id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.218 Rolnummer: A. 143476/VII-37272 Zaak: Arrest 141218 - - 24/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-07 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 08:07 Fiche Arrest nr 141.218 van 24 februari 2005 - Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.218 van 24 februari 2005 in de zaak A. 143.476/X-11.
- In zake : de gemeente ERPE-MERE die woonplaats kiest bij Advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente ERPE-MERE op 3 november 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 10 juli 2003 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening regionaalstedelijk gebied Aalst", bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 2 september 2003; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; X-11.623-1/6 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. GHYSELS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat het bestreden besluit van de Vlaamse regering van 10 juli 2003 het bij dat besluit gevoegde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening regionaalstedelijk gebied Aalst" definitief vaststelt; dat de normatieve delen van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan de bijlagen I en II van dit plan vormen, omvattend een grafisch plan (bijlage I) en de stedenbouwkundige voorschriften bij het grafisch plan (bijlage II); dat de niet-normatieve delen van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan gevoegd zijn als bijlage III; dat voorts het bestreden besluit de erbij gevoegde onteigeningsplannen voor de bedrijventerreinen Siezegemkouter en Erembodegem Zuid IV definitief vaststelt; dat de voornoemde bijlage I dertien plannen bevat, waaronder plan 1 dat de grenslijn en het grensgebied grafisch bepaalt en de overige plannen deelgebieden binnen dit beheersingsgebied afbakenen; dat aldus plan 4 het gemengd regionaal bedrijventerrein Siezegemkouter binnen het regionaalstedelijk gebied Aalst grafisch aflijnt; dat luidens artikel 1.
- van de stedenbouwkundige voorschriften de gebieden binnen de grenslijn behoren tot het regionaalstedelijk gebied Aalst, dat "met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgesteld (...) de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing (blijven)", waarbij "de bestaande voorschriften (...) door voorschriften in nieuwe gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of BPA X-11.623-2/6 (art. 4.18.) en "stedelijk woongebied langs de N9" (art. 4.2.1.); dat voorts uit de toelichtingsnota, die deel III vormt van het bestreden besluit, blijkt dat op het eerste gezicht het primaire doel van het bestreden besluit de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Aalst is; dat het afbakeningsplan niet alleen de grenslijn omvat die rond het regionaalstedelijk gebied getrokken is, "maar ook gebiedsgerichte voorstellen die essentieel zijn om het stedelijk-gebiedbeleid vorm te geven", waarbij deze gebiedsgerichte voorstellen zijn opgenomen in voornoemde, afzonderlijke grafische plannen per geselecteerd deelgebied; dat voorts voor ieder van de deelplannen in de toelichting o.m. de relatie met het afbakeningsproces wordt weergegeven; Overwegende dat de verwerende partij betwist dat de verzoekende partij een belang heeft bij de gehele vernietiging, c.q. schorsing van de tenuitvoerlegging van het aangevochten ruimtelijk uitvoeringsplan; Overwegende dat dit de vraag doet rijzen of, indien zou voldaan zijn aan de in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gestelde voorwaarden, de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit geheel of slechts gedeeltelijk moet zijn; dat een onderzoek van en uitspraak hierover alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende uiteenzet : "Door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, in het bijzonder deelplan
- Gemengd regionaal bedrijventerrein, wordt de open ruimte tussen de stad Aalst en de gemeente Erpe-Mere bestemd tot een bedrijventerrein dat reikt tot net aan de grenzen van Erpe-Mere (deelgemeente Erpe) en de wijk Maal op het grondgebied van Aalst (deelgemeente Nieuwerkerken). X-11.623-3/6 De verenigbaarheid van het gemengd regionaal bedrijventerrein met de omliggende bewoning valt te betwijfelen. Afvalverwerking, recyclage, productie en verwerking van goederen brengen verkeer-, geur- en lawaaihinder met zich, met een bedreiging van de woon- en leefkwaliteit voor de omliggende bewoners tot gevolg. Het toelaten van Seveso-bedrijven op de terreinen van de Siezegemkouter is problematisch gezien de beperkte afstand ten opzichte van de bewoning. De geplande ontwikkelingen op de Siezegemkouter zullen onmiskenbaar een toenemende verkeershinder, met inbegrip van sluipverkeer, veroorzaken ter hoogte van de nabijgelegen gehuchten en de kernen Mere en Erpe. In de stedenbouwkundige voorschriften wordt gesteld dat de bestaande Merestraat wordt afgesloten ter hoogte van het gehucht Maal (artikel 4.1.2, § 2 van de stedenbouwkundige voorschriften). Uit de metingen in het kader van het gemeentelijk mobiliteitsplan (...) blijkt dat in de Merestraat tot meer dan 4.000 voertuigen per etmaal passeren. Hieruit blijkt dat de Merestraat een belangrijke functie heeft lokale ontsluitingsweg ten behoeve van de inwoners van Erpe-Mere zelf. De afsluiting van de Mereweg zal aanleiding geven tot een toenemende verkeershinder met inbegrip van sluipverkeer gezien de verkeersproblematiek aan het