id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.506 Rolnummer: A. 155083/IX-4631 Zaak: Arrest 140506 - - 14/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-25 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-02 07:23 Fiche Arrest nr 140.506 van 14 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.506 van 14 februari 2005 in de zaak A. 155.083/IX-
- In zake : Dirk DE LAETER, die woonplaats kiest bij advocaat L .DELEU, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan 30 tegen : de Politiezone Sint-Lambrechts-Woluwe/Etterbeek/Sint-Pieters- Woluwe (politiezone 5343 Montgomery), die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en I. VOS, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk DE LAETER op 26 augustus 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 20 juli 2004 van het politiecollege van de politiezone Sint-Lambrechts- Woluwe/Etterbeek/Sint-Pieters-Woluwe (afgekort de politiezone 5343 Montgomery) waarbij hem de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd; Gezien het verzoekschrift ingediend op 14 september 2004, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 oktober 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 13 december 2004; IX-4631-1/11 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. VAN DEN SPIEGEL, die loco advocaat L. DELEU verschijnt voor verzoeker, en van advocaat I. VOS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker was inspecteur van politie bij de politiezone Montgomery. 1.
- Op 31 juli 2000 wordt aan verzoeker de tuchtstraf van een maand schorsing met inhouding van wedde opgelegd, omwille van het gebruik van alcoholische dranken tijdens de diensturen. Op 8 augustus 2002 wordt aan verzoeker de tuchtstraf van schorsing voor een duur van twee maanden met inhouding van wedde opgelegd, omwille van het feit dat hij tijdens de diensturen aan een ademtest werd onder- worpen die positief was. In die beslissing wordt overwogen “dat een laatste signaal aan belanghebbende dient te worden gegeven teneinde hem nog een kans te geven zich te verbeteren en een psychologische, medische en sociale steun te vinden om zijn problemen op te lossen en van zijn verslaving te genezen”. 1.
- Op 31 juli 2003 wordt lastens verzoeker een proces-verbaal opgesteld. Hij bestuurde op dat ogenblik een dienstvoertuig in staat van alcoholintoxicatie. Blijkens dat proces-verbaal bleek uit zijn verhoor dat hij sedert 7 februari 2003 geen rijbewijs meer had vermits dat het voorwerp uitmaakte van een onmiddellijke intrekking, dat hij zijn rijbewijs mocht ophalen sinds 17 februari 2003, maar dat hij zulks nog niet had gedaan. Met een brief van 29 september 2003 vraagt de korpschef aan de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel dat proces-verbaal te mogen IX-4631-2/11 gebruiken in het kader van een tuchtprocedure. Die toelating wordt op 6 oktober 2003 verleend. 1.4.
- Op 9 september 2003 bezorgt commissaris van politie LEENEN aan de korpschef een verslag over verzoeker, meer bepaald over de wijze waarop hij met de verlofregeling omgaat. Blijkens dat verslag van 1 september 2003 verliet verzoeker op 31 juli 2003 zijn dienst zonder toelating te vragen, kwam hij, zonder een verlofaan- vraag in te dienen, niet werken op 1 augustus 2003, deelde hij op 4 augustus 2003 mee dat hij drie dagen sociaal verlof nam, zonder specifieke reden op te geven, verliet hij op 9 augustus 2003 zonder een aanvraag in te dienen zijn werk met de mededeling dat hij verlof nam, deelde hij op 10 augustus 2003 mee dat hij niet kon komen werken en, nadien, dat hij verlof nam, en verliet hij op 31 augustus 2003 het werk met de mededeling dat hij verlof nam, zonder aanvraag in te dienen. 1.4.
- Op 15 september 2003 verklaart verzoeker dat hij vaak verlof nam, dat hij dit steeds aan een verantwoordelijke vroeg, maar dat hij nooit een schriftelijke verlofaanvraag indiende. 1.
- Met een verslag van 11 september 2003 wordt aan de korpschef meegedeeld dat verzoeker die dag op het werk aan een ademtest werd onderworpen die positief was en dat hij naar huis werd gestuurd. 1.
