← België

Arrest 140645 - - 15/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.645 Rolnummer: Zaak: Arrest 140645 - - 15/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-23 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 07:36 Fiche Arrest nr 140.645 van 15 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.645 van 15 februari 2005 in de zaken A. 65.009/XII-

  1. A. 74.868/XII-
  2. In zake : Eric FEREMANS, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Bevrijdingslaan 4, bus 1 tegen :
  3. het GEMEENSCHAPSONDERWIJS,
  4. ERASMUSHOGESCHOOL BRUSSEL. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien een eerste verzoekschrift dat Eric Feremans op 4 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissingen waarbij verzoekers kandidatuurstellingen geweigerd wordt voor - de Raad van Bestuur voor de Erasmushogeschool - de Departementsraad bij de Erasmushogeschool - Departementshoofd bij de Erasmushogeschool”(zaak A. 65.009/XII-1860); Gezien een tweede verzoekschrift dat Eric Feremans op 3 juli 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van onbekende datum om : - de kandidaatstelling van verzoeker voor de Raad van Bestuur dd. 7 mei 1997 niet in overweging te nemen”(zaak A. 74.868/XII-813); Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 15 maart 1999 tot voeging van de zaken; XII-1860-1/4 Gelet op de beschikking van 15 maart 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van de dossiers gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 december 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat W. Veroeve, die loco advocaat R. Rombaut verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat een verzoeker, wil hij zijn belang bij het ingestelde beroep bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor zijn proces moet vertonen; dat voorts zijn houding het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook hij moet bijdragen, niet mag verstoren; dat hij om die redenen verplicht is zijn medewerking aan de rechter te verlenen wanneer hij daartoe wordt verzocht; dat wanneer zijn belang in vraag wordt gesteld, hij daarover een standpunt moet innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen; dat, wanneer hij bij de ingereedheidbrenging van de zaak om aanvullende informatie ter actualisering van het dossier wordt verzocht, hij aldus over het al dan niet bestaan van nieuwe gegevens uitsluitsel moet geven; Overwegende dat verzoeker geen antwoord heeft gegeven op de verschillende brieven van 8 juni 2004, 19 juli 2004 en 5 oktober 2004 waarbij in opdracht van de staatsraad-verslaggever wordt geïnformeerd naar zijn belangstelling voor de afhandeling van de zaken en wordt gevraagd of er zich sedert het beëindigen XII-1860-2/4 van de voorafgaande onderzoeksprocedure nog nieuwe feiten voorgedaan hebben die de afwikkeling van de beroepen kunnen beïnvloeden; dat er daarenboven in de eerste brief, van 8 juni 2004, waarvan verzoeker ook telkens kopie kreeg bij de twee latere herinneringsbrieven, uitdrukkelijk werd gevraagd, eensdeels, om “de nodige informatie te verstrekken ter actualisering van het dossier” ingevolge het eerder tussengekomen arrest nr. 111.495, van 15 oktober 2002, in een ander geschil tussen verzoeker en tweede verwerende partij en “de eventuele weerslag van dat arrest op het actuele belang van verzoeker bij de beroepen” en, anderdeels, de aandacht werd gevestigd op het arrest nr. 127.068, Meert, van 13 januari 2004 waar in een vergelijkbare zaak een beroep werd verworpen wegens gebrek aan belang; dat er in de brief van 5 oktober 2004 tevens op werd gewezen dat, indien verzoeker verzuimen zou te antwoorden, de Raad ertoe gebracht kon worden gebrek aan belang vast te stellen; dat verzoeker door deze brieven desalniettemin onbeantwoord te laten en aldus de rechter zijn medewerking te onthouden, blijk geeft van een gebrek aan belangstelling voor en belang bij de door hem ingediende beroepen; dat de verschijning van zijn raadsman ter terechtzitting dit niet meer kan verhelpen; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat de beroepen niet langer ontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel
  5. De beroepen worden verworpen. Artikel
  6. De kosten van de beroepen, bepaald op 272,69 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-1860-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1860-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.645 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.