← België

Arrest 141288 - - 25/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.288 Rolnummer: A. 53317/X-9400 Zaak: Arrest 141288 - - 25/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 08:07 Fiche Arrest nr 141.288 van 25 februari 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.288 van 25 februari 2005 in de zaak A. 53.317/X-

  1. In zake : Maurits DE VISSCHERE, wonende te 8750 WINGENE, Pastorijstraat 56 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaten P. VANDECASTEELE en R. BACKAERT, kantoor houdende te 8530 HARELBEKE, Noordstraat
  2. tussenkomende partij : de b.v.b.a. LAMBRECHT’S CHAMPIGNONBEDRIJF, die woonplaats kiest bij Advocaat J. TEMMERMAN, kantoor houdende te 9000 GENT, Sint-Martensstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Maurits DE VISSCHERE op 17 augustus 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden van 1 juni 1993 houdende inwilliging van het beroep van de b.v.b.a. LAMBRECHT’S CHAMPIGNONBEDRIJF tegen het besluit van 10 september 1992 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij haar de regularisatie-bouwvergunning wordt geweigerd voor een gierput en een kompostaanmaakafbakening te Ardooie, Oude Zwevezeelsestraat 13, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 299c; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 15 april 1994 ingediend door de b.v.b.a. LAMBRECHT’S CHAMPIGNONBEDRIJF; Gelet op de beschikking van 19 april 1994 die de tussenkomst van de b.v.b.a. LAMBRECHT’S CHAMPIGNONBEDRIJF toelaat; X-9400-1/4 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door de Auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 5 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memorie; Gelet op de beschikking van 4 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 januari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. HAVET die, loco Advocaat P. VANDECASTEELE verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat T. RYCKALTS die, loco Advocaat J. TEMMERMAN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de partijen zich mogen laten vertegenwoordigen of bijstaan door advocaten die ingeschreven zijn op de tabel van de Orde der advocaten of op de lijst van de stagiairs alsook, volgens de bepalingen van het Gerechtlijk Wetboek, door de onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie die gerechtigd zijn om het beroep van advocaat uit te oefenen; X-9400-2/4 Overwegende dat uit de aangehaalde wetsbepaling volgt dat de vertegenwoordiging van een partij door een andere persoon dan een advocaat niet rechtsgeldig is; dat dit ook zo wordt uiteengezet in het verslag namens de Verenigde Commissies van Justitie en Binnenlandse Zaken over het ontwerp van wet houdende instelling van de Raad van State, onder de rubriek "Bijstand vanwege de Balie"; dat daarin o.m. tot besluit wordt gesteld dat "geen enkel 'officieus' verdediger, geen enkel zakenagent, geen enkel procuratiehouder zal worden toegelaten tot het bijstaan of vertegenwoordigen van een partij" (Gedr. St. Senaat, B.Z. 1939, nr. 80, p. 62-63); Overwegende dat het verzoek tot voortzetting -zoals ook de laatste memorie- werden ingediend door Hans MOMMERENCY met de vermelding "voor Maurits De Visschere"; dat Hans MOMMERENCY geen advocaat is ingeschreven op de tabel van de Orde der advocaten of op de lijst van de stagiairs, en evenmin een onderdaan blijkt te zijn van een lidstaat van de Europese Unie die gerechtigd is om het beroep van advocaat uit te oefenen; dat dit verzoek tot voortzetting derhalve niet rechtsgeldig is; dat luidens artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, binnen een termijn van 30 dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de Auditeur waarin de verwerping of onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient; dat binnen de voormelde termijn van 30 dagen geen rechtsgeldig verzoek tot voortzetting is ingediend; dat niets de toepassing van deze bepaling in de weg staat; BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-9400-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig februari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9400-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.288 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.