← België

Arrest 140688 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.688 Rolnummer: A. 155308/X-12031 Zaak: Arrest 140688 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-23 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 07:41 Fiche Arrest nr 140.688 van 15 februari 2005 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.688 van 15 februari 2005 in de zaak A. 155.308/X-12.

  1. In zake :
  2. Robert FRANS,
  3. Emiel KIEBOOMS, die woonplaats kiezen bij Advocaat G. JACOBS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, de Henninstraat 67-69, bus 5 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 KESSEL-LO, Tiensesteenweg
  4. tussenkomende partij : het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie (BLOSO), dat woonplaats kiest bij Advocaat K. RONSE, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149, bus
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Robert FRANS en Emiel KIEBOOMS op 14 september 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar van 23 augustus 2004 houdende afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan het BLOSO tot gedeeltelijke omgevingsaanleg van het Blosodomein (grond-, water-, wegenwerken en aanplantingen) te Zemst, Tervuursesteenweg, op een goed kadastraal bekend Sectie B, 2e blad; Gelet op het arrest nr. 134.851 van 10 september 2004 waarbij het verzoek tot tussenkomst van BLOSO in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen, de kosten ten laste van de X-12.031-1/11 verzoekende partijen en de kosten van de tussenkomst ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 januari 2005, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 4 februari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. JACOBS, die verschijnt voor verzoekers, van Advocaat M. VAES die, loco Advocaat Ph. DECERLCQ verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaten K. RONSE en V. PETITAT, die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het BLOSO met een verzoekschrift van 6 oktober 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  6. De feiten. 1.
  7. Op 14 januari 2003 werd door de tussenkomende partij een aanvraag ingediend tot gedeeltelijke omgevingsaanleg van het Blosodomein (grond-, water-, wegenwerken en aanplantingen) te Zemst, Tervuursesteenweg. De werken worden op het eerste gezicht grotendeels uitgevoerd op een goed dat overeenkomstig het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, gelegen is in recreatiegebied, palend aan een X-12.031-2/11 natuurgebied. Uit een door de tussenkomende partij neergelegd stuk blijkt dat bepaalde werken in het natuurgebied worden uitgevoerd. Verzoekende partijen beweren eigenaar en bewoner te zijn van een woning gelegen aan de rand van dit domein. 1.
  8. Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 31 januari 2003 tot 3 maart 2003 naar aanleiding waarvan 1 bezwaarschrift werd ingediend. Op 27 februari 2003 werd de aanvraag gunstig geadviseerd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boortmeerbeek. De afdeling Natuur verleende op 24 februari 2003 een gunstig advies. De afdeling Bos en Groen geeft na het voorwaardelijk positief advies van 10 maart 2003 op 2 december 2003 een gunstig advies. Op 7 april 2003 bracht het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zemst een ongunstig advies uit. Bij besluit van 30 april 2003 werd de stedenbouwkundige vergunning verleend door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar. 1.
  9. Bij besluit van 23 augustus 2004 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar wordt een nieuwe stedenbouwkundige vergunning aan het BLOSO verleend tot gedeeltelijke omgevingsaanleg van het Blosodomein (grond-, water-, wegenwerken en aanplantingen) op een goed gelegen te Zemst, Tervuursesteenweg. Dit is het bestreden besluit. Door de verzoekende partijen werd op 3 september 2004 een vordering tot schorsing bij wege van uiterst dringende noodzakelijkheid ingesteld tegen dezelfde bestreden beslissing (zaak gekend onder hetzelfde nummer). Bij arrest nr. 134.851 werd de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid verworpen op grond van volgende overweging : "Overwegende dat de verzoekende partijen hun nadeel situeren op het