id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.201 Rolnummer: A. 159580/XII-4372 Zaak: Arrest 141201 - - 24/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 08:05 Fiche Arrest nr 141.201 van 24 februari 2005 - Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.201 van 24 februari 2005 in de zaak A. 159.580/XII-
- In zake : de NV GEAC, die woonplaats kiest bij advocaten W. Timmermans en K. Pittoors, kantoor houdende te 1080 Brussel, Havenlaan 16 tegen : de PROVINCIE ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A. tussenkomende partij : de DIENSTVERLENENDE VERENIGING CIPAL, die woonplaats kiest bij advocaat B. Schutyser, kantoor houdende te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Geac op 28 januari 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “- de beslissing van ongekende datum tot selectie van de dienstverlenende vereniging Cipal voor de opdracht inzake het Provinciaal Bibliotheeksysteem provincie Antwerpen van de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen; - het toewijzingsbesluit van de opdracht, vermoedelijk genomen op 23 december 2004 gebaseerd op het gunningsverslag waarvan aan verzoekende partij op 19 januari 2005 een uittreksel werd meegedeeld”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 31 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 februari 2005, om 11.30 uur; XII-4372-1/12 Gelet op het uitstel van de zaak tot de terechtzitting van 17 februari 2005 om 11.30 uur; Gezien het verzoekschrift dat op 15 februari 2005 werd ingediend en waarbij de dienstverlenende vereniging Cipal vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. Timmermans, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat Chr. Coen, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat B. Schutyser, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1.De gegevens van de zaak. 1.
- Op 22 april 2004 keurt de bestendige deputatie van de provincie- raad van de provincie Antwerpen het bestek INOP 04-145 goed inzake een “Provinciaal Bibliotheeksysteem provincie Anterpen”. 1.
- Het bestek voorziet in een aanneming van diensten bestaande uit één perceel met verschillende facultatieve varianten en een aantal opties. De opdracht heeft als voorwerp “de installatie, het beheer, het onderhoud en de ondersteuning voor de duur van de overeenkomst van een werkend on-line bibliotheeksysteem voor lokale openbare bibliotheken in de provincie Antwerpen, dat over een netwerk wordt aangeboden van op centraal opgestelde servers, en dat voor de lokale bibliotheken de volledige functionaliteit van een normaal bibliotheek- automatiseringsproject omvat, en geschikt is om samen te werken met de toekomstige centrale Vlaamse catalogus Vlacc II en met andere bestaande en in XII-4372-2/12 ontwikkeling zijnde (provinciale, Brusselse, wetenschappelijke, universitaire, ...) bibliotheeksystemen en databanken”. De gevraagde oplossing omvat aldus “het ter beschikking stellen van een werkend geheel, dat wordt geëxploiteerd ofwel op infrastructuur van de aanbieder, ofwel op infrastructuur van het bestuur, onder beheer van de aanbieder. In beide gevallen omvat de offerte operationaliteit en onderhoud van de centraal opgestelde apparatuur en van de programmatuur, alsmede de ondersteuning van het gebruik door het aanbestedend bestuur voor een periode van maximaal zes jaar”. Deze beide varianten, exploitatie op infrastructuur van het bestuur respectievelijk exploitatie op infrastructuur van de aanbieder, worden vervolgens nader omschreven (bestek, deel 2, punt 2.2, blz. 5-6). De opdracht wordt volgens het bestek gegund door middel van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking overeenkomstig artikel 17, § 3, 4/, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheids- opdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. 1.
- De aankondiging van deze opdracht wordt bekend gemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 28 mei 2004 en op 22 mei 2004 in het Publicatie- blad van de Europese Gemeenschappen. 1.
- Er worden drie offertes ingediend : één door de verzoekende partij met het programma Vubis-Smart, één door de NV Ardatis met het programma Millenium en één door de dienstverlenende vereniging CIPAL, tussenkomende partij, met het programma Brocade. Elke inschrijver biedt varianten. 1.
