← België

Arrest 141177 - - 24/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.177 Rolnummer: A. 96517/XIV-18035 Zaak: Arrest 141177 - - 24/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-07 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 08:04 Fiche Arrest nr 141.177 van 24 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 141.177 van 24 februari 2005 in de zaak A. 96.517/XIV-18.

  1. In zake :
  2. XXX,
  3. XXX, die wonen te R. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  4. de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
  5. de minister van Binnenlandse Zaken. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, van Georgische nationaliteit, op 2 oktober 2000 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 18 september 2000 tot bevestiging van de beslissingen van de minister van Binnenlandse Zaken van 3 november 1999 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 19 september 2000; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 12 december 2000 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 5 januari 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 18 februari 2004; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-18.035-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die loco advocaat A. NAVASARTIAN verschijnt voor de verzoekende partij, van attaché M. HUYGHE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Overwegende dat de verzoekende partijen België binnenkomen op 9 oktober 1996 en zich vluchteling verklaren op 5 januari 1999; dat de minister van Binnenlandse Zaken op 3 november 1999 telkens beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 18 september 2000 deze beslissingen bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissingen zijn;
  7. Overwegende, wat de ontvankelijkheid van de vordering betreft, dat een verzoekende partij die haar belang bij het ingestelde beroep wil bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces moet vertonen; dat zij, wanneer haar belang in vraag wordt gesteld, daarover standpunt dient in te nemen en het actuele karakter van haar belang dient aan te tonen; Overwegende dat de tweede verwerende partij met een schrijven van 16 januari 2004 meedeelt dat de verzoekende partijen inmiddels de regularisatie van hun verblijf overeenkomstig de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van sommige categorieën van vreemdelingen, verblijvend op het grondgebied van het Rijk hebben gekregen en ter terechtzitting stelt dat de verzoekende partijen derhalve geen belang meer hebben bij hun beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissingen; dat de raadsman van de verzoekende partijen ter terechtzitting stelt dat de verzoekende partijen nog een belang behouden bij hun beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissingen doch het voorgehouden belang geenszins toelicht en er het actuele karakter niet van aantoont; Overwegende dat de verzoekende partijen aldus niet aantonen dat zij nog een actueel belang bij de vordering hebben; dat de vordering derhalve niet- ontvankelijk is,
  8. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van XIV-18.035-2/3 artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 347,05 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig februari tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-18.035-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.177 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.