id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.687 Rolnummer: A. 151512/X-11865 Zaak: Arrest 140687 - - 15/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-21 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 07:41 Fiche Arrest nr 140.687 van 15 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.687 van 15 februari 2005 in de zaak A. 151.512/X-11.
- In zake :
- Régine TERLIN,
- Liliane VERBRUGGEN,
- Pierre DELVOYE, die woonplaats kiezen bij Advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen :
- de gemeente KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Régine TERLIN, Liliane VERBRUGGEN en Pierre DELVOYE op 18 mei 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 23 april 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist waarbij aan de b.v.b.a. VEDECANE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor "het bouwen van een meergezinswoning" aan de Kruindreef nr. 5 te Knokke-Heist op een perceel kadastraal bekend Sectie F, nr. 0328 a; Gelet op het arrest nr. 131.423 van 13 mei 2004 waarbij de afstand van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd, en de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ten laste van de verzoekende partijen worden gelegd; Gezien de nota's van de verwerende partijen; X-11.865-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 februari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaten D. LINDEMANS en T. EYSKENS, die verschijnen voor de verzoekende partijen, van Advocaat S. LUST die, loco Advocaat A. LUST verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat V. BRONDEEL die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten 1.
- Op 10 juli 2003 werd door de b.v.b.a. VEDECANE een aanvraag ingediend voor "het bouwen van een meergezinswoning" aan de Kruindreef nr. 5 te Knokke-Heist. Dit terrein is volgens het gewestplan Brugge-Oostkust, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 april 1977, gelegen in woongebied. Eerste verzoekende partij woont in een villa aan de Kruindreef 3, palend aan het kwestieuze perceel. Tweede verzoekende partij is eigenaar van een villa gelegen aan de Kruindreef 4, recht over het kwestieuze perceel. Ze verblijft in deze villa tijdens het weekeinde en in de verlofperiodes. Derde verzoekende partij is vruchtgebruiker van het appartement B/3 in de woongelegenheid "Monte Carlo" aan de Bergdreef 12 en kijkt uit op het kwestieuze perceel. X-11.865-2/4 1.
- Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 4 augustus 2003 tot 2 september
- Naar aanleiding daarvan werden 3 bezwaarschriften, waaronder van verzoekende partijen, ingediend. 1.
- Op 5 december 2003 werden de bezwaarschriften weerlegd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist. 1.
- Op 10 februari 2004 werd de aanvraag gunstig geadviseerd door de gemachtigde ambtenaar. 1.
- Bij besluit van 23 april 2004 werd de thans bestreden stedenbouwkundige vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist.
- De Ontvankelijkheid. Overwegende dat de verzoekende partijen hebben verkozen deze zaak aanhangig te maken bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, zetelend in kort geding; dat deze bij beschikking van 5 mei 2004 het volgende heeft beslist : "Leggen eerste verweerster het verbod op om de bouwaanvraag d.d. 10 juli 2003, zo zij wordt verleend, uit te voeren, zolang de 60-dagen termijn niet is verstreken waarbinnen eisers een verzoekschrift tegen de bedoelde vergunning bij de Raad van State kunnen indienen en zeggen voor recht dat het bevolen verbod van de tenuitvoerlegging ophoudt te bestaan voor zover eisers nalaten om eerst verweerster binnen een termijn van 30 dagen na het verlopen van de 60-dagen termijn, opnieuw in kort geding te dagvaarden voor de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg teneinde het handhaven van het verbod van de tenuitvoerlegging van de inmiddels voor de Raad van State bestreden vergunning te beoordelen"; Overwegende dat de eerste verwerende partij daaruit het volgende afleidt : "De tenuitvoerlegging van de litigieuze stedenbouwkundige vergunning wordt aldus voor onbepaalde tijd verboden, op voorwaarde dat de eisers in het burgerlijk geding binnen de daartoe voorziene termijn een beroep instellen bij de Raad van State, en binnen de termijn van 30 dagen na het verstrijken van de beroepstermijn voor de Raad van State de burgerlijke kortgedingrechter opnieuw vatten met een vordering tot handhaving van het uitgesproken verbod van tenuitvoerlegging. Aan beide voorwaarden is voldaan, zodat de litigieuze vergunning onuitvoerbaar blijft en de schorsing ervan door de Raad van State bijgevolg niets meer kan bijbrengen aan de verzoekende partijen"; X-11.865-3/4 Overwegende dat de verzoekende partijen hebben verkozen herstel van hun beweerd nadeel te bekomen voor de burgerlijke rechter; dat het vaststaat dat de bestreden beslissing thans is geschorst ingevolge voornoemde beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg; dat de verzoekende partijen niet aantonen dat zij in de huidige omstandigheden geen nieuwe, gelijkluidende, beslissing van deze rechter kunnen bekomen; dat de huidige vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging in de gegeven omstandigheden voor de verzoekende partijen geen bijkomend nut kan opleveren, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari 2005, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. E. BREWAEYS. X-11.865-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.687 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.423 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.090 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.