← België

Arrest 141321 - - 28/02/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.321 Rolnummer: A. 112173/IX-3113 Zaak: Arrest 141321 - - 28/02/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-14 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 08:10 Fiche Arrest nr 141.321 van 28 februari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.321 van 28 februari 2005 in de zaak A. 112.173/IX-

  1. In zake : Alain DESMAELE, wonende te DE HAAN, Heieweg 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Alain DESMAELE op 22 oktober 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van : - de hem op 3 mei 2001 ter kennis gebrachte beslissing van de minister van Landsverdediging waarbij hem afschrift wordt geweigerd van de stukken die de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) opgesteld heeft in het kader van het tegen hem gevoerd onderzoek en van - de beslissing van 9 augustus 2001 van de minister van Landsverdediging waarbij, na heroverweging, geweigerd wordt hem een afschrift te verlenen van het verslag van de dienst ADIV opgesteld in het kader van datzelfde onderzoek; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 9 juli 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-3113-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 20 januari 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 21 februari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. DESTICKER, die verschijnt voor verzoeker, en van majoor militair-administrateur A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Op 29 augustus 1972 treedt verzoeker in dienst als kandidaat- beroepsofficier van de landmacht. Hij wordt benoemd tot adjudant-chef vlieger op 26 maart
  4. Op 1 januari 1999 wordt hij aangesteld als secretaris bij de defensieattaché te Caïro. 1.
  5. In een nota van 22 februari 2000 schrijft de chef van de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (afgekort : ADIV) aan de chef van de generale staf dat verzoeker om dwingende reden uit zijn post te Caïro dient teruggeroepen te worden. IX-3113-2/7 Verzoeker wordt op 1 september 2000 gemuteerd naar de staf van de landmacht te Evere. 1.
  6. Op 30 oktober 2000 dient verzoeker een aanvraag tot “eerherstel en herstel in functie” in bij de minister van Landsverdediging. Het herstel in de vorige functie wordt op 31 januari 2001 geweigerd. 1.
  7. In een brief van 1 april 2001 aan de minister van Landsverdediging vraagt verzoeker met toepassing van de artikelen 4 en 5, van de wet van 11 april 1994 dat hem kopie zou bezorgd worden van : “Alle documenten van welke vorm ook welke over hem opgesteld door zijn administratieve overheden vanaf 1999 tot met heden, meer bepaald na indienen van het Mod B nr. 116244 van 30 Okt 2000, inzonderheid de stukken door ADIV opgesteld in het onderzoek gevoerd o.a. door Kolonel SBH K. SCHRIJVERS”. Laatstvermelde voerde in Caïro het onderzoek dat geleid heeft tot de terugroeping van verzoeker. Hij is de hiërarchische meerdere van de defensie- attaché, die volgens verzoeker een persoonlijke animositeit tegen hem tentoon spreidde. Bij brief van 6 april 2001 meldt de chef van het administratief en technisch secretariaat van de minister van Landsverdediging aan verzoeker dat de bovenvermelde vraag om afschrift ingewilligd wordt en dat de documenten na betaling van de kosten toegezonden zullen worden. 1.
  8. In een brief van 3 mei 2001 schrijft de attaché van de minister van Landsverdediging het volgende naar verzoeker : “In opvolging van uw schrijven van 1 april en ons antwoord van 6 april jongstleden, wens ik u volgende aanvullende informatie te geven. Op uw vraag om ‘de stukken door ADIV opgesteld in het onderzoek gevoerd o.a. door Kolonel SBH K. SCHRIJVERS’ te bekomen, kan tot mijn spijt niet ingegaan worden. IX-3113-3/7 Deze stukken hebben immers betrekking op een door SGR, in het kader van zijn wettelijke opdrachten, uitgevoerd intern onderzoek. Ze zijn ‘VERTROUWELIJK’ geclassificeerd op basis van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificaties en de veiligheidsmachtigingen. In artikel 26, § 1 van deze wet wordt gesteld : ‘De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is niet van toepassing op informatie, documenten of gegevens, materieel of stoffen, in welke vorm ook, die met toepassing van de bepalingen van deze wet geclassificeerd zijn’. In tegenstelling tot wat u in uw schrijven van 1 april aanhaalt, heeft deze bepaling dus niet louter betrekking op de veiligheidsonderzoeken, maar wel op alle op basis van genoemde wet geclassificeerde stukken. Voor wat betreft de rest van de documenten die over u zijn opgesteld door uw administratieve overheden, vraag ik u ons een verduidelijking over te maken van uw verzoek (welke soort documenten). Na ontvangst van uw antwoord, zullen deze u worden overgemaakt.” De in deze brief vervatte beslissing vormt het eerste voorwerp van het beroep. 1.
  9. Bij aangetekende brief van 19 mei 2001 vraagt verzoeker advies aan de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten. Bij aangetekende brief van 20 juni 2001 richt verzoeker een verzoek tot heroverweging van de weigeringsbeslissing van 3 mei 2001 tot de minister van Landsverdediging. 1.
  10. Bij brieven van 9 juli 2001 deelt de voorzitter van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten aan de minister van Landsverdediging en verzoeker het advies mee dat de Commissie tijdens haar vergadering van 2 juli 2001 heeft uitgebracht. 1.
