id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.755 Rolnummer: A. 120634/XII-4153 Zaak: Arrest 140755 - - 17/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-23 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 07:48 Fiche Arrest nr 140.755 van 17 februari 2005 - Beslissing : heropening debatten Opnieuw vastgesteld Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.755 van 17 februari 2005 in de zaak A. 120.634/XII-
- In zake : Rita HELLEBOOGH, wonende te Merelbeke, Wielewaalstraat 16 tegen : de VLAAMSE AUTONOME HOGESCHOOL GENT, die woonplaats kiest bij advocaat E. Bral, kantoor houdende te Gent, Henleykaai 3 R. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rita Helleboogh op 3 mei 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van het hogeschoolbestuur van de Vlaamse Autonome Hogeschool Gent, genomen in de persoon van de algemeen directeur, van 11 maart 2002, waarbij de leden van het opvoedend hulppersoneel die tot de voormalige Mercator Hogeschool behoorden, vanaf de fusie, onder de prestatie- en vakantieregeling komen van de Vlaamse Autonome Hogeschool Gent”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 15 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 30 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 november 2004; XII-4152-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad E. Brewaeys; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. Bral, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten.
- Verzoekster trad in dienst van het Provinciaal Instituut voor Hoger Onderwijs (PIHO) op 28 februari 1978 als lid van het opvoedend hulppersoneel in het ambt van studiemeester-opvoeder.
- Op 1 september 1995 werd, in uitvoering van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap (hierna : hogescholendecreet), de Mercator Hogeschool rechtsopvolger van het PIHO. Bij besluit van 8 december 1999 van de provincieraad wordt de Mercator Hogeschool met ingang van 1 januari 2000 omgevormd tot een autonoom provinciebedrijf (APB Mercator).
- Op 1 oktober 2001 fuseert de Mercator Hogeschool met de Vlaamse Autonome Hogeschool Gent. De overeenkomst tot fusie bepaalt uitdrukkelijk in artikel 3, § 1 dat de benoemde personeelsleden van de Mercator- school worden overgenomen met al hun rechten als benoemd personeelslid.
- Ingevolge die fusiebeslissing wordt verzoekster, als vastbenoemd personeelslid van de Mercator, in dezelfde statutaire toestand waarin ze zich bevindt op het ogenblik van de fusie, zijnde 29 september 2001, overgenomen door de Hogeschool Gent.
- Op 6 februari 2002 verstuurde verzoekster, samen met twee collega's, een brief naar het hoofd van het departement bedrijfskunde, waarin het volgende werd gesteld : XII-4152-2/4 “Wij bevestigen de ontvangst van de informatie omtrent de vakantieregeling voor het OHP van Hogeschool Gent, waarvan u zegt dat zij op ons van toepassing is. Wij noteren dat u akkoord gaat dat wij tot nader order de oude regeling volgen o.a. voor de nakende krokusvakantie en de 36 urenweek. Gelet op het fusieprotocol waarin vermeld wordt dat het personeel met al zijn rechten overgenomen wordt door Hogeschool Gent, kunnen wij ons -zoals reeds mondeling uitvoerig meegedeeld op 29 januari 2002- niet akkoord verklaren met deze regeling”.
- Op 27 februari 2002 richt E. Van Rompaye, departementshoofd van het departement bedrijfskunde, aan de algemeen directeur van de hogeschool het volgend schrijven : “(...) Als bijlage gaat een brief van de drie leden van het opvoedend hulppersoneel (statuut 'ten persoonlijken titel') van het departement Bedrijfs- kunde Mercator. In de brief stellen zij dat zij het statuut OHP van de Hogeschool Gent niet kunnen aanvaarden, omdat zij bij de fusie werden overgenomen 'met al hun rechten'. In de vroegere Mercator Hogeschool hadden zij inderdaad andere werkvoorwaarden : 36-urenweek, vakantieregeling van het OP. Dit was zo overeengekomen en werd in concreto ook zo toegepast. Ik ben die regeling tot op heden blijven volgen om de samenwerking niet in het gedrang te brengen : het gaat om mensen die hun werk goed doen. Er was dus een compromis, maar er moet een duidelijke oplossing komen. Zij hebben de situatie ook aangekaart bij hun syndicaal afgevaardigde, die hierover met u reeds een gesprek had. Mag ik u vragen om, in het belang van alle betrokkenen, de zaak op een serene manier op te lossen ? (...)”.
- Bij brief van 11 maart 2002 deelt de algemeen directeur het departementshoofd mede : “(...) Ik heb uw brief van 27 februari goed ontvangen. Ik moet u melden dat de leden van het Opvoedend Hulppersoneel die tot de voormalige Mercator Hogeschool behoorden, vanaf de fusie, onder de prestatie- en vakantieregeling komen van de Hogeschool Gent. De details betreffende deze prestatie- en vakantieregeling voor het academie- jaar 2001-2002 kan men terugvinden in beslissing B/BC/2000/PER/204(...)”. Overwegende dat de gegevens van de zaak mogelijk kunnen uitwijzen dat de bestreden beslissing niet rechtscheppend van aard is en dat verzoekster wezenlijk aanspraak maakt op de prestatie- en vakantieregeling waaraan zij onderworpen was in de schoot van de Mercator Hogeschool en die zij beweert voort te genieten op grond van de fusieovereenkomst met de Vlaamse Autonome Hogeschool; dat dit de vraag doet rijzen of de bestreden beslissing wel voor vernietiging vatbaar is en, zelfs, of de door de verzoekende partij aangebrachte XII-4152-3/4 betwisting niet eventueel de schending van een subjectief recht tot werkelijk voorwerp heeft waaromtrent de Raad van State krachtens artikel 144 van de Grondwet zonder rechtsmacht is; Overwegende dat, teneinde de partijen toe te laten zich over deze kwesties uit te spreken, het debat wordt heropend, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De zaak wordt opnieuw vastgesteld op de terechtzitting van 15 maart
- Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien februari 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. LUST. XII-4152-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.755 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.114 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.