vlak van de verandering van het uitzicht dat ze genieten - door het kappen van ongeveer 1050 bomen en ingevolge de aanleg van een 'verbindingsweg', de hinder die ten gevolge van de geplande uitbreiding met nieuwe recreatieve activiteiten zal ontstaan, het verlies van een door de omwonenden gewaardeerde ecologische leefomgeving en het moeten wijken van rustige wandelpaden voor een recreatieve structuur; dat het nadeel betrokken op het verlies aan uitzicht ingevolge het kappen van bomen - dat zich in de eerste fase situeerde - zich thans reeds volkomen lijkt te hebben gerealiseerd zodat dit de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering niet meer kan verantwoorden."; X-12.031-3/11
  10. Beoordeling Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partijen met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende uiteenzetten : "Zowel eerste als tweede verzoekende partij zijn eigenaar van een woning die zij zelf bewonen, gelegen aan de rand van het Bloso-domein Hofstade en hebben een rechtstreeks uitzicht op de plaats waar de vergunde werkzaamheden en handelingen plaats vinden. Dit werd reeds naar aanleiding van de eerste schorsingsprocedure vastgesteld en aangetoond aan de hand van de stukken (...), en werd trouwens nooit betwist door verwerende partij, noch door de tussenkomende partij. - Verandering van het uitzicht Ten gevolge van de door de bestreden beslissing vergunde werken zal het uitzicht dat zij hadden op het domein aanzienlijk wijzigen, doordat onder meer op de terreinen recht tegenover hun respectievelijke eigendommen een grote hoeveelheid bomen zal worden geveld om plaats te maken voor het uitvoeren van de werken. Het uitzicht dat verzoekende partijen hadden op het domein zal onherroepelijk te niet worden gedaan, hetgeen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel inhoudt. (...). Het uitzicht dat verzoekende partijen hadden zal onder meer gelet op de massiviteit van het geplande rooien (ongeveer 1050 bomen waarvan een groot aantal meer dan 100 jaar oud) de onmiddellijke omgeving palend aan de woonomgeving voor verzoekende partijen, evenals voor de volgende generaties van omwonenden, onherroepelijk verloren doen gaan. Zo zal concreet ondermeer tussen de ringgracht en de omheining een verbindingsweg komen tussen de hoofdparking aan ingang C en de parking aan ingang E, daar waar hier voorheen een rustige zone met wandelgelegenheid was. Verzoekende partijen hebben een rechtstreeks uitzicht op deze zone. Ook (het) daarnaast gelegen wandelgebied moet zonder enige visie op goede ruimtelijke ordening en de plaatselijke draagkracht van het gebied plaats maken voor recreatieve inrichtingen. Een esthetisch nadeel werd door Uw Raad reeds in het verleden aanvaard als een ernstig nadeel. (...) Er is natuurlijk niet alleen het esthetische nadeel. - Hinder In de onmiddellijke nabijheid zal ondermeer een evenementenweide en een sportveld worden aangelegd (zie plan 928AL — 02/12/00). Een groot deel van de beboste oppervlakte in de onmiddellijke omgeving moet plaats maken voor de daartoe vereiste verhardingen. Ten gevolge van de geplande uitbreiding met nieuwe recreatieve activiteiten in de onmiddellijke omgeving van de woningen van verzoekende partijen zullen X-12.031-4/11 zij aanmerkelijke bijkomende hinder (geluidshinder en overlast ten gevolge van de aanwezige recreanten) moeten ondergaan. - Verlies aan een door de omwonenden gewaardeerde ecologische leefomgeving Het feit te wonen tegen een gebied dat gekenmerkt wordt door zijn natuurgebieden en dicht beboste (recreatie)gebieden, brengt met zich mee dat de omwonenden, waaronder verzoekende partijen, zich zijn gaan hechten aan de ecologische waarde van hun eigen leefomgeving. Het gebied leende zich ook bij uitstek om de natuur van naderbij te observeren, zijnde één van de vrijetijdsbestedingen van verzoekende partijen, evenals van vele andere omwonenden. In het gebied broeden zeldzame soorten vogels (waaronder een kleine populatie ijsvogels). Dergelijke habitats en de fauna en flora vernietigen is meer dan het creëren van een louter ecologisch nadeel, doch bovendien het veroorzaken van een niet te herstellen ernstig persoonlijk nadeel dat zijn weerslag zal hebben op het leefklimaat