← België

Arrest 140640 - - 15/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.640 Rolnummer: A. 68960/XII-2926 Zaak: Arrest 140640 - - 15/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-25 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 07:36 Fiche Arrest nr 140.640 van 15 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.640 van 15 februari 2005 in de zaak A. 68.960/XII-

  1. In zake : de NV BRINK'S-ZIEGLER, die woonplaats kiest bij advocaat E. Claes, kantoor houdende te Brussel, Luxemburgstraat 14 A tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaat B. Bronders, kantoor houdende te Oostende, E. Beernaertstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat NV Brink’s Ziegler op 15 mei 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 4 maart 1996 ter vervanging van het koninklijk besluit van 27 februari 1992 houdende regeling van bepaalde methodes voor beveiligd waardenvervoer, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 maart 1996; Gelet op het arrest nr. 61.944 van 25 september 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 6 februari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-2926-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van de verzoekende partij en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 15 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. Brondeel, die loco advocaat B. Bronders verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd P. De Wolf; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, ambtshalve, dat de bestreden beslissing met ingang van 17 maart 1997 is opgeheven door artikel 23 van het koninklijk besluit van 28 februari 1997 houdende regeling van bepaalde methodes ter beveiliging van het waardenvervoer; dat weliswaar verzoeker ook tegen het koninklijk besluit van 28 februari 1997 een annulatieberoep heeft ingesteld, maar dit beroep bij arrest van de Raad van State, nr. 140.639 van 15 februari 2005, is verworpen geworden; dat de opheffing van de aangevochten beslissing dienvolgens definitief is; Overwegende dat de opheffing verzoekster hetzelfde voordeel verschaft als een vernietiging, althans wat de periode vanaf 17 maart 1997 betreft; dat, zo verzoekster door de opheffing niet automatisch haar belang bij het beroep verliest, die opheffing haar belang wel twijfelachtig maakt; dat het in deze omstandigheden, om zich niet het vereiste actueel belang bij een retroactieve vernietiging ontzegd te zien worden, voor verzoekster zaak is op concrete wijze aannemelijk te maken dat zij door de toepassing van het bestreden besluit, vóór zijn opheffing, een nadeel heeft geleden; XII-2926-2/3 Overwegende dat een dergelijk nadeel niet wordt aangetoond; dat verzoekster geen laatste memorie indient ofschoon in het auditoraatsverslag wordt voorgesteld het beroep bij gemis aan belang te verwerpen tenzij ze aantoont “dat haar specifiek en in concreto nadeel werd berokkend”; dat zij ter terechtzitting niet eens verschijnt; Overwegende dat er reden is de vordering te verwerpen bij gebrek aan belang; dat, aangezien dit gebrek aan belang te wijten is aan het toedoen van de verwerende partij, het past de kosten te haren laste te leggen, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2926-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.640 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.61.944 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.