id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.636 Rolnummer: A. 73985/XII-519 Zaak: Arrest 140636 - - 15/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-20 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 07:35 Fiche Arrest nr 140.636 van 15 februari 2005 - Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.636 van 15 februari 2005 in de zaak A. 73.985/XII-
- In zake : Jos RABIJNS, die woonplaats kiest bij advocaat J. Guns, kantoor houdende te Affligem, Kasteelstraat 58 tegen : de PROVINCIE LIMBURG. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jos Rabijns op 14 april 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 19 februari 1997 van de provincieraad van Limburg om hem in instantie van wedertewerkstelling te plaatsen en na één jaar in disponibiliteit wegens ontstentenis van betrekking; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 7 november 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 21 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 oktober 2004, datum waarop de zaak is uitgesteld tot de terechtzitting van 9 november 2004; Gelet op het uitstel van de zaak tot de terechtzitting van 23 november 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-519-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Guns, die verschijnt voor verzoeker, en van bestuurssecretarissen K. Vissers en T. Roosen, die verschijnen voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij besluit van 13 oktober 1995 de provincieraad van Limburg met ingang van 1 januari 1995 een nieuwe personeelsformatie van het administratief en technisch personeel vaststelt; dat de beide leidinggevende graden van de dienst gebouwen, namelijk de graden van hoofdingenieur-directeur en van adjunct-directeur, bekleed door verzoeker, respectievelijk Henri Van Lishout, niet meer in de organieke personeelsformatie voorkomen, maar in een overgangsformatie voor het vastbenoemd technisch personeel worden geplaatst; dat het “functies in overtal” zijn, die “eventuele vacatures in de organieke personeelsformatie van het technisch personeel [blokkeren]” en uitdovend zijn; Overwegende dat vanaf 1 februari 1996 de afgeslankte dienst gebouwen wordt opgenomen in de directie patrimonium, aan het hoofd waarvan een afdelingschef staat; dat vanaf dezelfde datum de functie van afdelingschef aan Henri Van Lishout wordt toegewezen; dat op 19 februari 1997 de provincieraad beslist verzoeker in instantie van wedertewerkstelling te plaatsen en na één jaar in disponibiliteit wegens ontstentenis van betrekking; dat onder meer wordt overwogen “dat de functie afdelingschef bij de directie patrimonium, die trouwens op dit ogenblik toegewezen is, geen geschikte taakinvulling is”, dat de door verzoeker enerzijds en door het bestuur anderzijds voorgestelde taakinvullingen evenmin als gepast worden beschouwd respectievelijk door het bestuur en door betrokkene, en dat er bijgevolg geen gepaste taakinvulling gevonden is; Overwegende dat verwerende partij verzoekers belang betwist; dat zij zulks aldus doet : “Wat verzoeker aanvecht is het besluit van de Provincieraad van Limburg van 19 februari 1997, waarbij hij in instantie van wedertewerkstelling wordt geplaats[t], en na één jaar in disponibiliteit wegens ontstentenis van betrekking. XII-519-2/4 Zoals hoger gezegd werd[,] werd bij besluit van de Provincieraad van Limburg dd. 13 oktober 1995 de functie van Hoofdingenieur-Architect- directeur, veranderd in Hoofdingenieur-directeur, afgeschaft. Voormeld besluit werd goedgekeurd bij Ministerieel besluit van 7 december
- Deze besluiten werden niet aangevochten en zijn derhalve definitief. In het voorjaar 1996 werd de heer Van Lishout benoemd tot afdelingschef aan het hoofd van de directie patrimonium. Dit besluit werd evenmin aangevochten. Bij ontstentenis van betrekking heeft verzoeker geen belang, moreel of financieel, bij de vernietiging van het aangevochten besluit. Wel integendeel”; Overwegende dat verzoeker ter verantwoording van zijn belang er op wijst, in het verzoekschrift, dat de bestreden beslissing hem “uit dienstverband” neemt en “op termijn financieel nefast” voor hem is; dat hij in de memorie van wederantwoord doet gelden dat zijn functie van hoofdingenieur- directeur op 13 oktober 1995 niet is afgeschaft, maar opgenomen werd in de overgangsformatie, dat de toewijzing van de functie van afdelingschef aan de vroegere adjunct-directeur pas met voldoende zekerheid uit de motivering van de thans bestreden beslissing blijkt, dat de uitvoering van die beslissing zijn goede naam, gezag en reputatie aantast, en getuigt “van een totale miskenning van de 27-jarige loopbaan en ervaring van verzoeker”; dat in de laatste memorie verzoeker, met een verwijzing naar zijn middelen, nog benadrukt wel degelijk belang bij zijn beroep te hebben, omdat bij het nemen van de aangevochten beslissing substantiële en in het belang van de rechtsonderhorige voorgeschreven procedures zijn miskend en omdat de beslissing een sanctie is; Overwegende dat de bestreden beslissing verzoeker in instantie van wedertewerkstelling plaatst en na één jaar in disponibiliteit wegens ontstentenis van betrekking; dat zij als zodanig zijn administratieve toestand wijzigt; dat zij hem vanaf het tweede jaar disponibiliteit ook een financieel nadeel doet lijden; dat een en ander in principe van aard is hem te grieven; Overwegende dat het voor de beoordeling van verzoekers belang om tegen die grievende beslissing op te komen, niet ter zake doet of verwerende partij zich voor de beslissing al dan niet terecht op de afwezigheid van een voor verzoeker gepaste taakinvulling of betrekking heeft gesteund; dat dit de grond van de zaak betreft; dat het in de fase van het onderzoek van de ontvankelijkheid volstaat, ter weerlegging van de besproken exceptie van niet-ontvankelijkheid van de vordering, vast te stellen dat de provincieraadsbeslissing van 13 oktober 1995 de graad van hoofdingenieur-directeur weliswaar uit het organieke kader heeft gelicht, XII-519-3/4 maar hem dan toch tevens, uitdovend, in overtal heeft gehandhaafd, en dat alvast blijkens de bestreden beslissing zelf, de functie van afdelingschef niet a priori als de enig denkbare taakinvulling voor verzoeker moet worden beschouwd; Overwegende dat de exceptie verworpen wordt, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-519-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.636 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.262 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.