  11. Bij brief van 9 augustus 2001, die op 9 augustus 2001 aange- tekend naar verzoeker is opgestuurd, deelt de minister van Landsverdediging het volgende mee aan verzoeker : “In antwoord op uw schrijven van juni laatstleden waarbij u de herover- weging van de beslissing van 3 mei 2001 vraagt, moet ik u tot mijn spijt mededelen dat ik daar, na hernieuwde studie van het dossier, niet kan op ingaan IX-3113-4/7 voor wat betreft het verslag door de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid opgesteld in het kader van het onderzoek gevoerd door o.a. Kol SBH SCHRYVERS. De redenen van deze herhaalde weigering zijn dezelfde als deze uiteengezet in ons schrijven van 3 mei laatstleden. Ik herinner er aan dat voor wat betreft de rest van de documenten die over u zijn opgesteld door uw administratieve overheden, in ons schrijven van 3 mei gevraagd werd ons een verduidelijking over te maken van uw verzoek (om welke soort documenten gaat het). Na ontvangst van uw antwoord, zullen deze documenten u overgemaakt worden. Tot slot wijs ik er op dat u tegen deze beslissing, evenals tegen de beslissing van 3 mei laatstleden, beroep kan instellen overeenkomstig de wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 12 januari 1973, Hiervoor dient u, binnen de 60 dagen na ontvangst van dit schrijven, een beroep in te dienen bij de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 BRUSSEL. Dit beroep dient te worden vergezeld van het advies van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten. Indien u zich bovendien door het optreden van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid onterecht behandeld voelt, kan u daaromtrent een klacht indienen bij het Comité voor Toezicht op de Inlichtingendiensten, Wetstraat 52, 1040 BRUSSEL.” Deze beslissing vormt het tweede voorwerp van het beroep; 2.
  12. Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat het beroep laattijdig ingesteld is; dat zij betoogt dat de minister van Landsverdediging met zijn brief van 9 augustus 2001, waarmee het tweede bestreden besluit aan verzoeker ter kennis gebracht is, mededeling heeft gedaan van de mogelijkheid om een annulatie- beroep in te stellen tegen de beslissingen van 3 mei 2001 en 9 augustus 2001, dat die aangetekend verzonden brief op 10 augustus 2001 op de verblijfplaats van verzoeker aangeboden is maar dat verzoeker toen afwezig was en er een bericht achtergelaten is en dat verzoeker op 24 augustus 2001 de brief op het postkantoor afgehaald heeft; dat in haar visie verzoeker geacht wordt van het tweede bestreden besluit kennis gekregen te hebben op 10 augustus 2001, terwijl het annulatieberoep niet binnen de zestig daarop volgende dagen ingediend is; 2.
  13. Overwegende dat verzoeker daar in zijn memorie van weder- antwoord op repliceert dat de termijn voor het indienen van een annulatieberoep IX-3113-5/7 tegen het eerste bestreden besluit -vervat in de brief van 3 mei 2001- bij gebrek aan vermelding van de beroepsmogelijkheid, niet ingegaan is vooraleer hij de brief van 9 augustus 2001 ontving, dat hij op 20 juni 2001 de heroverweging van die beslissing gevraagd heeft en dat het tweede bestreden besluit de bevestiging is van het eerste bestreden besluit; Overwegende dat verzoeker er zich in zijn laatste memorie over beklaagt dat de laattijdigheid van zijn beroep het gevolg is van de fictie dat een aangetekende brief besteld wordt daags na de afgifte ervan ter post -ook wanneer ze “non-Prior” verzonden zijn- en dat daarbij rekening gehouden wordt met “omstandigheden van feitelijke overmacht”, in dit geval dat hij “met zijn gezin met verlof in het buitenland was”, een gegeven waarvan de verwerende partij op de hoogte was; dat hij er zich voorts ook over beklaagt dat hij slechts 45 dagen gehad heeft om zich tegen het bestreden besluit te verweren; 2.
  14. Overwegende dat de termijn om tegen een administratieve beslissing een annulatieberoep in te stellen in gevallen als het onderhavige aanvangt op het ogenblik dat de betrokkene kennis krijgt van het bestreden besluit, dit is, wanneer de kennisgeving schriftelijk over de post gebeurt, de dag van ontvangst van de brief; dat uit de door de verwerende partij overgelegde stukken blijkt en dat verzoeker niet betwist dat de aangetekende brief van 9 augustus 2001 bij hem op 10 augustus 2001 aangeboden is, dat de postbode daar toen een bericht heeft achter- gelaten en dat hij de brief afgehaald heeft op 24 augustus 2001; dat de omstandig- heid dat verzoeker op 10 augustus 2001 met vakantie in het buitenland was, geen overmacht uitmaakt die de beroepstermijn stuit of schorst; dat, daargelaten de vaststelling dat het eerste bestreden besluit een beslissing vormt waartegen een georganiseerd administratief beroep kan ingesteld worden -hetgeen een rechtstreeks annulatieberoep bij de Raad van State uitsluit en hetgeen belet dat de beslissing die na de afhandeling van het administratief beroep genomen wordt de bevestiging is van het heroverwogen besluit-, het beroep niet ingediend is binnen de zestig dagen nadat de brief van 9 augustus 2001 door de postdienst aan verzoeker aangeboden is; dat het laattijdig en derhalve niet ontvankelijk is, IX-3113-6/7 BESLUIT: Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Artikel
  17. Het bedrag van 12,39 euro van de op het verzoekschrift tot nietigverklaring teveel aangebrachte fiscale zegels, zal aan verzoeker worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3113-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.321 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.