- De drie inschrijvers worden uitgenodigd tot het geven van een demonstratie van de voorgestelde oplossing. Volgens de nota werd de demonstratie georganiseerd in het bijzijn van verscheidene mensen van de lokale bibliotheken die met het systeem zouden moeten werken, “testgebruikers” die de provincie ook zouden adviseren over de “functionaliteit” vanuit lokaal oogpunt en werd tijdens die demonstratie dan ook de nadruk gelegd op de functionaliteit voor het personeel van de lokale bibliotheken, XII-4372-3/12 op hetgeen de software wel en niet kan, alsook op onduidelijkheden of vergetelheden die na een eerste nazicht nog in de offertes voorkwamen. De nota vermeldt ook dat vervolgens nog een tweede demonstratie plaats vond in de bibliotheken van Borsbeek (Brocade) en Hasselt (Vubis-Smart). Voor Ardatis kon volgens de nota geen werkend praktijkvoorbeeld in een bibliotheek in de Benelux aangeboden worden. De drie inschrijvers dienden vervolgens een verslag in naar aanleiding van deze demonstratieronde. 1.
- Overeenkomstig bladzijde 7 van het bestek vraagt het bestuur, in een e-mail van 27 september 2004, om uiterlijk vóór 7 oktober een bijgestelde offerte in te dienen met vraag daarin ook aandacht te besteden, naast hetgeen in de demo-onderhandelingssessie naar voren is gekomen, aan een aantal meer algemene vervolgens opgesomde gegevens, onder meer het op de eerste plaats aanbieden van hun oplossing in een “housing” formule met een variante A waarin de bieder zelf voor de nodige hardwareinfrastructuur zorgt en een variante B waarin het bestuur de hardware, op basis van de technische specificaties die de bieder voorstelt, deze hardware aankoopt. Ook wordt een bepaalde manier van prijsberekening gevraagd. De bijgestelde offertes worden begin oktober 2004 ingediend. 1.
- Met een e-mail van 11 oktober 2004 bezorgt het bestuur aan Cipal, “in het kader van de lopende evaluatieprocedure rond het PBS” “de voornaamste opmerkingen (uit functioneel oogpunt) van de klankbordgroep, zoals deze vnl. door vertegenwoordigers uit de sector geuit werden na studie van de ingekomen biedingen en de verduidelijkingen tijdens de daaropvolgende (twee) demo's”. In fine wordt opgemerkt dat enkel de kritische opmerkingen werden gelijst zonder dat er geweerd werden zodat het mogelijk is dat bepaalde opmerkingen slechts op eventueel zelfs foutieve indrukken berusten en dat het mogelijk is dat bepaalde opmerkingen reeds werden weerlegd in de tekst van de bijgestelde offerte. Tevens wordt Cipal gevraagd uiterlijk vrijdagavond 15 oktober 2004 haar visie in verband met elk van de voormelde punten in een e-mail te willen geven en eventuele weerleggingen voldoende concreet te maken zodat de commissieleden nadien zelf in staat zijn in te zien dat hun opmerking niet of slechts gedeeltelijk opging en eventuele beloften ook “hard” te maken. Er wordt tevens gewezen op de XII-4372-4/12 mogelijkheid een voorstel tot bijkomende voorstelling te doen waarover dan de projectwerkgroep “gepolst” zou kunnen worden. Tenslotte wordt gewezen op het belang van een “concrete en overtuigende reactie”. Het antwoord wordt door Cipal doorgemaild op 15 oktober 2004 met een voorstel deze schriftelijke antwoorden te verduidelijken tijdens een aanvullende demonstratie, bijeenkomst die volgens de nota plaats vond. De testgebruikers hebben vervolgens een evaluatieverslag opgemaakt met een quotering voor de functionaliteit vanuit lokaal oogpunt. 1.
- Met een brief van 16 december 2004 deelt de verzoekende partij aan de verwerende partij mee dat zij vernomen heeft dat Cipal een behoorlijke kans zou maken om de opdracht toegewezen te krijgen terwijl Cipal nochtans onmogelijk kan voldoen aan de selectiecriteria nu zij volgens informatie van de verzoekende partij niet zou beschikken over de vereiste twee referenties in een vergelijkbare context en tijdens een extra beoordelingssessie op 30 november 2004 zou hebben toegegeven dat zij nog niet alle functionaliteiten klaar heeft zodat de vraag rijst hoe zij dan twee referenties kan opgeven. Tevens dringt de verzoekende partij aan op een strikte toepassing van artikel 10 van de wet van 24 december 1993 nu de bestendige afgevaardigde die verantwoordelijk is voor informaticabeleid en cultuur en kunstpatrimonium terzelfdertijd voorzitter is van de Cipal-groep. De selectie van Cipal vormt de eerste bestreden beslissing. 1.
