← België

Arrest 140758 - - 17/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.758 Rolnummer: A. 154730/VII-32603 Zaak: Arrest 140758 - - 17/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-01 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 07:48 Fiche Arrest nr 140.758 van 17 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.758 van 17 februari 2005 in de zaak A. 154.730/VII-32.

  1. In zake : de n.v. PFIZER, die woonplaats kiest bij advocaten P. L'ECLUSE en T. GILLES, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 165 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten L. DEPRÉ en P. SLEGERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Brand Whitlocklaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. PFIZER heeft ingediend op 13 augustus 2004 om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het ministerieel besluit van 28 juni 2004 tot wijziging van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten (Belgisch Staatsblad van 30 juni 2004, Ed. 2); Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 2 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 31 januari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; VII-32.603-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. L'ECLUSE, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat P. SLEGERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat het bestreden besluit de lijst wijzigt gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische kwaliteiten, waarbij een aantal producenten van statines, concurrenten van de verzoekende partij, in tegenstelling tot deze laatste partij, gebruik maken van de procedure om over te gaan naar hoofdstuk I van de lijst van de vergoedbare specialiteiten; dat dit in essentie concreet inhoudt dat de terugbetaling van die statines onderworpen wordt aan een minder strenge, algemene controle a posteriori door de Dienst voor geneeskundige controle en evaluatie van het RIZIV, daar waar de terugbetaling van o.m. het geneesmiddel LIPITOR van de verzoekende partij onderworpen blijft aan de, strengere, controle eigen aan de statines; VII-32.603-2/4 Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat het bestreden besluit in wezen de toepassing inhoudt van de algemene regels bepaald in het ministerieel besluit van 18 juni 2004 tot aanduiding van de statines als therapeutische klasse van farmaceutische specialiteiten waarvoor een voorafgaande machtiging niet meer vereist is en tot vaststelling van het percentage van de daling van de vergoedingsbasis van de betrokken specialiteiten om te worden ingeschreven in hoofdstuk I van de lijst, gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten; dat niet wordt betwist dat het feit dat het geneesmiddel van de verzoekende partij niet overgaat naar hoofdstuk I van de lijst van de vergoedbare specialiteiten, op de eerste plaats het gevolg is van de algemene regeling vervat in het ministerieel besluit van 18 juni 2004, die voor dergelijke overgang een door de verzoekende partij voor haar geneesmiddel LIPITOR onmogelijk geachte prijsdaling vereist; Overwegende dat het door de verzoekende partij aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel identiek is aan het nadeel aangevoerd in de zaak A. 154.650, waarin die partij de schorsing vraagt van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 18 juni 2004; dat met het arrest nr. 140.757, van heden, die vordering wordt verworpen wegens het niet vervuld zijn van de desbetreffende schorsingsvoorwaarde; dat het ten deze aangevoerde nadeel op de eerste plaats voortvloeit uit het ministerieel besluit van 18 juni 2004; dat bovendien, om dezelfde redenen als uiteengezet in het arrest nr. 140.757, het moeilijk te herstellen ernstig nadeel ook in de voorliggende zaak niet is aangetoond, BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-32.603-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien februari tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-32.603-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.758 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.202 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.