← België

Arrest 140820 - - 17/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.820 Rolnummer: A. 71230/X-6936 Zaak: Arrest 140820 - - 17/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-02 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 07:53 Fiche Arrest nr 140.820 van 17 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.820 van 17 februari 2005 in de zaak A. 71.230/X-

  1. In zake : de n.v. EIKENAAR, die woonplaats kiest bij Advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Albertlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. EIKENAAR op 23 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 juli 1996 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van haar beroep tegen het besluit van 7 september 1995 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij haar de vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van een installatie voor het vervaardigen van bitumineuse mengsels met toebehoren aan de Grote Baan te Bocholt, op een perceel kadastraal bekend Sectie B, nrs. 574 m3, x2, t2 en t3; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 31 mei 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; X-6936-1/3 Gelet op de beschikking van 8 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. GHYSELS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat V. TOLLENAERE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt en de verzoekende partij niet betwist dat in het kader van de door OVAM doorgevoerde ambtshalve saneringswerken, dewelke intussen volledig zijn afgerond, werd overgegaan tot de afbraak van de installatie voor het vervaardigen van bitumineuse mengsels met toebehoren, waarvoor de verzoekende partij een regularisatieaanvraag had ingediend en welke vergunning met het thans bestreden besluit werd geweigerd; dat het wezen zelf van een vergunning af te leveren voor de regularisatie van niet- vergunde bouwwerken, de aanwezigheid inhoudt van een niet-vergund bouwwerk; dat in casu de bouwwerken zijn afgebroken; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat de verzoekende partij niet meer doet blijken van het vereiste actueel belang om de vernietiging van het bestreden besluit te verkrijgen; dat de argumentatie van de verzoekende partij in haar laatste memorie dat zij "nog steeds belang heeft bij het beroep, aangezien de bouwaanvraag in heroverweging nog steeds kan goedgekeurd worden, waarna kan overgegaan worden tot de oprichting van de goedgekeurde inrichting", hieraan geen afbreuk doet; dat immers de mogelijkheid dat door de nietigverklaring van de bestreden beslissing een situatie ontstaat die voor de verzoekende partij kan leiden tot een beter resultaat, betrekking heeft op de gevolgen eigen aan elk vernietigingsarrest, maar niet inhoudt dat de verzoekende partij door het betrachten van dat gevolg, een belang heeft of verwerft bij het beroep; dat tenslotte het argument van de verzoekende partij dat "de afbraak niet het gevolg is van de uitvoering van een definitieve rechterlijke beslissing", evenmin iets X-6936-2/3 afdoet aan de vaststelling dat de gevraagde regularisatievergunning geen voorwerp meer heeft; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien februari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-6936-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.820 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.