van de huidige omwonenden, hetgeen generaties lang zal meegedragen worden. Dergelijk nadeel is een ernstig nadeel (...). Gelet op het feit dat de ecologische waarde van het gebied door de omwonenden als het belangrijkste element wordt aanzien voor het bepalen van de kwaliteit van hun woonomgeving en woonklimaat, betekent elke inbreuk op de ecologische waarde van het gebied natuurlijk ook een inbreuk op hun persoonlijke woon- en leefomgeving. De ecologische schade strekt de verzoekende partijen dan ook tot een persoonlijk nadeel, net om de reden dat zij reeds gedurende tientallen jaren konden genieten van het natuurschoon dat in harmonie met de recreatieve bestemming werd gevrijwaard. Daar dreigt nu abrupt een definitief einde te worden gesteld. Bovendien is het nadeel moeilijk te herstellen. Zo oordeelde Uw Raad in het verleden in een vergelijkbare zaak dat de werken die impliceren dat een bos met beuken die minstens een eeuw oud zijn en het feit dat de op natuurlijke wijze ontstane vegetatie zou moeten plaats maken voor grote oppervlakten gazon schade toebrengt aan het leefmilieu die na een gebeurlijk vernietigingsarrest niet zomaar kan goedgemaakt worden door bijvoorbeeld nieuwe aanplantingen. (...) Dat verzoekende partijen niet de enigen zijn die belang hechten aan de waarde van het gebied, blijkt uit de petitie die werd gehouden en die door 1392 personen werd ondertekend. (...) - Rustige wandelpaden moeten wijken voor recreatieve infrastructuur Voor verzoekende partijen, net als voor de andere omwonenden was en is het gebied ook een belangrijke plaats ter invulling van hun levenskwaliteit, onder meer doordat zij in het gebied rustige wandelingen konden maken. De wandelpaden dienen thans plaats te maken voor een zeer grootschalig project waar de recreatieve bestemming op een brutale wijze wordt verwezenlijkt, zonder oog voor de gedurende tientallen jaren bestaande leefomgeving van de omwonenden. Ten gevolge van de vergunde werken, deels in natuurgebied gelegen, zal het gebied dat vroeger als rustige wandel- en pleisterplaats werd gebruikt, onherroepelijk vernietigd te worden. Vermits de vergunde werken allen kaderen in een aanzienlijke uitbreiding van de op het terrein aanwezige recreatieve activiteiten - aanleg van wildwaterbaan, aanleg van een volkssportentuin, aanleg van een grote evenementenweide evenals de aanleg van een nieuw sportveld - (allen aan de zijde van de Tervuursesteenweg en de Trianonlaan, zijnde in de onmiddellijke nabijheid van de woningen van verzoekende partijen) zal de directe hinder voor verzoekende partijen vanwege deze activiteiten ook aanzienlijk toenemen. Dat al deze nadelen moeilijk herstelbaar zullen zijn is duidelijk. Het gebied is immers zeer kwetsbaar gelet op zijn ecologische en landschappelijke X-12.031-5/11 kwaliteiten. Er werd een vergunning verleend om ongeveer 1050 bomen te rooien, waarbij bepaalde landschapselementen onherroepelijk zullen verdwijnen. De verschillende wandelroutes zullen onherroepelijk verdwijnen. Het harmonieuze uitzicht waarvan verzoekende partijen konden genieten zal voorgoed vervangen worden door het uitzicht op een zware artificiële ringgracht en een verbindingsweg. Het nadeel dat verzoekende partijen lijden is dan ook een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, hetgeen trouwens bevestigd werd door Uw Raad in het arrest nr. 134294 van 13 augustus
  11. Het feit dat de werken reeds vergevorderd zijn kan niet inhouden dat verzoekende partijen geen belang meer zouden hebben bij de schorsing van de bestreden beslissing op zeer korte termijn. (...) Verzoekende partijen wijzen erop dat de vergunde werken worden uitgevoerd in 4 fasen, waarvan thans de 1ste fase in uitvoering is (aanleg ringgrachten en centrale as tot aan de Fuutlaan, plaatsen van bruggen en pompen). De volgende uit te voeren fasen zijn : - fase 2 : aanleg ringweg, parkings en bufferzone rond Trianondreef - fase 3 : aanleg sportvelden en evenementenweide - fase 4 : aanleg speeltuin en park. Al deze werken zijn in de onmiddellijke nabijheid van verzoekende partijen gelegen. Verzoekende partijen behouden belang bij een schorsing zolang de bouwwerken niet zijn voleindigd. (...) Vermits de werken van de eerste fase op dit