← België

Arrest 140484 - - 10/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.484 Rolnummer: A. 159868/XII-4385 Zaak: Arrest 140484 - - 10/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-14 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 07:22 Fiche Arrest nr 140.484 van 10 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.484 van 10 februari 2005 in de zaak A. 159.868/XII-

  1. In zake :
  2. de BVBA BELGICA,
  3. Abdelouahab TAHIRI, die woonplaats kiezen bij advocaat P. Mallien, kantoor houdende te Antwerpen, Meir 24 tegen : de BURGEMEESTER VAN DE STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Belgica en Abdelouahab Tahiri op 9 februari 2005 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 2 februari 2005 van de burgemeester van Antwerpen waarbij wordt bevolen de exploitatie van herberg Darkawa te staken op 11, 12, 13, 18, 19 en 20 februari 2005 van 22 uur tot ‘s anderendaags om 6 uur; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 10 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 februari 2005, om 15.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Mallien, die verschijnt voor verzoekers, en van advocaat J. Deridder, die loco advocaat Chr. Coen verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; XII-4385-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat eerste verzoekster uitbater is van de herberg Darkawa, Verschansingstraat 34 te Antwerpen; dat tweede verzoeker de zaakvoerder van eerste verzoekster is; dat op 2 februari 2005 de burgemeester van Antwerpen beveelt de exploitatie van de herberg te staken op 11, 12, 13, 18, 19 en 20 februari 2005, telkens van 22 uur tot ‘s anderendaags 6 uur; dat in essentie gemotiveerd wordt “dat de politie in verband met nachtlawaai klachten ontving in de nachten van 11 en 13 november, 11 december 2004 en 22 januari 2005, dat de politie concreet heeft vastgesteld dat er lawaaioverlast was komende van de herberg Darkawa, en dat vaststaat dat de openbare rust van de buurt op verschillende nachten werden verstoord”; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de derde voorwaarde, dat verzoekers uiteenzetten dat zij “bijzonder[e] investeringen” hebben gedaan met het oog op een “Diamond Weekend”, van 10 tot 14 februari 2005, dat er “bijzonder veel flyers” zijn uitgedeeld, dat veel klanten hun krokusvakantie-ervaringen komen uitwisselen tijdens het Valentijnsweekend, dat zij niet verwittigd kunnen worden “over het gesloten zijn van de drankgelegenheid”, dat ook moet worden rekening gehouden met het nadeel van de klanten die “plotseling niet meer naar hun drankgelegenheid kunnen gaan alwaar hun lievelingsmuziek wordt gedraaid”, dat er een verlies aan prestige en reputatie is en dat het nadeel “ook gekoppeld [dient] te worden aan de grondwettelijk beschermde rechten van vereniging en individuele vrijheid”; XII-4385-2/4 Overwegende dat de bestreden beslissing het door verzoekers van 10 tot en met 14 februari 2005 geplande “Diamond Weekend” ongetwijfeld dwarsboomt, maar nu ook weer niet zonder meer onmogelijk maakt; dat het sluitingsbevel niet op 10 en 14 februari 2005 slaat en bovendien uitsluitend geldt vanaf 22 uur tot de daaropvolgende morgen om 6 uur; dat de betrokken investeringen van verzoekers in dit licht niet volkomen nutteloos lijken; dat zij hoe dan ook niet nader gepreciseerd worden; dat de Raad bovendien het raden heeft naar de grootte van het geplande evenement en het aantal verwachte deelnemers; dat het verlies van de investeringen bijgevolg niet als ernstig in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan worden beschouwd; dat, vanwege onder meer de beperkte duur van de opgelegde sluiting, ook het beweerde verlies aan prestige en reputatie danig gerelativeerd moet worden; dat de schending van de “grondwettelijk beschermde rechten van vereniging en individuele vrijheid” eerder de onwettigheid van de bestreden beslissing en dus de tweede schorsingsvoorwaarde lijkt te betreffen, dan de besproken derde voorwaarde; dat zij mogelijk als middel tot nietigverklaring kon zijn aangevoerd -hetgeen niet is gebeurd-, maar louter op zich, zonder nadere concretisering, niet volstaat ter verantwoording van een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel; dat, ten slotte, het nadeel dat de klanten van de herberg eventueel lijden, verzoekers er niet van vrijstellen om met het oog op een schorsing in elk geval ook van een persoonlijk, ernstig en moeilijk herstelbaar, nadeel te doen blijken; dat een dergelijk nadeel te dezen niet aannemelijk is gemaakt; Overwegende dat niet aan de derde grondvoorwaarde voor een schorsing is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  4. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. XII-4385-3/4 Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoekers, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien februari 2005, door : de H. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. LUST. XII-4385-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.484 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.