- Op 29 september 2003 deelt commissaris van politie NOON aan commissaris van politie LEENEN mee dat verzoeker zich op 27 en 28 september 2003 niet heeft aangemeld, dat hij daarvoor geen reden opgegeven heeft en dat hij op 29 september 2003 nog steeds geen contact opgenomen heeft met het secretariaat om zijn afwezigheid te rechtvaardigen. 1.
- Op 26 december 2003 wordt aan de korpschef meegedeeld dat verzoeker op 26 december 2003 (nadat zijn echtgenote op 25 december 2003 zijn verdwijning had gesignaleerd) werd aangetroffen in een hotel, en dat hij - in strijd met de vigerende instructies - zijn dienstwapen bij zich had. 1.
- Op 19 januari 2004 verklaart de psycholoog van het politiekorps dat hij sinds 3 juli 2002 psychologische steun verleent aan verzoeker, met name om IX-4631-3/11 hem te steunen in zijn behandeling tegen alcoholverslaving, maar dat verzoeker sinds ongeveer zes maanden zijn veelvuldige oproepen niet meer beantwoordt. 1.
- Op 22 januari 2004 stelt de korpschef (in het geval van verzoeker ook de gewone tuchtoverheid) een inleidend verslag op, waarin hij het standpunt inneemt dat de hiernavolgende tuchtvergrijpen zouden kunnen bestraft worden met een zware tuchtstraf en dat hij daarom zijn inleidend verslag overmaakt aan het politiecollege (zijnde, in het geval van verzoeker, de hogere tuchtoverheid) : 1/) op 31 juli 2003, met ononderbroken dienst bevolen, gebruik makend van een dienstvoertuig, in uniform gekleed en gewapend, tijdens zijn dienst alcoholi- sche dranken te hebben gebruikt; 2/) op 31 juli 2003, onder invloed van alcohol, in uniform gekleed en gewapend, een dienstvoertuig te hebben bestuurd; 3/) op 31 juli 2003 een dienstvoertuig te hebben bestuurd, in uniform gekleed en gewapend, zonder - wetens en willens - drager te zijn van het rijbewijs en zijn hiërarchische meerderen hiervan niet ingelicht te hebben bij ontvangst van zijn opdrachten; 4/) op 1 (lees : 31) juli 2003, 1, 4, 9, 10, 31 augustus 2003, 27 en 28 september 2003 de interne richtlijnen inzake verlofaanvraag niet te hebben nageleefd en zo, zonder geldige toelating of rechtvaardiging, onregelmatig afwezig van zijn dienst te zijn geweest met alle organisatorische gevolgen ervan; 5/) op 11 september 2003, met dienst bevolen, in uniform gekleed en gewapend, zijn dienst te hebben aangevat onder invloed van alcoholische dranken; 6/) op 26 december 2003, buiten zijn dienst, zich in een hotel te hebben bevonden in het bezit van zijn dienstvuurwapen en zo de interne richtlijnen inzake het opbergen van dienstwapens buiten de diensturen niet te hebben nageleefd. 1.
- Blijkens het “aanvullend inleidend verslag” van 30 januari 2004 van het politiecollege, beslist het politiecollege in zijn zitting van 30 januari 2004
(1)verzoeker tuchtrechtelijk te vervolgen voor de feiten waarvan sprake in het inleidend verslag van de gewone tuchtoverheid en
(2)het opleggen van de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege te overwegen. 1.
- Op 16 maart 2004 wordt verzoeker, bijgestaan door zijn verdediger, door het politiecollege gehoord. Verzoeker betwist er de feiten niet. Volgens hem zijn ze voor het merendeel te wijten aan zijn alcoholverbruik, maar IX-4631-4/11 heeft hij besloten zich medisch te laten behandelen en hoopt hij enkele maanden de tijd te krijgen om een normaal leven te leiden en definitief van de alcohol af te geraken. 1.
- Het politiecollege beslist op 18 maart 2004 het voorstel te formuleren aan verzoeker de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen. 1.
- Op 1 april 2004 dient verzoeker bij de Tuchtraad een verzoek- schrift tot heroverweging in tegen het voorstel. 1.14.