ogenblik nog geenszins beëindigd zijn, en een groot deel van de werken nog dient uitgevoerd te worden, dringt een schorsing zich dan ook op."; Overwegende dat de verwerende partij daartegenover stelt : "Vooreerst moet worden opgemerkt dat voor zover de nadelen al zouden worden aanvaard als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, de schorsing van de tenuitvoerlegging niet kan worden bevolen wanneer dit geen effect meer heeft om het nadeel te verhinderen. Wanneer verzoekende partijen thans wensen aanspraak te maken op een ongewijzigd uitzicht, moet worden vastgesteld dat dit uitzicht reeds veranderd is door de uitgevoerde werken en, meer in het bijzonder wat het vellen van de bomen betreft, deze reeds geveld zijn, zodat de gevorderde schorsing geen enkel effect heeft wat dit betreft. Voor zover aan het uitzicht bij de uitvoering van de thans bestreden vergunning nog enige verandering zou aangebracht worden, is het duidelijk dat dit om een verbetering gaat en geenszins een verslechtering van het esthetische uitzicht. Thans zijn de werken aan de gang en wat betreft de esthetische veranderingen reeds zo ver gevorderd dat wat nog overblijft als uitvoeringswerkzaamheden, verbeteringswerken en verfraaiingswerken zullen zijn. Wat het aspect hinder betreft, is deze vooreerst geenszins bewezen, evenmin worden er concrete gegevens meegedeeld m.b.t. de eventuele hinder t.a.v. de verzoekende partijen zelf in persoonlijke naam te lijden. Wel is onmiddellijk duidelijk dat de hinder die wordt toegeschreven aan een evenementenweide en een aanleg van een sportveld, precies een hinder is die het gevolg is niet van de uitvoering van de thans bestreden beslissing, doch wel van de bestemming zelf in recreatiegebied. Zo werd reeds beslist dat voor zover het nadeel het gevolg is van de bestemming van een gebied, dit niet het gevolg is van de uitvoering van de X-12.031-6/11 bestreden vergunning (zo werd reeds geoordeeld m.b.t. een voorgehouden moeilijk te herstellen ernstig nadeel : 'Dat deze door voornoemde verzoekers niet met concrete en precieze gegevens onderbouwde nadelen en overigens veeleer hun rechtstreekse oorsprong blijken te vinden in de bestemming woongebied die het gewestplan aan het betrokken gebied heeft gegeven en niet in de bestreden verkavelingsvergunning die deze bestemming realiseert; Dat dezelfde vaststelling opgaat voor de door de overige verzoekers - die ook geen voldoende concrete gegevens verschaffen inzake de ligging van hun percelen, noch van hun huidige inrichting - aangevoerde nadelen betrokken op de verstoring van de leefkwaliteit de privacy, het woongenot en de rust in de wijk.'. (...). Wat het aspect 'ecologische leefomgeving' betreft, is het nadeel dat verzoekende partijen voorhouden een louter hypothetisch nadeel in strijd met de overweging in de bestreden beslissing die overigens niet in de middelen (inzonderheid het tweede middel) wordt bestreden waar wordt gesteld : 'Met deze werken wordt tevens een vernatting van het domein beoogd teneinde de biodiversiteiten langs en rond de oevers te stimuleren.'. Eveneens is de bestreden overweging in het besluit : 'De bomen die in dit gedeelte van het domein zullen worden gekapt zijn bedoeld om een grotere lichtinval te bekomen en de gediversifieerde soorten groei in de kruidlaag te bevorderen. De kapping is ook nodig om de omsluiting en verbreding van de ringgracht mogelijk te maken ... De kapping is ook nodig om agressieve exoten, zieke bomen of bomen die de groei van jongere bomen belemmeren, te verwijderen.'. Dit brengt mee dat, in tegenstelling tot wat verzoekende partijen losweg zonder bewijs beweren, de ecologische leefomgeving niet verloren zal gaan maar wel gewaarborgd wordt. Ook voor wat betreft de hinder die wordt gesitueerd in het verlies van rustige wandelwegen moet worden opgemerkt dat vooreerst verzoekende partijen onduidelijk zijn met de bewijsvoering van dit voorgehouden moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Verzoekende partijen situeren deze rustige wandelwegen in 'het gebied' zonder te specificeren om welke wandelwegen in welk gebied het precies gaat. Uit de uiteenzetting van dit aspect van het nadeel blijkt dat verzoekende partijen dit nadeel situeren in het volledige gebied en verzoekende partijen kunnen geenszins voorhouden dat de bestaande rustige wandelpaden op geen enkele wijze zouden mogen worden verlegd, verbeterd, veranderd. Er moet rekening gehouden worden met de valorisatie van het gebied bestaande uit én recreatiegebied én voor een klein gedeelte natuurgebied. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat precies het aspect 'wandelen' gevrijwaard wordt en zelfs gevaloriseerd wordt. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is aldus niet bewezen, niet ernstig, niet moeilijk te herstellen."; Overwegende dat de tussenkomende partij het volgende laat gelden : "Het nadeel is definitief geleden Er moet worden vastgesteld dat de werken die verzoekers als persoonlijk nadeel bestempelen, meer in het bijzonder de kapping van de bomen en de aanleg van de ringgracht, volledig uitgevoerd zijn, en bijgevolg het hoofdnadeel van verzoekende partijen definitief geleden is. X-12.031-7/11 Dit werd tevens vastgesteld door de Raad van State bij arrest nr. 134.851 van 10 september 2004 : 'Dat het nadeel betrokken op het verlies aan uitzicht ingevolge het kappen van de bomen - zich in de eerste fase situeerde - zich thans reeds volkomen lijkt te hebben gerealiseerd zodat dit de uiterst dringende noodzakelijkheid niet meer kan verantwoorden'. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan op dit punt bijgevolg geen nuttig effect sorteren. Het bestek voorziet immers een uitvoeringstermijn van 120 dagen voor de uitvoering van de eerste fase van de werken (...). De eerste fase is ondertussen afgewerkt. Het kappen van de bomen en de aanleg van ringgracht, die verzoekers meermaals aanhalen om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel te verantwoorden, werden reeds voltooid (...). De factuur van de aannemer voor het kappen van de bomen werd ook betaald (...). Verzoekers beschikken hierdoor niet meer over het vereiste belang om huidig schorsingsverzoek te handhaven, vermits het nadeel waarvan verzoekers gewag maken reeds definitief geleden is (...). Verzoekers kunnen in dit stadium van het geding enkel nadelen inroepen die betrekking hebben op de uitvoering van de tweede, derde en vierde fase van de werken, m.n. verandering van uitzicht door aanleg van ringweg in recreatiegebied, hinder door installatie van recreatieve infrastructuur en verdwijnen van ecologische waarde en woonklimaat in het gebied. Verzoekers laten echter na dit nadeel concreet te maken. Er moet echter worden vastgesteld dat dit 'resterende' nadeel, waarvoor een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging nog enig effect kan ressorteren, niet ernstig is. Het nadeel is niet ernstig Er moet worden vastgesteld dat (het resterende) nadeel dat verzoekers inroepen niet ernstig is, enerzijds dit nadeel niet voortvloeit uit de bestreden beslissing maar uit de voorschrift van het gewestplan, en anderzijds omdat het nadeel tijdelijk is of in ieder geval louter subjectief is. Vooraf moet worden opgemerkt dat verzoekers op talrijke punten de technische beoordeling van de bestreden beslissing bekritiseren (uitgestrektheid van de ringgracht, aanleg van fontein, kapping van de bomen, aanleg van verhardingen en wegen, inbuizing van een beek...). Verzoekers stellen hiermee in feite de opportuniteit van de uit te voeren werken in vraag. Er moet worden opgemerkt dat de Raad van State deze technische en opportuniteitsbeoordeling slechts marginaal kan toetsen, vermits de technische keuze en uitvoering van de werken door de vergunningverlenende overheid discretionair gebeurd. De beweringen van verzoekers omtrent het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, en alle technische aspecten, werden reeds in de bestreden beslissing op gemotiveerde wijze weerlegd. Verder moet worden vastgesteld dat de (resterende) nadelen uit de tweede, derde en vierde fase van de werken, m.n. het uitzicht op nieuwe sportinfrastructuur (aanleg sportveld, verbindingsweg parkings, bufferzone, evenementenweide, speeltuin) en hierdoor teweeggebrachte hinder, nadelen zijn die in wezen voortvloeien uit de vormvoorschriften van het gewestplan. De werken uit deze fases worden immers uitgevoerd in recreatief gebied, waar overigens steeds een recreatieve