← België

Arrest 141398 - - 01/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.398 Rolnummer: A. 142158/XIV-16924 Zaak: Arrest 141398 - - 01/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-22 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 08:13 Fiche Arrest nr 141.398 van 1 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.398 van 1 maart 2005 in de zaak A. 142.158/XIV-16.924 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. JACOBS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Kroonlaan 207 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 11 september 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 7 augustus 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 23 augustus 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 augustus 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 14 oktober 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 6 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 mei 2004; XIV-16.924-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. JACOBS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché Ch. LECHAT, die verschijnt voor de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 1 november 2000 en zich vluchteling verklaart op 8 november 2000; dat op 23 augustus 2001 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 7 augustus 2003 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is;
  2. Overwegende dat het middel qua inhoud identiek is aan hetgeen E. A., echtgenoot van de verzoekende partij, als middel heeft ingeroepen tegen de hem betreffende beslissing, die gesteund was op dezelfde feitelijke gegevens; dat het beroep van E. A. tegen de hem betreffende beslissing met ‘s Raads arrest nr. 141.397 van 1 maart 2005 werd verworpen; dat de verzoekende partij in de huidige zaak geen belang meer kan doen gelden bij hetzelfde middel en dat zij geen ander middel aanvoert;
  3. Overwegende dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  4. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. XIV-16.924-2/3 Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op één maart tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-16.924-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.398 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.