← België

Arrest 140504 - - 14/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.504 Rolnummer: A. 156861/IX-4685 Zaak: Arrest 140504 - - 14/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-25 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 07:23 Fiche Arrest nr 140.504 van 14 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.504 van 14 februari 2005 in de zaak A. 156.861/IX-

  1. In zake : Petrus DRIESKENS, wonende te HECHTEL-EKSEL, Groenstraat 55 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Leefmilieu en Pensioenen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Petrus DRIESKENS op 25 oktober 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 8 juni 2004 van de Commissie van Beroep voor Vergoedings- pensioenen, waarbij zijn aanvraag tot herziening van de beslissing van 26 april 1999 onontvankelijk verklaard wordt; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 januari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker; IX-4685-1/3 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verwerende partij niet ter terechtzitting vertegenwoordigd was; dat artikel 4, vierde lid van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State aan die afwezigheid het gevolg koppelt dat zij geacht wordt in te stemmen met de vordering; dat zulks evenwel niet betekent dat de Raad van State verplicht is om de schorsing van het bestreden besluit te bevelen, inzonderheid wanneer bij een eerste aanblik blijkt dat de vordering onontvankelijk is;
  3. Overwegende dat verzoeker de schorsing vordert van een beslissing van een commissie die een jurisdictionele bevoegdheid heeft; dat de schorsingsbevoegdheid van de Raad van State door artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 ratione materiae beperkt is tot de handelingen van administratieve overheden die krachtens artikel 14, § 1, van dezelfde wetten door hem vernietigd kunnen worden en niet tot de uitspraken van rechtscolleges die krachtens artikel 14, § 2, bij hem bestreden kunnen worden; dat de vordering tot schorsing derhalve onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  4. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  5. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. IX-4685-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari 2000 en vijf, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4685-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.504 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.741 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.