infrastructuur met bijhorende activiteiten aanwezig waren. Reeds eerder oordeelde de Raad van State dat indien het nadeel in wezen voortvloeit uit de vormvoorschriften van het gewestplan, en bijgevolg niet uit de bestreden vergunning, er geen moeilijk te herstellen nadeel voorhanden is (...). X-12.031-8/11 Het is bijgevolg evident dat verzoekers die uitzicht hebben op recreatief domein, uitzicht kunnen hebben (op) een recreatieve infrastructuur en de daarbij horende toegangswegen. Het is al even evident dat in een recreatief domein wandelwegen en waterpartijen worden heraangelegd teneinde aan de nieuwe recreatieve behoeften te voldoen. Ten aanzien van hinder die mogelijk veroorzaakt wordt door recreatieve activiteiten en infrastructuur, geldt een hogere tolerantiedrempel, wanneer deze inrichting gelegen is in een recreatief gebied (...). De geplande werken beogen tevens geen uitbreiding van de bestaande recreatieve infrastructuur, maar integendeel een betere ruimtelijke ordening en optimale verweving van de bestaande functies (sport, recreatie en natuur), waarmee de verzoekende partijen sinds jaren geconfronteerd worden. De (verkeers)overlast op het terrein en in de buurt zal dezelfde blijven, aangezien de parkeercapaciteit, zoals beschreven in de vergunningsvoorwaarden, ongewijzigd blijft. Er wordt gezocht naar alternatieve manieren om het domein te bereiken, door de aanleg van bijkomende fietsenstallingen en korte wandelroutes tot aan trein- of bushaltes. Er wordt tenslotte een ringweg aangelegd wat het gebied beter bereikbaar zal maken en een bufferzone ingeplant (bestaande uit de ringgracht en een groene gordel) die het binnengebied zal afschermen van de buitenzone, waar de verzoekende partijen wonen (...). Op die manier worden de omwonenden optimaal afgeschermd van een mogelijke hinder uit het binnengebied. Het nadeel waarop verzoekers zich nog kunnen beroep in deze stand van het geding is bijgevolg niet ernstig. Het nadeel is tenslotte niet ernstig omdat het in eerste instantie slechts een algemeen ecologisch nadeel is dat verzoekers geenszins persoonlijk treft, en bovendien kennelijk onjuist is. Verzoekers blijven de verandering van het uitzicht door de kapping van de bomen, de aanleg van een ringweg -en gracht, de aanleg van een fontein aanhalen als ernstig nadeel, bestaande uit de aantasting van de ecologische waarde van het domein. In een eerste fase werden er inderdaad bomen gekapt in een zone die in het zicht ligt van de verzoekende partijen (...). Er is selectief omgesprongen met het kappen van bomen. De kapping was in eerste instantie ook noodzakelijk om de omsluiting en verbreding van de ringgracht mogelijk te maken (...). In tweede instantie werd de kapping uitgevoerd om meer lichtinval mogelijk te maken op de kruidlaag en aldus de groei van een gediversifieerde vegetatie mogelijk te maken. De kapping was ook noodzakelijk om agressieve exoten, zieke bomen, of bomen die de groei van jongere bomen belemmeren te verwijderen. Tenslotte zal er, zoals er werd overeengekomen op de overleg-vergadering met de afdeling bos en groen, in een latere fase een beplantingsvoorstel worden gedaan (...). De bodemstructuur moet immers geruime tijd rusten voordat beplantingen kunnen overwogen worden. Het uitzicht zal voor de verzoekende partijen misschien tijdelijk wat veranderen, maar zal na verloop van tijd door nieuwe beplantingen en door een spontane en gediversifieerde natuurlijke groenontwikkeling biologisch rijker zijn dan voorheen. De argumentatie van de verzoekende partijen m.b.t. de 'onherroepelijke vernietiging van de ecologische waarde, de levensomgeving en de levenskwaliteit' komt bijzonder gratuit over en berust op een louter subjectieve indruk. De aangevraagde werken beogen precies de herwaardering van het domein dat vandaag tekenen van verval en wanorde vertoont. De aangevraagde werken trachten de recreatieve, sport- en natuurfunctie van het domein in een X-12.031-9/11 harmonieus geheel te herstellen. Ze beogen in het bijzonder het natuurlijk karakter van het domein te herstellen. De ringgracht die nu op bepaalde plaatsen gedept of uitgedroogd is, wordt verplaatst. Deze ringgracht was reeds voor ¾ aanwezig en wordt geenszins op artificiële