- Met een aangetekende brief van 19 januari 2005 deelt de verwerende partij aan de verzoekende partij mee dat de bestendige deputatie op 23 december 2004 besliste om geen gunstig gevolg te geven aan haar offerte en dat zij, met toepassing van artikel 21bis van de wet van 24 december 1993, tien dagen heeft om hiertegen bezwaar aan te tekenen. In de brief is vervolgens een uittreksel uit het gunningsverslag opgenomen, dat voorstelt de opdracht te gunnen aan Cipal; XII-4372-5/12
- De grondvoorwaarden tot schorsing. 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende, wat de eerste en de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij betreffende het nadeel betoogt dat het niet zelf kunnen uitvoeren van de in het geding zijnde opdracht haar een belangrijke opdracht van meer dan twee miljoen euro met een specifiek karakter doet mislopen; dat de verzoekende partij het beroep op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid verantwoordt door te verwijzen naar het risico, dat de bestreden toewijzings-beslissing aan de gekozen inschrijver zou worden betekend en aldus een overeenkomst tot stand zou komen; Overwegende dat de verzoekende partij zich in wezen beroept op de mogelijkheid om zelf de opdracht te kunnen uitvoeren, hetgeen zij door de gevraagde schorsing wil vrijwaren; dat door de betekening van de tweede bestreden beslissing, tussen de verwerende partij en de gekozen inschrijver inderdaad een overeenkomst zou tot stand komen tengevolge waarvan, in de lijn van de rechtspraak van de Raad van State, gevestigd bij arrest nr. 87.983 van 15 juni 2000 van de Algemene vergadering van de afdeling administratie, een gewone vordering tot schorsing naar alle waarschijnlijkheid zou worden afgewezen; dat het bestaan van die overeenkomst de betrachting van de verzoekende partij om zelf de opdracht nog uit te voeren ernstig zou bemoeilijken en een mogelijk herstel in natura verderaf zou brengen; dat aldus moet worden aanvaard dat de verzoekende partij, mede gelet op de niet geringe omvang van de in het geding zijnde opdracht en zijn specifiek karakter, door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan; dat de tussenkomende partij daarbij niet kan worden gevolgd waar zij het betoog van de verzoekende aanwrijft dat het slechts algemeenheden zou bevatten; dat voorts, wegens de dreigende betekening, kan worden aanvaard dat zij een beroep deed op de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die zij met XII-4372-6/12 bekwame spoed blijkt te hebben ingesteld; dat aldus aan de eerste en aan de derde voorwaarde van het voormelde artikel 17 is voldaan; 2.2.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift een tweede middel richt tegen de tweede bestreden beslissing en het tweede onderdeel van dit middel als volgt verwoordt : “Het tweede onderdeel is afgeleid uit een schending van het gelijkheidsbeginsel (de artikelen 10 en 11 van de Grondwet) aangezien verzoeker geen kans heeft gehad toelichting te geven bij de beweerdelijke technische tekortkomingen, terwijl daarentegen Cipal de kans heeft gekregen om te antwoorden op een heel 'overzicht met kritische opmerkingen en antwoorden'. [...] Wat het tweede onderdeel betreft, blijkt uit het gunningsverslag dat Cipal bijzonder slecht scoorde in vergelijking met de concurrenten. Na een demo met bibliotheekpersoneel werd aan Cipal een heel overzicht van kritische opmerkingen en vragen gezonden. Deze antwoorden werden vervolgens besproken in de werkgroep en uiteindelijk werd vastgesteld dat de tekortkomingen in de softwaretoepassingen van de toekomst (release begin februari) opgevangen zullen worden. Bijgevolg heeft Cipal de kans gehad zich te verdedigen en te antwoorden op een aantal technische tekortkomingen. Verzoeker heeft geen enkele kans gehad om te antwoorden op de beweerde tekortkomingen (zowel op vlak van technische specificaties als op vlak van functionaliteit). Dit vormt een schending van het gelijkheidsbeginsel neergelegd in artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Verzoekster