- Op 10 mei 2004 formuleert de inspecteur-generaal van de federale politie en van de lokale politie een aantal beschouwingen. Hij is van oordeel dat, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de ernst en het repetitief karakter van de feiten, het ontslag van ambtswege een niet passende straf uitmaakt, dat verzoeker de vertrouwensrelatie tussen hemzelf en het politiekorps niet definitief verbroken heeft, gelet op zijn wil om zijn medische problemen definitief aan te pakken. Hij besluit dat verzoeker dient gestraft te worden met een terugzetting in weddeschaal, die progressief een ultieme verwittiging kan zijn aan zijn adres. 1.14.
- Op 11 mei 2004 en 7 juli 2004 worden de partijen door de Tuchtraad gehoord. De voorzitter merkt op dat het voorstel van zware tuchtstraf op 18 maart 2004 aan verzoeker werd betekend en dat zijn verzoek tot heroverweging dateert van 1 april 2004, terwijl het verzoek tot heroverweging moet worden ingesteld binnen de tien dagen. Verzoeker verklaart dat hij gerekend had op tien werkdagen in plaats van kalenderdagen. 1.14.
- Op 12 juli 2004 brengt de Tuchtraad definitief advies uit. Hij oordeelt dat het verzoek tot heroverweging niet ontvankelijk is om reden van laattijdigheid. 1.
- Blijkens het document “Tuchtbeslissing - Hogere tuchtoverheid - Bevestiging van een zware tuchtstraf”, dat verzoeker op 22 juli 2004 tekent voor kennisneming en ontvangst, heeft het politiecollege in zitting van 20 juli 2004 beslist zijn voorstel zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege te bevestigen. Die beslissing, die het voorwerp uitmaakt van de onderhavige vordering tot schorsing, is gemotiveerd als volgt : IX-4631-5/11 “Overwegende dat de hierboven onder punt 1 vermelde ten laste gelegde feiten bekend zijn en niet betwist zijn; dat deze als vaststaand dienen te worden beschouwd; Overwegende dat de hierboven onder punt 2 vermelde ten laste gelegde feiten bekend zijn en niet betwist zijn; dat deze als vaststaand dienen te worden beschouwd; Overwegende dat de hierboven onder punt 3 vermelde ten laste gelegde feiten bekend zijn en niet betwist zijn; dat deze als vaststaand dienen te worden beschouwd; Overwegende dat de hierboven onder punt 4 vermelde ten laste gelegde feiten bekend zijn en niet betwist zijn; dat deze als vaststaand dienen te worden beschouwd; Overwegende dat de hierboven onder punt 5 vermelde ten laste gelegde feiten bekend zijn en niet betwist zijn; dat deze als vaststaand dienen te worden beschouwd; Overwegende dat de hierboven onder punt 6 vermelde ten laste gelegde feiten bekend zijn en niet betwist zijn; dat deze als vaststaand dienen te worden beschouwd; Overwegende dat de hogere tuchtoverheid spijtig moet vaststellen dat de Heer Dirk DE LAETER met een behandeling begint als hij met professionele moeilijkheden geconfronteerd wordt; dat hij daarna met zo’n behandeling stopt en het gebruik van alcohol herneemt; Overwegende het voorafgaande en de feitelijke elementen uit de ons in beide landstalen vertaalde en overgemaakte dossierstukken, is de hogere tuchtoverheid van mening dat de feiten ten laste van de Heer Dirk DE LAETER, Inspecteur van politie, erg zijn en wezenlijke elementen bevatten die één of meerdere tuchtvergrijpen uitmaken die aanleiding kunnen geven tot een zware tuchtsanctie, namelijk dat ze van aard zijn de waardigheid