wijze aangelegd, maar wordt enkel uitgebaggerd en voorzien van milieuvriendelijke oeverbescherming. De ringgracht wordt doorgetrokken om een natuurlijke scheiding te vormen tussen het recreatiegebied en het natuurgebied. Hierdoor wordt een gebied waar vooral aalscholvers overnachten, afgeschermd van het grote publiek. De fontein is noodzakelijk om zuurstof in het water aan te leggen. De aanleg van deze fontein in een vijver van 35ha (en niet 60ha) werd voorgesteld door de Visserijcommissie. Nu moet bij warm weer een beroep worden gedaan op de brandweer om met waterpompen het zuurstofgehalte in de vijver te verhogen. Dit jaar nog manifesteerde er zich in de maand juni een uitgesproken vissterfte te wijten aan een zuurstoftekort in het water. De Zwarte beek wordt terug in een open bedding gebracht zodat de natuurlijke vegetatie zich opnieuw kan herstellen. Waar de ringgracht wordt heraangelegd of de beek zijn natuurlijk verloop weer wordt verleend, moeten er noodzakelijkerwijze bomen verwijderd worden, maar er is geenszins sprake van een kaalslag of een ontbossing. De kappingen passen in een nauwkeurig uitgedacht natuurbeheersplan dat de natuurwaarde van het domein zal verhogen. De verzoekende partijen verwarren dan ook 'groen' en 'vegetatie met een hoge natuurwaarde'. Vegetatie met een hoge natuurwaarde wordt gekenmerkt door soortendiversiteit. Deze soortendiversiteit is op het domein door de tand des tijds teniet gegaan. Niet-inheemse vegetatie (exoten, zoals vogelkers en Amerikaanse eik) of sterk competitieve soorten (zoals esdoorn en Italiaanse populier) hebben de bestaande diversiteit verdrongen. Door een gepast natuur-technisch beheer, in casu vernatting van de gronden door de aanleg van grachten en het kappen van bomen, wordt getracht de ecologische diversiteit op het domein te herstellen. De kapping van de bomen zorgt voor meer lichtinval en stimuleert de ontwikkeling van een gediversifieerde vegetatie. De aanleg van de grachten waar in de toekomst stromend water zal lopen, draagt bij tot de vernatting van het gebied en stimuleert diezelfde ontwikkeling van fauna en flora (...). De uitvoering van de werken zal dus de 'ecologische waarde' van het domein niet 'onherroepelijk vernietigen' maar integendeel, herstellen, herwaarderen en diversifiëren. Het domein zal in de toekomst nog steeds als wandel- en pleisterplaats kunnen fungeren. Zoals blijkt uit de plannen van de vergunningsaanvraag zijn, weliswaar nieuwe, wandelpaden voorzien. Het door verzoekers ingeroepen nadeel is bijgevolg niet ernstig."; Overwegende dat uit het arrest nr. 134.851 van 10 september 2004 blijkt dat de door de verzoekende partijen ingeroepen visuele hinder ingevolge het kappen van bomen zich reeds heeft gerealiseerd; dat hetzelfde geldt voor de hinder die voortvloeit uit de andere werken die het voorwerp uitmaken van de reeds uitgevoerde eerste fase (aanleg ringgrachten en centrale as, plaatsen van bruggen en pompen); dat de hinder die zou voortvloeien uit de recreatieve activiteiten -die overigens voorheen ook reeds bestonden- het gevolg is van de gewestplanbestemming van het gebied; dat het voorgehouden "verlies aan een door de omwonenden gewaardeerde ecologische leefomgeving" en de bewering dat X-12.031-10/11 "rustige wandelpaden moeten wijken voor de recreatieve infrastructuur" enkel berusten op loutere beweringen, die door de wederpartijen worden tegengesproken, en die door geen enkel bewijskrachtig gegeven worden gestaafd; dat aldus aan een der voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan; dat zulks volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken, BESLUIT: Artikel
  12. Het verzoek tot tussenkomst van het BLOSO in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  13. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  14. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari 2005, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. E. BREWAEYS. X-12.031-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.688 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.851 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.763 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.463 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.