id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.824 Rolnummer: A. 73299/X-7247 Zaak: Arrest 140824 - - 17/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-23 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 07:53 Fiche Arrest nr 140.824 van 17 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 140.824 van 17 februari 2005 in de zaak A. 73.299/X-
- In zake :
- de v.z.w. BETER LEVEN IN LIEDEKERKE,
- Armand WYNANT,
- Adolf JANSSENS, die woonplaats kiezen bij Armand WYNANT, wonende te 1770 LIEDEKERKE, Muilemstraat 143 tegen : de gemeente LIEDEKERKE, --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. BETER LEVEN IN LIEDEKERKE, Armand WYNANT en Adolf JANSSENS op 17 februari 1997 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 november 1996 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Liedekerke waarbij aan de b.v.b.a. MARKETEAM PROJECTS de vergunning wordt verleend voor het bouwen van serviceflats te Liedekerke, Muilemstraat, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nrs. 769x3, w3 en y3; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 21 december 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de tweede verzoekende partij; Gelet op de kennisgeving aan de eerste en de derde verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie X-7247-1/5 van de Raad van State dat de kamer in hunnen hoofde de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van 15 dagen vragen om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 1 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-Afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de eerste en de derde verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling ten aanzien van hen een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de eerste en de derde verzoeken- de partij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de eerste en de derde verzoekende partij niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat de verwerende partij bij brief van 31 juli 2001 meldt dat huidig beroep tot nietigverklaring "mag geseponeerd worden met de reden X-7247-2/5 dat de werken namelijk het oprichten van serviceflats niet zijn gestart en dat de bouwvergunning reeds vervallen is"; Overwegende dat artikel 52 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (hierna stedenbouwwet), zoals van toepassing op het ogenblik van het bestreden besluit, bepaalt dat indien de vergunninghouder binnen een jaar na afgifte van de vergun- ning niet met de werken is begonnen, de vergunning is vervallen en dat op verzoek van de betrokkene het college van burgemeester en schepenen de vergunning met een jaar kan verlengen; Overwegende dat niet wordt betwist dat met de oprichting van het vergunde gebouw niet werd begonnen; dat derhalve met de vergunde werken niet is begonnen in de zin van artikel 52 van de stedenbouwwet; dat de b.v.b.a. MARKETEAM PROJECTS evenmin verzocht heeft om de verlenging van de bouwvergunning; dat uit wat voorafgaat volgt dat de bestreden bouwvergunning is vervallen en de tweede verzoekende partij aldus niet langer van het vereiste belang doet blijken; dat de vordering niet ontvankelijk is; dat het verval van de vergunning niet aan de verwerende partij kan worden toegeschreven; dat op de vraag de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen niet kan worden ingegaan, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld in hoofde van de eerste en derde verzoekende partij. Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 297,48 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een derde. X-7247-3/5 X-7247-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien februari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. voorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-7247-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.