van het ambt in gevaar te brengen en een gebrek aan beroepsverplichtingen inhouden, meer bepaald aan deze opgenomen in de artikels 123, 1ste lid; 125, 1ste en 2de lid; en 132, 1ste lid van de wet van 07 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, die als volgt bepaald zijn : (...) Overwegende dat ingevolge de vastgestelde, vaststaande en weerhouden feiten, de Heer Dirk DE LAETER te kort geschoten heeft in zijn hierboven vermelde ambtsverplichtingen; Overwegende dat de ten laste gelegde, vaststaande en weerhouden feiten niet rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een opdracht van gerechtelijke politie; Overwegende de ernst van de feiten weerhouden ten laste van de Heer Dirk DE LAETER; Overwegende de stukken van het tuchtdossier, de vaststellingen en de verklaringen; Overwegende dat de feiten weerhouden en ten laste gelegd van de Heer Dirk DE LAETER van aard zijn de waardigheid van het ambt te schaden; Overwegende dat door zo te handelen, de Heer Dirk DE LAETER, zichzelf en het korps in diskrediet heeft gebracht ten overstaan van de bevolking, de overheden en zijn collega’s en op die manier te kort heeft geschoten in zijn ambtsplichten en zo de waardigheid van het ambt geschaad heeft. Gelet op de bepalingen van de wet van 13 mei 1999 en in het bijzonder de artikels 2, 3, 4, 5, 7, 9 t.e.m. 16, 32, 38 en 38bis; Overwegende wat voorafgaat; Overwegende de graad en hoedanigheid van de Heer Dirk DE LAETER, respectievelijk, inspecteur van politie en agent van gerechtelijke politie binnen IX-4631-6/11 de zone; dat dergelijke gedragingen uit hoofde van een politieambtenaar onaanvaardbaar zijn en moeten worden gesanctioneerd; Overwegende de hoedanigheid van politieambtenaar van de Heer Dirk DE LAETER met bevolen dienst, op het ogenblik van de feiten, en de hieraan verbonden verplichtingen; Overwegende het feit dat de Heer Dirk DE LAETER reeds een eerste maal, op 31 juli 2000 de zware tuchtsanctie van schorsing van 8 dagen werd opgelegd door de Burgemeester van Sint-Lambrechts-Woluwe, tuchtoverheid, ingevolge het gebruik van alcoholische dranken tijdens de dienst; Overwegende het feit dat de Heer Dirk DE LAETER op 08 augustus 2002 voor de tweede maal, de zware tuchtsanctie van de schorsing van 2 maanden (van 01-09 t.e.m. 31-10-2002) werd opgelegd door het Politiecollege, Hogere Tuchtoverheid, ingevolge het onder invloed van alcohol tijdens de dienst bevonden geweest te zijn; dat bij deze gelegenheid de hogere tuchtoverheid had besloten ‘dat een laatste signaal aan belanghebbende dient te worden gegeven teneinde hem nog een kans te geven zich te verbeteren en een psychologische, medische en sociale steun te vinden om zijn problemen op te lossen en van zijn verslaving te genezen’; Overwegende dat de hogere tuchtoverheid spijtig moet vaststellen dat de Heer Dirk DE LAETER naar aanleiding van onderhavige feiten onbetwistbaar blijk geeft van onverbeterlijk gedrag te zijn ondanks de hulp, steun en omkadering die hem geboden werden; dat de hogere tuchtoverheid moet vaststellen dat belanghebbende geen gevolg heeft gegeven aan de hem aangeboden hulp en steun; Overwegende dat de Heer Dirk DE LAETER geen rekening heeft gehouden met de waarschuwing van de hogere tuchtoverheid; Overwegende dat de Heer Dirk DE LAETER geen rekening heeft gehouden met de verschillende opmerkingen van zijn