id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.319 Rolnummer: A. 111290/IX-3919 Zaak: Arrest 141319 - - 28/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-14 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 08:09 Fiche Arrest nr 141.319 van 28 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.319 van 28 februari 2005 in de zaak A. 111.290/IX-
- In zake : de NV BASTIN-PACK, gevestigd te WETTEREN, IZ Kwatrecht-Zuid, Neerhonderd 37 tegen : het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, dat woonplaats kiest bij advocaat F. LEMAIRE, kantoor houdende te BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV BASTIN-PACK, op 21 september 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 23 juli 2001 van de Vlaamse minister van Economie waarbij besloten wordt dat de investering in een Comexi-drukpers niet in aanmerking komt voor subsidiëring; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 29 april 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-3919-1/6 Gelet op de beschikking van 21 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 februari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. VERMOTE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. VANOVERBERGHE, die loco advocaat F. LEMAIRE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.
- Op 1 oktober 1998 dient de NV BASTIN PACK met anderen een aanvraag in bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor het verkrijgen van expansiesteun op grond van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering. Het totaal ingediende investeringsprogramma bedraagt 135.080.931 BEF en bestaat uit de aankoop van grond en gebouwen en uit de verbouwing-inrichting en aankoop van nieuw materieel. Er wordt ook steun gevraagd voor bijkomende tewerkstelling van 17 personen en ecologiesteun voor investering in een luchtzuiveringsinstallatie. Tevens wordt vrijstelling van onroerende voorheffing aangevraagd gedurende vijf jaar voor de aanvaardbare onroerende investeringen. 1.
- Op 4 oktober 2000 beslist de Vlaamse minister van Economie om gedurende 5 jaar vrijstelling van onroerende voorheffing te verlenen op bepaalde onroerende investeringen en een rentetoelage van 5.240.000 BEF en een kapitaal- IX-3919-2/6 premie van 4.553.000 BEF toe te kennen “voor zover het ingediend investerings- programma volledig wordt uitgevoerd en gefinancierd zoals voorzien”. Die beslissing wordt bij brief van 4 oktober 2000 meegedeeld aan de NV KBC Bank die de aanvraag namens de verzoekende partijen heeft ingediend. Uit de bijlage I bij die brief blijkt dat van het totaal ingediend investerings- en financieringsprogramma ten belope van 135.080.931 BEF, er 122.410.590 BEF subsidiabel beschouwd wordt. Een aantal investeringen ten belope van 6.986.508 BEF worden niet aanvaard waaronder de aankoop van een nieuwe Comexi-kleurendrukpers door de verzoekende partij. Als reden wordt vermeld dat die drukpers door de verzoekende partij verhuurd wordt aan de NV Bastin & C/ en er wordt verwezen naar punt 3.2.2.1 van de richtlijnen VL
- 1.
- Bij brief van 23 oktober 2000 schrijft de NV KBC Bank aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap dat haar kliënt op één punt niet akkoord gaat met de beslissing van 4 oktober 2000, namelijk de verwerping van de Comexi- machine uit het subsidieerbare investeringspakket. Gevraagd wordt “de beslissing te willen herbekijken in de optiek van dit nieuwe document en ons zo spoedig mogelijk in te lichten omtrent uw bevindingen”. In een brief van 30 mei 2001 deelt de minister mee dat het bezwaar verworpen wordt en dat de investering in het Comexi-toestel “definitief niet aanvaard wordt”. 1.
