id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.759 Rolnummer: A. 78966/VII-16764 Zaak: Arrest 140759 - - 17/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-02 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 07:48 Fiche Arrest nr 140.759 van 17 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.759 van 17 februari 2005 in de zaak A. 78.966/VII-16.
- In zake : de Vlaamse Vervoermaatschappij DE LIJN, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID (R.S.Z.), die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te BRUSSEL, Boomstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Vlaamse Vervoermaatschappij DE LIJN op 15 juni 1998 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dd. 10 april 1998 waarbij aan de verzoekende partij de vermindering van werkgeversbijdragen voor het eerste kwartaal van 1996 wordt geweigerd"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 14 september 2004 die de neerleg- ging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-16.764-1/4 Gelet op de beschikking van 28 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 februari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat Th. EYSKENS die, loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. VAN HERCK die, loco advocaat M. VAN DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij met een brief van 17 januari 2005 meedeelt dat zij met de verwerende partij een overeenkomst heeft gesloten met betrekking tot de kwijtschelding van de bijdragen in kwestie; dat zij stelt dat "één en ander betekent dat het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp is geworden"; dat de verwerende partij ter terechtzitting noch het bestaan van de overeenkomst, noch de conclusie die de verzoekende partij eruit afleidt, betwist; dat derhalve inderdaad dient te worden besloten dat het beroep zijn voorwerp heeft verloren ten gevolge van een overeenkomst tussen de partijen; dat het beroep om die reden moet worden verworpen; Overwegende, wat de kosten betreft, dat de verzoekende partij in haar voormelde brief stelt dat de bedoelde overeenkomst ook inhoudt dat de verwerende partij "de kosten van de procedures" ten laste neemt; dat de verzoekende partij ter terechtzitting deze clausule van de overeenkomst in herinnering brengt; Overwegende dat desalniettemin de verwerende partij ter terechtzitting vraagt de kosten ten laste van de verzoekende partij te leggen; dat artikel 68, derde lid, van het algemeen procedurereglement bepaalt dat het de Raad van State is die de kosten begroot en uitspraak doet over de bijdrage in de betaling ervan; dat de Raad van State geenszins gebonden is door hetgeen partijen daaromtrent overeenkomen; dat trouwens ter terechtzitting is gebleken dat blijkbaar tussen de partijen betwisting bestaat over de door de verzoekende partij vermelde VII-16.764-2/4 clausule van de overeenkomst; dat het voor de Raad van State volstaat vast te stellen dat beide partijen het eens zijn over het bestaan van een overeenkomst waardoor volgens hen het beroep zonder voorwerp komt te vallen, en derhalve doelloos wordt; dat het niet aan de Raad van State toekomt te beoordelen welke voor het overige de precieze implicaties van die overeenkomst zijn ; dat betwistingen over de uitvoering van een overeenkomst tot de bevoegdheid van de justitiële rechter behoren; Overwegende dat de Raad van State zelf geen redenen ziet om de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen; dat het beroep immers wordt verworpen omdat het zijn voorwerp heeft verloren ten gevolge van een overeenkomst tussen de partijen omtrent de kwestieuze werkgeversbijdragen, en niet omwille van een éénzijdige intrekking van de bestreden beslissing waaruit zou kunnen worden besloten dat de verwerende partij zelf van oordeel was dat haar beslissing onwettig was; dat de kosten ten laste van de verzoekende partij worden gelegd, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-16.764-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien februari tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.764-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.759 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.