hiërarchische meerderen; Overwegende dat belanghebbende zijn gedrag en zijn manier van dienen niet heeft veranderd; Overwegende aldus dat het vertrouwen van de hogere tuchtoverheid en van de hiërarchie in de Heer Dirk DE LAETER niet meer bestaat; Overwegende dat de hogere tuchtoverheid geen andere keuze heeft te moeten vaststellen dat een heel zware en radicale sanctie aan betrokkene dient te worden opgelegd; dat belanghebbende de enige verantwoordelijke is van wat hem overkomt; dat de hiërarchie van het politiekorps en de hogere tuchtover- heid alles hebben gedaan wat mogelijk was om belanghebbende te helpen en hem zijn loopbaan verder te laten zetten; dat er spijtig vastgesteld moet worden dat al deze inspanningen niets hebben veranderd aan het gedrag van de Heer Dirk DE LAETER; Overwegende dat het elke politieambtenaar toekomt de gevolgen van zijn handelen volledig te aanvaarden en te verdragen; Overwegende de verschillende tuchtsancties ter beschikking van de Hogere Tuchtoverheid en rekening houdende met deze die het meest opportuun en evenredig geacht wordt om de vastgestelde, vaststaande, begane en weerhouden feiten in het kader van huidig tuchtdossier, te sanctioneren alsook rekening houdende met de opvoedende en ontradende aspecten ervan zowel voor betrokkene als voor alle personeelsleden en rekening houdend met wat voorafgaat; Gelet op haar beslissing dd. 18 maart 2004 houdende voorstel tot oplegging aan de Heer Dirk DE LAETER van de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege, voor de feiten gepleegd op 01 en 31-07-2003, 01, 04, 09, 10 en 31- 08-2003, 11, 27 en 28-09-2003 en 26-12-2003, weerhouden te zijnen laste en voorwerp uitmakend van het inleidend verslag van 22 januari 2004 aangevuld op 30 januari 2004; beslissing hem betekend op 18 maart 2004; IX-4631-7/11 Overwegende dat de Heer Dirk DE LAETER op 01 april 2004 een verzoek tot heroverweging bij de tuchtraad heeft ingediend; dat de hogere tuchtover- heid moet vaststellen dat de wettelijke termijn om zo een verzoek in te dienen op 28 maart 2004 om 24.00 uur verstreken was; dat dit verzoek tot heroverwe- ging toch aanvaard werd door de Tuchtraad; Gelet op het tussenadvies nr. VTH/04-011 van 19 mei 2004 van de tuchtraad houdende beslissing tot opschorting van de zaak tot op het ogenblik dat de zetel van de kamer opnieuw regelmatig zal kunnen worden samengesteld; tussenadvies ontvangen op 24 mei 2004; Gelet op het advies nr. VTH/04-011 van 12 juli 2004 van de tuchtraad; advies ontvangen op 15-07-2004; Overwegende dat door dit advies nr. VTH/04-011 de Tuchtraad oordeelt dat het verzoek tot heroverweging ingesteld door de Heer Dirk DE LAETER niet ontvankelijk is om reden van laattijdigheid; dat dit advies aldus geen nieuw element aanbrengt voor de hogere tuchtoverheid en voor haar voorstel tot zware tuchtstraf dd. 18 maart 2004; dat dit voorstel aldus bevestigd dient te worden; Na erover te hebben beraadslaagd; BESLIST : bij geheime stemming, bij meerderheid van stemmen; - Het advies nr. VTH/04-011 van 12 juli 2004 van de Tuchtraad te volgen; - Haar voorstel dd. 18 maart 2004 tot oplegging aan de Heer Dirk DE LAETER, (...) van de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege, (...) te bevestigen; - Dat deze tuchtstraf uitwerking zal hebben op de dag van de kennisgeving ervan aan de betrokkene (...)”.