- Bij brief van 1 juni 2001 vraagt de gedelegeerd bestuurder van de verzoekende partij aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap de uitbetaling van de kapitaalpremie. Uit het verslag van onderzoek van de administratie Economie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap blijkt dat van de bij beslissing van 4 oktober 2000 totaal aanvaarde investeringen ten belope van 128.094.423 BEF, in totaal 90.554.484 BEF investeringen gerealiseerd werden. Voorgesteld wordt de kapitaalpremie bijgevolg te herberekenen op 84.870.651 BEF subsidiabele investeringen namelijk 90.554.484 BEF totaal aanvaarde investeringen - 5.683.833 BEF afschrijvingsaftrek. IX-3919-3/6 In een brief van 23 juli 2001 deelt de Vlaamse minister van Economie aan de gedelegeerd bestuurder van de verzoekende partij mee dat uit een onderzoek in verband met de vraag tot uitbetaling van de kapitaalpremie gebleken is dat de kostprijs van de subsidiabele investeringen 84.870.651 BEF bedraagt en dat de oorspronkelijk toegekende kapitaalpremie dan ook verminderd wordt tot 1.550.000 BEF. Gesteld wordt dat de herberekende kapitaalpremie eerstdaags in uitbetaling zal worden gesteld. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord aanvoert dat het annulatieberoep laattijdig is ingediend, in de mate het “impliciet betrekking zou hebben op de beslissing van 4.10.2000"; dat zij betoogt dat de verzoekende partij tegen die beslissing wel bezwaar heeft geuit bij het bestuur, maar dat zij er niet tijdig een annulatieberoep tegen heeft ingediend en dat zij dat ook niet gedaan heeft tegen de brief van 30 mei 2001, waarbij het bestuur haar mededeelde dat de investering in de Comexi-drukpers definitief niet aanvaard werd; dat zij van oordeel is dat de beslissingen van 4 oktober 2000 en van 30 mei 2001 definitief zijn geworden in de mate dat zij de weigering bevatten om de Comexi-drukpers te subsidiëren en dat in de beslissing van 23 juli 2001 daarover geen nieuw standpunt wordt ingenomen zodat het laatstvermelde besluit niet kan gezien worden als de bevestiging van het op 4 oktober 2000 ingenomen standpunt; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord daarop antwoordt dat het besluit van 4 oktober 2000 een “tussen- tijdse beslissing” is, waartegen zij een willig beroep heeft ingediend en dat een antwoord gekregen heeft in de beslissing van 23 juli 2001, die aldus “een nieuwe beslissing (vormt) ten aanzien van het al dan niet verwerpen van de Comexi-pers”; 2.3.
- Overwegende dat het voorwerp van het beroep beperkt is tot de beslissing van de verwerende partij om de investering in de Comexi-drukpers niet te subsidiëren; dat zij van oordeel is dat de termijn om tegen dat besluit in beroep te komen aangevangen is bij de ontvangst van de brief van 23 juli 2001 van de Vlaamse minister van Economie; IX-3919-4/6 Overwegende dat de brief van 23 juli 2001 het resultaat is van de herberekening van de kapitaalpremie die op 4 oktober 2000 aan de verzoekende partij was toegekend, aangezien uit een onderzoek van de administratie gebleken was dat de onderneming een lager bedrag had geïnvesteerd dan oorspronkelijk -met het besluit van 4 oktober 2000- was aanvaard; dat de problematiek van de subsidiëring van de Comexi-drukpers daarbij niet meer ter sprake gekomen is, aangezien de desbetreffende investering ook reeds uit het oorspronkelijk aanvaarde investeringsprogramma was weggelaten; dat de mededeling van 23 juli 2001 derhalve geen betrekking heeft op de beslissing die het voorwerp van het beroep uitmaakt, zodat de verzoekende partij ten onrechte betoogt dat die brief het antwoord bevat op haar willig beroep; dat in die zin het beroep zelfs geen voorwerp heeft; 2.3.
- Overwegende dat de beslissing om de Comexi-drukpers niet als een subsidieerbare investering te beschouwen oorspronkelijk vervat lag in de ministeriële beslissing van 4 oktober 2000, die dezelfde dag ter kennis gebracht is van de KBC-bank, de instelling die namens de verzoekende partij alle besprekingen met de verwerende partij over het subsidiëringsdossier gevoerd heeft; dat in die kennisgeving gewezen is op de beroeps- en bezwaarmogelijkheid waarover de verzoekende partij beschikte; dat de verzoekende partij tegen die weigerings- beslissing geen annulatieberoep ingediend heeft, maar dat zij de KBC-bank wel de opdracht gegeven heeft bezwaar in te dienen bij het bestuur, wat gebeurd is op 23 oktober 2000; dat de verwerende partij na onderzoek van die bezwaren op 30 mei 2001 aan de KBC-bank medegedeeld heeft dat haar bezwaar verworpen werd en dat “de investering in het Comexi-toestel (...) definitief niet aanvaard wordt”; dat de verzoekende partij tegen dat eindbesluit -dat formeel aan de KBC-BANK en de boekhoudkundig adviseur van de verzoekende partij ter kennis gebracht is, maar waarvan zij onmiskenbaar kennis heeft gekregen, aangezien zij met een brief van 1 juni 2001 ingegaan is op de in het schrijven van 30 mei 2001 vervatte aanbeveling om de uitbetaling van de kapitaalpremie aan te vragen- geen annulatieberoep ingediend heeft binnen de volgende zestig dagen; dat zij dat beroep pas op 21 september 2001 ingediend heeft; dat vanuit dat oogpunt, het beroep laattijdig ingesteld is; IX-3919-5/6
- Overwegende dat het annulatieberoep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3919-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.319 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.