kruispunt Vijfhuizen. Nu ontstaat er reeds dagelijks verkeershinder met files en momenten van stapvoets verkeer vanaf het kruispunt Vijfhuizen. Door de optie die wordt genomen in het bestreden besluit - afsluiting van de Merestraat - wordt er een nog grotere druk gelegd op de N9 zodat met zekerheid kan gesteld worden dat het verkeer er het grootste deel van de dag problematisch zal zijn. De uitvoering van het plan zal de mogelijkheid voor de inwoners van Erpe-Mere om vlot de middelbare scholen te Aalst en hun werk te bereiken hypothekeren. Het is duidelijk dat de voorziene ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein op de Siezegemkouter op zichzelf onomkeerbare nadelige effecten op de mobiliteit van de gemeente Erpe-Mere zal hebben. Daarenboven voorzien de stedenbouwkundige voorschriften van deelplan 4 de afsluiting van de Merestraat, dewelke een belangrijke functie heeft als lokale ontsluitingsweg voor de inwoners van Erpe-Mere, met als gevolg dat er een nog grotere druk wordt gelegd op de N
- De onomkeerbare nadelige effecten van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit doorkruisen het beleid van de gemeente Erpe-Mere inzake mobiliteit en de opties genomen in het mobiliteitsplan opgesteld door de gemeente (...). Enkel en alleen de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan het ernstige nadeel herstellen. Het verwijzen van de opmaak van een mobiliteitsplan naar de uitvoeringsfase stelt de gemeente Erpe-Mere immers voor voldongen feiten (zie advies VLACORO, blz. 103 die voorstelt om de MOBER te koppelen aan het inrichtingsrapport bedoeld in artikel 4.1.4 van de stedenbouwkundige voorschriften; in het bestreden besluit bevestigt de Vlaamse regering dat dit mobiliteitsonderzoek zal moeten uitgevoerd worden in het kader van de in het eerste middel als onwettig ordeningsinstrument aangemerkte 'inrichtingsstudie'; (zie bestreden besluit op blz. 7 in fine, onder IV). Met het bestreden besluit ligt de ordening van het gebied vast, spijts het onregelmatig procédé van delegatie van ordening (zie eerste middel) waardoor een effectief mobiliteitsonderzoek zinloos wordt. De uitvoering van de studie zal immers gebeuren vertrekkende vanuit de geplande toestand en zal geen onderzoek meer inhouden naar een toestand waarbij de draagkracht wordt gerespecteerd."; X-11.623-4/6 Overwegende dat de verwerende partij daartegenover stelt wat volgt : "Het voorhanden zijn van een belang voor verzoekende partij als gemeente om een annulatieberoep of een vordering tot schorsing bij de Raad van State in te stellen, stemt niet noodzakelijk overeen met het voorhanden zijn van een nadeel, laat staan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. De bewering dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit 'het beleid van de Gemeente ERPE-MERE inzake mobiliteit en de opties genomen in het mobiliteitsplan opgesteld door de gemeente doorkruisen' is enerzijds te algemeen en weinig concreet en anderzijds geen ernstig nadeel in hoofde van de gemeente. Bovendien gaat het om een beleidsvraag, waarbij de Raad van State zich niet in de plaats van het bestuur kan stellen. De invulling van de Siezegemkouter is nodig om tegemoet te komen aan de taakstelling inzake bijkomende bedrijventerreinen van het RSV. De ingeroepen nadelen van verkeer-, geur-, en lawaaihinder 'voor de omliggende bewoners', kunnen - in zoverre zelfs beweren - niet door de gemeenten worden ingeroepen. Het door verzoekende partij ingeroepen nadeel moet immers een persoonlijk karakter hebben, hetgeen met de ingeroepen nadelen t.a.v. verzoekende partij niet het geval is. Zoals uiteengezet m.b.t. het vijfde middel, is de verkeersafwikkeling binnen het bestreden besluit conform met de principes van het RSV (pag. 452) i.v.m. de categorisering van de wegen. Door de afsluiting van de Merestraat vermindert precies het sluipverkeer naar het gehucht Maal en naar de deelgemeente Erpe. De hoofdontsluiting van het bedrijventerrein Siezegemkouter gebeurt via de Siezegemlaan en niet via de Gentsesteenweg (N9). Het verkeer van en naar het bedrijventerrein zal dus het op- en afrittencomplex (E40) Aalst gebruiken en niet dat van Erpe-Mere. Bovendien dienen nog maatregelen te worden genomen, waaronder het kruispunt van de Siezegemlaan en de N9, zodat de door verzoekende partij ingeroepen nadelen minstens voorbarig en zeker niet bewezen zijn."; Overwegende dat het ingeroepen nadeel inzake verkeer - geur- en lawaaihinder geen persoonlijk nadeel is, maar een nadeel de inwoners van de gemeente zelf treft; dat de verzoekende partij niet aantoont dat het bestreden besluit haar verhindert de haar opgedragen gemeentelijke taken met betrekking tot de verkeersveiligheid op haar grondgebied verder uit te oefenen; dat de aangevochten regeling misschien wel een invloed heeft op de mobiliteit in de gemeente, maar dat niet wordt aangetoond dat elk mobiliteitsplan daardoor onmogelijk wordt, noch welk concreet nadeel de verzoekende partij daardoor lijdt; Overwegende dat niet voldaan is aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-11.623-5/6 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig februari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mw. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.623-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.218 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.365 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.