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende dat verzoeker in zijn enig middel betoogt dat hij gestraft is met de op één na zwaarste straf, die in feite bedoeld is als een sanctie voor de ongeschiktheid voor de dienst, wanneer die te wijten is aan disciplinaire feiten; dat hij uiteenzet dat hij vroeger reeds tuchtstraffen heeft opgelopen, maar dat die straffen niet beletten dat de huidige sanctie niet in verhouding staat tot de gepleegde feiten; dat hij te dien aanzien stelt wat volgt: de bestreden beslissing vermeldt zelf dat de feiten geen rechtstreeks verband vertonen met de uitvoering van een opdracht van gerechtelijke politie, uit niets blijkt dat de vaststelling dat hij onder invloed van alcohol is geweest, zijn functioneren in het gedrang gebracht heeft, de uitvoering van zijn opdrachten verhinderd heeft of nadeel berokkend heeft aan het ambt; ook de inspecteur van de federale en de lokale politie achtte de voorgestelde straf te zwaar en stelde de terugzetting in weddeschaal voor; er is geen rekening gehouden IX-4631-8/11 met een schrijven van zijn collega’s -een brief van 7 mei 2004- waarin deze stelden dat zijn prestaties verbeterden, dat zij tevreden waren over zijn steun en medewer- king en dat zij konden rekenen op zijn efficiëntie en toewijding; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij er vooreerst op wijst dat de Raad van State het middel van de proportionaliteit slechts ernstig mag bevinden wanneer er een kennelijke wanverhouding bestaat tussen de gepleegde feiten en de opgelegde straf en dat die kennelijke wanverhouding in dit geval niet aanwezig is om volgende redenen: verzoeker is gestraft voor zes feiten die, als geheel een ernstige tekortkoming aan de beroepsverplichtingen en de waardigheid van het ambt insluiten en die dus geenszins te kwalificeren zijn als het eenmalig vervullen van zijn dienst onder invloed; er zijn twee antecedenten die steunen op drankmisbruik, één ervan bevat een waarschuwing, maar verzoeker heeft de hem aangeboden hulp niet aanvaard; rekening houdend met de ernst van de nieuwe feiten, de recidive, het onverbeterlijk gedrag van verzoeker en het negeren van aangeboden hulp heeft het bestuur niet onredelijk vastgesteld dat het geen vertrouwen meer in verzoeker kon hebben en dat een ontslagmaatregel -maar niet de zwaarste- zich opdrong; verzoeker kan niet ernstig voorhouden dat zijn alcoholgebruik geen invloed gehad heeft op zijn functioneren binnen de dienst, want het alcoholmisbruik op zich kan aanleiding geven tot tuchtrechtelijke vervolging en in ieder geval is verzoeker onregelmatig afwezig gebleven uit de dienst wat organisatorische gevolgen gehad heeft; de verwijzing, door het bestuur, naar de ontstentenis van gevolgen voor de opdrachten van gerechtelijke politie die verzoeker moest vervullen, belet niet dat er een zware tuchtstraf wordt uitgesproken; de bestreden beslissing is uitvoering gemotiveerd en wordt gedragen door een uitgebreid tuchtdossier; het advies van de inspecteur van de federale en de lokale politie -advies dat overigens gericht is aan de tuchtraad en niet aan de tuchtoverheid- is bij het dossier betrokken en het politiecollege heeft zijn eigen visie uitvoerig gemotiveerd; verzoeker heeft er zelf mee ingestemd om de brief van 7 mei 2004 van zijn collega’s niet bij het tuchtdossier te voegen -omdat de zaak reeds bij de tuchtraad aanhangig was- en in ieder geval verantwoorden de in het besluit vermelde motieven op afdoende wijze de opgelegde tuchtstraf; 3.3.
- Overwegende dat verzoeker de schending aanvoert van het evenredigheidsbeginsel doordat de opgelegde straf niet in redelijke verhouding zou staan tot de gepleegde feiten; dat dergelijk middel vooronderstelt dat de feiten bewezen zijn; dat het verzoekschrift geen enkele kritiek bevat op de beslissing van de verwerende partij om de ten laste gelegde feiten voor bewezen te houden; IX-4631-9/11 Overwegende dat de raadsvrouw van verzoeker ter terechtzitting het onevenredig karakter van de strafmaat koppelt aan het feit dat bepaalde tenlasteleggingen niet deugdelijk bewezen zijn; dat zij daarmee evenwel een nieuw middel ter sprake brengt dat in het verzoekschrift aangevoerd had moeten worden; dat de Raad van State daar geen acht mag op slaan; 3.3.
- Overwegende dat de Raad van State in de huidige stand van de rechtspleging, rekening houdend met de gegevens van het dossier, de argumentatie van de verwerende partij, zoals hiervoor weergegeven, bijvalt; dat verzoeker aldus niet aantoont dat er een kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die het bestuur voor bewezen heeft gehouden en de opgelegde tuchtstraf, in die zin dat het, in redelijkheid, ondenkbaar is dat enig bestuur in dezelfde omstandigheden dezelfde beslissing zou nemen; 3.3.
- Overwegende dat het aangevoerde middel niet ernstig is, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. IX-4631-10/11 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari 2000 en vijf, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4631-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.506 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.771 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div