← België

Arrest 141309 - - 25/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.309 Rolnummer: A. 158201/X-12149 Zaak: Arrest 141309 - - 25/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-11 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 08:09 Fiche Arrest nr 141.309 van 25 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.309 van 25 februari 2005 in de zaak A. 158.201/X-12.

  1. In zake : de n.v. SAVASON, die woonplaats kiest bij Advocaat G. MEEUS, kantoor houdende te 2830 WILLEBROEK, Mechelsesteenweg 26 tegen :
  2. de stad NIEUWPOORT, die woonplaats kiest bij Advocaat G. SOETE, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, Kerkstraat 8, bus 1,
  3. het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  4. tussenkomende partij : de n.v. SEA COAST INVEST, die woonplaats kiest bij Advocaat K. VANLERBERGHE, kantoor houdende te 8600 DIKSMUIDE, Ijzerlaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. SAVASON op 8 december 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 18 oktober 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Nieuwpoort om aan de n.v. SEA COAST INVEST een stedenbouwkundige vergunning af te geven tot het bouwen van een meergezinswoning op een terrein aan de Albert I laan 70 te Nieuwpoort, kadastraal bekend Sectie D, nrs. 0493c, 0494c en 0495c; Gezien de nota's van de verwerende partijen; X-12.149-1/22 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 februari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. LUST; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. BORGONIE, die loco Advocaat G. MEEUS verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat G. SOETE die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat Y. FRANCOIS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat S. FALEPIN, die loco Advocaat K. VANLERBERGHE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. SEA COAST INVEST vraagt in de debatten te mogen tussenkomen; dat zij de begunstigde van de bestreden beslissing is; dat er grond is het verzoek in te willigen; Overwegende dat voor het relaas van de relevante feiten verwezen wordt naar punt
  6. van het uittreksel uit het auditoraatsverslag dat in fine van dit arrest wordt toegevoegd; Overwegende dat de verwerende partijen en de tussenkomende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwisten; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zich slechts zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan zou zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; X-12.149-2/22 Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoekster op bladzijde 11 van het verzoekschrift betoogt dat zij ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel dreigt te zullen lijden dat ernstig en moeilijk herstelbaar is; dat het betoog wordt aangehaald in het bijgevoegd uittreksel uit het auditoraatsverslag, onder punt 5.1.1.; Overwegende dat het bevoegde lid van het auditoraat in haar verslag, sub 5.1.5., op gemotiveerde wijze concludeert dat het aangevoerde nadeel geen schorsing van de tenuitvoerlegging kan verantwoorden; Overwegende dat de Raad van State de motieven van het auditoraatsverslag bijvalt, behoudens wat de vaststelling van het verzuim betreft om de statuten over te leggen; dat wel - weze het nà inzage van de statuten, waaruit blijkt dat verzoekster tot doel heeft het beheer van een onroerend vermogen en van deelnemingen in vennootschappen of ondernemingen, evenals alle wissel- commissie- en makelaarstransacties, en alle verrichtingen van aval en borgtocht - de conclusie van de Auditeur overeind blijft dat "uit geen enkel gegeven kan worden afgeleid dat betreffende vennootschap door de bouw van de vergunde constructie zal worden verhinderd de activiteiten uit te oefenen die zij zich tot doel heeft gesteld"; dat bijkomend nog wordt bedacht dat de schorsingsvoorwaarde in verband met het nadeel losstaat en te onderscheiden is van die in verband met de ernstige middelen; dat aldus, met betrekking tot de besproken voorwaarde aangaande het nadeel, niet dienstig is het argument dat door het aangevochten besluit "geen rekening wordt gehouden met de belangen van verzoekster"; dat immers het argument in essentie een herinnering uitmaakt aan het eerste middel, waarin de motieven worden betwist op grond waarvan het college van burgemeester en schepenen aan de bezwaren van de omwonenden, onder wie verzoekster, is voorbijgegaan; dat niet genoegzaam blijkt dat het aangevoerde nadeel verzoekster X-12.149-3/22 een "moeilijk te herstellen ernstig nadeel" in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dreigt te doen lijden; Overwegende dat aan tenminste een van de grondvoorwaarden voor een schorsing niet is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  7. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. SEA COAST INVEST in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  8. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  9. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig februari 2005, door : de HH.. J. LUST, Wnd. Kamervoorzitter, Staatsraad, B. COLLIN, Toegevoegd Griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. LUST. X-12.149-4/22 X-12.149-5/22 X-12.149-6/22 X-12.149-7/22 X-12.149-8/22 X-12.149-9/22 X-12.149-10/22 X-12.149-11/22 X-12.149-12/22 X-12.149-13/22 X-12.149-14/22 X-12.149-15/22 X-12.149-16/22 X-12.149-17/22 X-12.149-18/22 X-12.149-19/22 X-12.149-20/22 [...] X-12.149-21/22 X-12.149-22/22 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.309 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.926 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.