weet dat verwerende partij in een onderhandelingsprocedure een zekere soepelheid heeft om de onderhandelingen te voeren. Eén van de fundamentele beperkingen van deze soepelheid, waarop Uw Raad toezicht uitoefent, is uiteraard de gelijkheid van de inschrijvers. Indien aan de ene inschrijver de kans wordt geboden om op bezwaren en opmerkingen te antwoorden, moet de andere inschrijver hiervan ook kunnen genieten. Door enkel aan Cipal de kans te geven om te antwoorden op kritische vragen en opmerkingen heeft verwerende partij het gelijkheidsbeginsel geschonden”; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat naar aanleiding van de demonstratie van het Brocadesysteem bij de groep van testgebruikers nog verschillende onduidelijkheden bleven bestaan voor wat betreft de werking op functioneel gebied voornamelijk inzake het leenverkeer, waarover men verduidelijking van Cipal wenste, zodat ter zake een vragenlijst werd opgesteld, terwijl er voor Vubis geen dergelijke onduidelijkheden bleken te bestaan of alleszins dat deze voldoende verduidelijkt waren tijdens de demonstraties zonder dat de groep van testgebruikers nog bijkomende informatie nodig achtte, dat dit ook blijkt uit de hogere score van Vubis op het gebied van functionaliteit inzake leenverkeer, nl. 49,5/60 vergeleken met 33/60 voor Brocade, Brocade die ook globaal minder XII-4372-7/12 scoorde voor functionaliteit, dat voorts de te verduidelijken opmerkingen louter objectieve en niet voor verandering vatbare gegevens betreffen waarover het bestuur moest beschikken om een juist oordeel mogelijk te maken, zeker nu het over een bijzondere technische aangelegenheid gaat, dat de aanvullende vraag om technische verduidelijking aan Cipal dan ook geen afbreuk heeft gedaan aan de gelijkheid der inschrijvers in een onderhandelingsprocedure, nu voor de verzoekende partij de nodige vragen en opmerkingen voldoende werden beantwoord tijdens de twee demonstraties, te meer daar een groot deel van deze opmerkingen reeds eerder verwerkt waren in de aangepaste offerte van Cipal en het bestek stelt dat in de eerste onderhandelingsfase geen aanvullende informatie opgevraagd zou worden wat impliceert dat dit in de tweede fase wel mogelijk is; 2.2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij het middelonderdeel als volgt aan kritiek onderwerpt : “Het verloop van de onderhandelingen is in de regel vormvrij. In dit geval legde het bestek de wijze waarop de onderhandelingen zouden verlopen enigszins vast. Met de geselecteerde inschrijvers waren twee onderhandelings- rondes voorzien waarin zij achtereenvolgens een offerte en een bijgestelde offerte met een demo of demonstratie konden indienen. De aanbestedende overheid heeft zich, in het bestek, uitdrukkelijk het recht voorbehouden om, na die twee eerste rondes, verder te onderhandelen met één of meerdere inschrijvers die daarvoor in aanmerking komen en die de aanbestedende overheid als de ware als preferentiële bieders zou beschouwen; In dit geval blijkt duidelijk dat de aanbestedende overheid na de tweede onderhandelingsronde én na een beoordeling van de merites van de diverse offertes heeft besloten dat de offerte van verzoekster in tussenkomst voorlopig als de meest voordelige offerte in aanmerking diende te worden genomen. Het is op grond van die voorlopige beoordeling dat zij verzoekster in tussenkomst een aantal bijkomende vragen heeft gesteld. [...] Uit het gunningsverslag blijkt dus dat die vragen slechts worden gesteld nadat de demo's bekeken en geëvalueerd werden en de resultaten van de tweede onderhandelingsronde gekwoteerd werden. De offerte van verzoekster in tussenkomst werd op basis van die beoordeling voorlopig als meest voordelige offerte aangemerkt. Het is op basis van die elementen, zoals zij in het gunningsverslag tot uitdrukking zijn gebracht, dat verzoekster in tussenkomst vanwege verweerder een lijst met bijkomende vragen heeft ontvangen. Inzoverre die vragen en de daarop geformuleerde antwoorden als onderhandelingen