← België

Arrest 141101 - - 23/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.101 Rolnummer: A. 118035/VII-26033 Zaak: Arrest 141101 - - 23/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-08 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 08:02 Fiche Arrest nr 141.101 van 23 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 141.101 van 23 februari 2005 in de zaak A. 118.035/VII-26.033 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat A. MATTHIJS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Vlaamse Kaai 54-57 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 12 maart 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 12 februari 2002 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 12 december 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 26 maart 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 januari 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 9 februari 2005; VII-26.033-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SROKA, die, loco advocaat A. MATTHIJS, verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché V. HOEFNAGELS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;

  1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  2. De verzoekende partij kwam België binnen op 10 november 2001 en verklaarde zich op 5 december 2001 vluchteling. 1.
  3. Op 12 december 2001 nam de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  4. Op 12 februari 2002 oordeelde de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond was en bevestigde hij de beslissing van de minister letterlijk als volgt: "(...) Volgens uw verklaringen bent u afkomstig uit Iran, meerbepaald uit Teheran. U verklaarde op het Commissariaatgeneraal Iran te hebben verlaten als gevolg van de problemen van uw man XXX met de Iraanse ordediensten omwille van het verspreiden van een video-tape met beelden van de Conferentie van Berlijn. Uw man zou op 10/8/1379 (in de Gregoriaanse kalender: 1 november 2000) Iran verlaten hebben en vroeg op 10 november 2000 asiel aan bij de Belgische autoriteiten. Uzelf zou op 7/8/1380 (in de Gregoriaanse kalender: 29 oktober 2001) Iran hebben verlaten samen met uw dochter en vroeg op 5 december 2001 asiel aan bij de Belgische autoriteiten. U sloot zich aan bij de verklaringen van uw man aangaande diens problemen met de Iraanse autoriteiten. Als gevolg van die problemen zou uzelf tweemaal zijn gearresteerd nadat uw man Iran had verlaten. Eén week nadat uw man Iran verliet, zou u samen met de moeder van uw man, zijn meegenomen door de Iraanse ordediensten VII-26.033-2/4 en gedurende twee dagen zijn vastgehouden. Op ongeveer 10/10/1379 (in de Gregoriaanse kalender: 31 december 2000) werd u een tweede maal gearresteerd en kort daarna terug vrijgelaten. Daarna zouden de ordediensten nog enkele malen bij u zijn langsgeweest, doch zouden ze u nooit meer hebben meegenomen. Enkel de broer van uw man zou nog éénmaal gearresteerd zijn. Volgens uw verklaringen steunt u uw asielaanvraag op de door uw echtgenoot aangehaalde motieven. Er dient te worden opgemerkt dat in hoofde van uw man een bevestigende beslissing van weigering van verblijf werd genomen omdat bepaalde door u en uw man afgelegde verklaringen als ongeloofwaardig overkomen. Verdere feiten en elementen in het kader van de asielaanvraag van uw man werden niet ernstig genoeg bevonden om gewag te maken van een gegronde vrees voor een persoonlijke en systematische vervolging in de zin van de Conventie van Genève als basis waarop u besloot uw land van herkomst, zijnde Iran, te verlaten. Evenmin kan worden gesteld dat u bij een eventuele terugkeer naar Iran zulke vrees dient te hebben. U zou immers slechts tweemaal zijn meegenomen door de Iraanse ordediensten. In de periode tussen uw laatste arrestatie, 10/10/1379 (in de Gregoriaanse kalender: 31 december 2000) en uw vertrek uit Iran, zijnde ongeveer tien maanden zou u echter nooit meer zijn aangehouden door de Iraanse ordediensten. Aldus kan niet worden gesteld dat u zou blootstaan aan een persoonlijke en systematische vervolging zoals bedoeld in de Conventie van Genève.". Dit is de bestreden beslissing.
  5. Overwegende dat de bestreden beslissing besluit tot de kennelijke ongegrondheid van de asielaanvraag van de verzoekende partij omdat zij haar aanvraag heeft gebaseerd op dezelfde motieven als die van haar echtgenoot en ten aanzien van deze laatste een bevestigende beslissing van weigering van verblijf werd genomen; dat de verzoekende partij niet betwist dat zij ter ondersteuning van haar asielaanvraag hoofdzakelijk dezelfde motieven inroept als haar echtgenoot; Overwegende dat de door de verzoekende partij ingeroepen middelen gericht zijn tegen de bevestigende beslissing van weigering van verblijf ten aanzien van haar echtgenoot, XXX; dat bij verzoekschrift van 12 maart 2002 een annulatieberoep werd ingesteld tegen deze beslissing (G. 118.029/VII-26.032); dat de in het kader van dit beroep ingeroepen middelen identiek zijn aan de middelen in onderhavig beroep; dat het beroep ingesteld tegen de bevestigende beslissing van weigering van verblijf ten aanzien van de echtgenoot van de verzoekende partij bij arrest nr. 141.100 van 23 februari 2005 van de Raad van State werd verworpen;
  6. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, BESLUIT: VII-26.033-3/4 Artikel
  7. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig februari tweeduizend en vijf, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-26.033-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.