id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.739 Rolnummer: A. 150972/X-11855 Zaak: Arrest 140739 - - 16/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-23 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 07:44 Fiche Arrest nr 140.739 van 16 februari 2005 - Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.739 van 16 februari 2005 in de zaak A. 150.972/X-11.
- In zake : Rafaël RABAEY, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 BRUGGE SINT-ANDRIES, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen :
- de bestendige deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN,
- de stad GISTEL, die woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rafaël RABAEY op 22 april 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : "a. in hoofdorde : a.
- het besluit van de bestendige deputatie van West-Vlaanderen dd. 29 januari 2004 - bij uittreksel gepubliceerd in het staatsblad van 24 februari 2004 - houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Gistel; a.
- het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Gistel dd. 4 september 2003 houdende vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan; b. in subsidiaire orde : b.
- het besluit van de bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen dd. 29 januari 2004 - bij uittreksel gepubliceerd in het staatsblad van 24 februari 2004 - in zoverre het goedkeuring verleent aan : ‚ het randnummer 2.2 van het richtinggevend gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Gistel (p. 15 t.e.m. 22), ‚ het randnummer 1.2.
- van het bindend gedeelte van het gemeente- lijk ruimtelijk structuurplan Gistel ‚ het randnummer 1.2.2, eerste streepje, van het bindend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Gistel, behoudens wat de tweede fase betreft, ‚ het randnummer 2.4, 'Gistel werkt', eerste streepje, van het bindend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Gistel. X-11.855-1/5 b.
- het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Gistel dd. 4 september 2003 in de mate het de definitieve vaststelling inhoudt van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan als bepaald sub b.1."; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. LUST, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-adviseur P. DEFOORT, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat P. LOUAGE die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de auditeur-generaal; Overwegende dat de tweede verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist wat het voorwerp van het beroep betreft; dat zij doet gelden dat de bestreden beslissingen geen voor vernietiging vatbare rechtshande- lingen zijn omdat zij, samengevat, geen directe rechtsgevolgen hebben; Overwegende dat een beroep tot nietigverklaring - en een vordering tot schorsing als accessorium - krachtens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een administratieve rechtshandeling tot voorwerp moet hebben; dat onder rechtshandeling in de zin van voormelde bepaling dient te worden verstaan een handeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen te doen ontstaan of te X-11.855-2/5 beletten dat zij tot stand komen, m.a.w. wordt beoogd wijzigingen aan te brengen in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand dan wel zodanige wijziging te beletten; Overwegende dat in casu in hoofdorde de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd van de beslissing van 4 september 2003 van de gemeenteraad van de stad Gistel houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (tweede bestreden beslissing) en van het besluit van 29 januari 2004 van de bestendige deputatie van de provincie West- Vlaanderen houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Gistel (tweede bestreden beslissing); dat in bijkomende orde de partiële schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd van beide voornoemde beslissingen; Overwegende dat artikel 18 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, hierna het decreet ruimtelijke ordening genoemd, een ruimtelijk structuurplan definieert als volgt : "Onder ruimtelijk structuurplan wordt verstaan een beleidsdocument dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een langeter- mijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied in kwestie. Het is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen"; Overwegende dat artikel 19, § 5, van hetzelfde decreet luidt als volgt : "Na de vaststelling van een ruimtelijk structuurplan neemt de overheid die het structuurplan heeft vastgesteld de nodige maatregelen om de ruimtelijke uitvoeringsplannen in kwestie in overeenstemming te brengen met het ruimtelijk structuurplan"; dat artikel 19, § 6, van hetzelfde decreet bepaalt wat volgt : "De ruimtelijke structuurplannen vormen geen beoordelingsgrond voor de werken en handelingen, bedoeld in artikelen 99 en 101, noch voor een stedenbouwkundig uittreksel en attest, bedoeld in artikel 135"; dat artikel 19, § 2, eerste en vierde lid, van hetzelfde decreet bepaalt wat volgt : "§2.Bij het opmaken van een ruimtelijk structuurplan duidt de instantie die het plan definitief vaststelt de onderdelen ervan aan die bindend zijn (...) Voor het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zijn deze onderdelen bindend voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren"; X-11.855-3/5 Overwegende dat uit de hiervoor aangehaalde bepalingen op het eerste gezicht kan worden afgeleid dat het bestreden gemeentelijk ruimtelijk structuurplan een beleidsdocument is dat loutere beleidsdoelstellingen op lange termijn omvat voor de realisatie waarvan nog (verordenende) maatregelen moeten worden genomen; dat weliswaar op grond van artikel 19, § 5 van het decreet ruimtelijke ordening de overheid die het ruimtelijk structuurplan heeft vastgesteld, verplicht is de nodige maatregelen te nemen om de betrokken ruimtelijke uitvoeringsplannen - en op het eerste gezicht overigens niet de plannen van aanleg - met het ruimtelijk structuurplan in overeenstemming te brengen; dat deze rechtsplicht die enkel in hoofde van de gemeente bestaat niet inhoudt dat het bestreden ruimtelijk structuurplan hierdoor in hoofde van verzoeker rechtsgevolgen doet ontstaan of belet dat zij tot stand komen; dat het ruimtelijk structuurplan enkel de beleidsintenties voor de gewenste ruimtelijke structuur en een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied aangeeft;dat dit beleidsdocument in het algemeen en de bindende onderdelen ervan in het bijzonder op het eerste gezicht in hoofde van verzoeker geen rechtsgevolgen doet ontstaan of belet dat zij tot stand komen; dat de verzoeker er ter terechtzitting in het algemeen op wijst dat het goedgekeurde ruimtelijk structuurplan onrechtstreekse effecten heeft die doorwer- ken naar de burger; dat zulks op het eerste gezicht niet volstaat om de bestreden beslissing het griefhoudende karakter te verlenen dat artikel 14 van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State vereist; dat ook het argument dat het bestreden ruimtelijk structuurplan concrete, goed lokaliseerbare maatregelen bevat op het eerste gezicht niet overtuigt; dat zelfs aangenomen dat dit wel het geval zou zijn, dit op het eerste gezicht inhoudt dat deze bepalingen op grond van artikel 19, § 2, laatste lid, van het decreet ruimtelijke ordening, enkel de gemeenten en de instellingen die er onder ressorteren, bindt, doch niet dat hierdoor de rechtspositie van de verzoeker door het bestreden ruimtelijk structuurplan wordt gewijzigd; dat tot slot het argument dat de onontvankelijkheid ratione materiae van de bestreden beslissing zou inhouden dat daardoor het ruimtelijk structuurplan buiten het wettigheidstoezicht van de Raad van State zou vallen, een gevolg is dat inherent is aan elk beroep dat onontvankelijk is ratione materiae dat overigens op het eerste gezicht de verzoeker ter zake alle wettigheidsbezwaren kan laten gelden in een beroep tegen de in artikel 19, § 5, van het decreet ruimtelijke ordening, bedoelde maatregel; dat de exceptie in deze stand van het geding kan worden aangenomen, dat de vordering tot schorsing van de bestreden beslissingen derhalve niet ontvankelijk is; dat ook de in bijkomende orde gevorderde partiële schorsing van de X-11.855-4/5 tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen op dezelfde gronden niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het eerste bestreden besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien februari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.855-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.739 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.580 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.