zijn te beschouwen is hierboven reeds gebleken dat die handelswijze inherent is aan het verloop van de onderhandelingsprocedure en door Uw Raad als wettig beoordeeld is. [...] Wat de feitelijke beoordeling van het middel betreft, is op te merken dat er hoe dan ook geen sprake van een miskenning van het gelijkheidsbeginsel kan zijn. Afgezien van het feit dat onderhandelingen sowieso toegelaten zijn miskent de verzoekende partij de juiste draagwijdte van de vragen die aan verzoekster in tussenkomst werden gesteld. Die vragen kunnen niet als onderhandelingen worden beschouwd die ten doel hebben gehad dat verzoekster in tussenkomst een nieuwe bieding kon indienen. Zij hebben, in het XII-4372-8/12 kader van een onderhandelingsprocedure, betrekking op een vraag tot verduidelijking van één aspect van de bieding van verzoekster tot tussenkomst, met name over de functionaliteit van de software. Die vragen kwamen van de zogenaamde klankbordgroep. De offertes van verzoekster en Ardatis hebben op dit vlak geen bijzondere opmerkingen van de klankbordgroep ontlokt zodat daarover ook geen vragen dienden te worden gesteld. Het is dan ook op zich genomen, a fortiori in het kader van een onderhandelingsprocedure, niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel dat verzoekster, die als enige met die opmerkingen geconfronteerd is geworden, haar offerte op dit punt heeft kunnen verduidelijken”; 2.2.
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 1, van de voormelde wet van 24 december 1993 de overheidsopdracht “bij onderhandelings- procedure” geschiedt wanneer de aanbestedende overheid meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners van haar keuze raadpleegt en over de voorwaarden van de opdracht onderhandelt met één of meer van hen; dat artikel 68, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, stelt dat “Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvraag van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten niet kleiner [mag] zijn dan drie, voor zover er voldoende geschikte gegadigden zijn”; dat echter bij het voeren van een dergelijke procedure de betrokken overheden in elk geval het gelijkheidsbeginsel moeten naleven; Overwegende dat te dezen het bestek uitgaat van een dubbele onderhandelingsfase : op grond van “uitsluitingscriteria en kwalitatieve selectiecriteria” worden de kandidaten geselecteerd waarvan de ingediende offerte in een eerste onderhandelingsronde getoetst wordt aan de in het bestek vermelde gunningscriteria en worden de inschrijvingen gerangschikt volgens de behaalde score; in dit stadium wordt ontbrekende informatie niet door het bestuur opgevraagd; in een tweede onderhandelingsronde worden, tenzij de resultaten van de beoordeling in de eerste ronde een kleiner of groter aantal wettigen, de vier best geklasseerde inschrijvers uit de eerste ronde toegelaten; in deze tweede onderhandelingsfase dienen zij een demonstratie te geven van de voorgestelde oplossing; tijdens de hiervoor toegemeten tijd krijgt de inschrijver de gelegenheid zijn aanbieding te demonstreren, te bewijzen dat zijn aanbieding zich maximaal integreert binnen de omgeving van het bestuur -indien de omgeving opgebouwd zal worden binnen die van het bestuur-, te bewijzen dat zijn aanbieding zich maximaal integreert met Vlacc II en vragen te XII-4372-9/12 beantwoorden van het opdrachtgevend bestuur; deze inschrijvers krijgen ook de gelegenheid een “bijgestelde offerte” uit te brengen op grond van de voorstellen die de opdrachtgever tijdens de onderhandelingssessies met de inschrijver aanbrengt; de inschrijver maakt een verslag van de demonstratie en bezorgt dit, samen met zijn bijgestelde offerte, binnen zeven werkdagen aan het bestuur; deze bijgestelde offerte geldt na ontvangst als enige basis van de onderhandeling en wordt opnieuw beoordeeld; na eventuele bijkomende onderhandelingsrondes wordt de opdracht toegewezen aan de inschrijver met de regelmatige offerte met de beste rangschikking op grond van de gunningscriteria (bestek, deel 