan in kennis gesteld dat de verzoekende partij een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, had ingediend. De betekening (kennisgeving) van de bestreden beslissing vond volgens de gegevens van het administratief dossier plaats op maandag 29 maart 2004, dit is de eerstvolgende werkdag na de verzending van het aangetekend schrijven van vrijdag 26 maart
  4. Het verzoek tot schorsing heeft pas vaste datum verkregen op 5 mei 2004, zodat het te laat is ingediend. De datum van de daadwerkelijke ontvangst van het verzoekschrift door de Raad van State vertoont geen enkele relevantie voor de ontvankelijkheid ratione temporis. Artikel 84 procedurereglement bevat een substantieel vormvoorschrift dat de openbare orde raakt. Het beroep tot nietigverklaring heeft zelfs nog geen vaste datum verkregen, zodat het a fortiori te laat werd ingediend. (...).”. 2.
  5. Overwegende dat de Advocaat van de verzoekende partij ter terechtzitting van woensdag 15 december 2004 geen opmerkingen maakt betreffende de exceptie van laattijdigheid die in het Auditoraatsverslag wordt opgeworpen en die aan het tegensprekelijk debat werd onderworpen; XIV-19.288-2/3 2.
  6. Overwegende dat de vorderingen laattijdig werden ingediend en bijgevolg onontvankelijk zijn; BESLUIT: Artikel
  7. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht februari tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-19.288-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.303 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.