2, punt 2.4, blz. 6-8); Overwegende dat er drie inschrijvingen werden ingediend die alle drie werden geselecteerd, die alle drie het voorwerp uitmaakten van een demonstratie -die van de verzoekende partij en Cipal zelfs tweemaal- en die alle drie een aangepaste offerte indienden, die werd beoordeeld op grond van de gunningscriteria; dat wel enkel aan Cipal, nadat de aangepaste offerte was ingediend, nog een lijst met opmerkingen van de lokale testgebruikers werd bezorgd met mogelijkheid hierop te reageren, wat zij deed, en waarna een nieuwe werkbijeenkomst met de testgebruikers werd georganiseerd; dat de andere inschrijvers deze mogelijkheid niet kregen; dat aldus, alhoewel blijkens het bestek in de tweede onderhandelingsronde het vragen van aanvullende informatie niet is uitgesloten en eventueel bijkomende demonstraties georganiseerd kunnen worden, dient zeker wanneer zoals te dezen daarbij de offertes van de geselecteerde inschrijvers nogmaals lijken te zijn getoetst aan de gunningscriteria, daarbij het gelijkheidsbeginsel geëerbiedigd dient te worden; dat te dezen één inschrijver, die slecht scoorde op het criterium functionaliteit, nog de kans kreeg, na een demonstratie, het verslag daarvan en de aangepaste offerte, schriftelijk te reageren op een aantal opmerkingen en zulks met een nieuwe werkbijeenkomst; dat, zelfs met de verwerende partij aannemend dat dit voor de verzoekende partij niet nodig zou zijn geweest omdat ter zake geen vragen waren of meer bestonden na die demonstratie, zodat het niet gaat om gelijkaardige toestanden en los van de vaststelling dat ter zake van functionaliteit vanuit bibliotheekpersoneel uiteindelijk door de verzoekende partij 19,68 op 25 werd gescoord en dus beter dan Cipal zodat aangenomen lijkt te moeten worden dat er ter zake toch onvolkomenheden waren en de vraag rijst of een verdere toelichting ter zake geen hogere score zou kunnen opleveren, lijkt te moeten worden vastgesteld dat zij op andere punten slechter scoort dan Cipal, onder meer door twijfel over de positieve houding ten opzichte van Vlacc 2, de “housing”, het al dan niet realistisch karakter van de prijs en ook enkele XII-4372-10/12 technische aangelegenheden; dat zij van haar kant daarover niet opnieuw werd geraadpleegd; dat aldus het onderdeel van het tweede middel ontleend aan de schending van het gelijkheidsbeginsel ernstig is; dat in tegenstelling tot hetgeen de tussenkomende partij betoogt, uit het dossier niet lijkt te kunnen worden afgeleid dat Cipal reeds vóór de bijkomende vragenstelling een definitieve quotering had verkregen; dat aldus aan de in het voormelde artikel 17 vastgestelde voorwaarden is voldaan; 2.
- Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat door de schorsing van de tenuitvoerlegging van de tweede bestreden beslissing het geschetste nadeel wordt geweerd; dat alsdan er geen reden is om ook de tenuitvoerlegging te schorsen van de eerste bestreden beslissing die de selectie van de tussenkomende partij betreft; dat er aldus evenmin reden is om het daarop betrekking hebbende eerste middel te onderzoeken, noch het in een buiten het inleidend verzoekschrift in een brief aan de Raad van State door de tussenkomende partij aangebracht nieuw middel, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de dienstverlenende vereniging Cipal in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 23 december 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen om de opdracht voor de implementatie van een Provinciaal Bibliotheek systeem ten behoeve van de openbare bibliotheken in de provincie Antwerpen toe te wijzen aan de “DV Cipal te Geel”. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt voor het overige verworpen. XII-4372-11/12 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig februari 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4372-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.201 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.313 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.