id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.631 Rolnummer: A. 79391/IX-1273 Zaak: Arrest 141631 - - 07/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 08:20 Fiche Arrest nr 141.631 van 7 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.631 van 7 maart 2005 in de zaak A. 79.391/IX-
- In zake : Edwig STEPPE, die woonplaats kiest bij advocaat E. VANDEN BRANDE, kantoor houdende te BRUSSEL, Sint-Michielslaan 55, bus 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Graanmarkt
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Edwig STEPPE op 27 juli 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 18 mei 1998 waarbij Jean VERHOEVEN wordt aangewezen tot eerste substituut- procureur des Konings voor een termijn van drie jaar, met ingang van 1 juni 1998; Gelet op het arrest nr. 76.954 van 16 november 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 30 november 1998 door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-1273-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 3 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 26 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 januari 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. VANDEN BRANDE, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat F. VAN NUFFEL, die loco advocaat P. PEETERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Op 18 februari 1998 geeft de procureur des Konings te Brussel een ongunstig advies over de aanwijzing van verzoeker, substituut-procureur des Konings te Brussel, tot eerste substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. IX-1273-2/5 Over Jean VERHOEVEN, eveneens substituut-procureur des Konings te Brussel, geeft de procureur des Konings, eveneens op 18 februari 1998, een gunstig advies. 1.
- Op 26 februari 1998 draagt de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel Jean VERHOEVEN voor om aangewezen te worden tot eerste substituut-procureur des Konings. Hij sluit zich aan bij het ongunstig advies van de procureur des Konings over verzoeker. 1.
- Bij koninklijk besluit van 18 mei 1998 wordt Jean VERHOEVEN aangewezen tot eerste substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, voor een termijn van drie jaar met ingang van 1 juni
- Dat is de bestreden rechtshandeling. 1.
- In de loop van dit geding, bij koninklijk besluit van 4 maart 2001, wordt de aanwijzing van Jean VERHOEVEN in het adjunct-mandaat van eerste substituut-procureur des Konings voor drie jaar verlengd met ingang van 1 juni
- Bij koninklijk besluit van 20 december 2002 wordt Jean VERHOEVEN aangewezen voor het bijzonder mandaat van federaal magistraat voor een periode van vijf jaar. 2.
- Overwegende dat verzoeker hangende dit geding bij koninklijk besluit van 24 oktober 2001 zelf aangewezen werd tot eerste substituut-procureur des Konings te Brussel, voor een termijn van drie jaar met inwerkingtreding op de datum van de eedaflegging; dat artikel 259quinquies, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het thans luidt, bepaalt dat de aanwijzingen in adjunct- mandaten -zoals de functie van eerste substituut-procureur des Konings er een is blijkens artikel 58bis, 3/, van het Gerechtelijk Wetboek- geschieden voor een termijn van drie jaar die kan worden hernieuwd na evaluatie en dat na negen jaar ambtsvervulling de betrokkenen na evaluatie vast worden aangewezen; dat een eventuele nietigverklaring van de bestreden aanstelling niet meer tot het resultaat kan leiden dat verzoeker in de plaats van Jean VERHOEVEN voor een of meer opeenvolgende periodes van drie jaar wordt aangesteld in de geambieerde functie, vermits die aanstellingen intussen een einde hebben genomen; dat aangezien de werkelijke uitoefening van de functie gedurende drie opeenvolgende periodes van drie jaar een bij de wet gestelde voorwaarde is om in het adjunct-mandaat van eerste substituut vast aangesteld te worden, verzoeker louter door de nietigverklaring van de aanstelling van zijn concurrent niet kan verkrijgen dat hij nu of binnenkort zelf IX-1273-3/5 aan de voorwaarde om vast benoemd te worden zal voldoen; dat hij echter wel een belang behoudt om te doen vaststellen dat zijn concurrent niet eerder dan hijzelf aan die voorwaarden kon voldoen, met andere woorden om de voorsprong van Jean VERHOEVEN, wiens aanstelling voor drie jaar verzoeker bestrijdt, ongedaan te zien maken; dat derhalve zijn belang bij de nietigverklaring van die aanstelling tot dat aspect ervan beperkt dient te worden; 2.
- Overwegende dat verzoeker de verlenging van de aanwijzing tot eerste substituut-procureur des Konings van Jean VERHOEVEN bij koninklijk besluit van 4 maart 2001 niet heeft bestreden; dat ook niet blijkt dat hij diens aanwijzing voor het bijzonder mandaat van federaal magistraat bij koninklijk besluit van 20 december 2002 heeft bestreden; dat die laatste aanwijzing met toepassing van artikel 259sexies, § 3, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek tot gevolg heeft dat het adjunct-mandaat van eerste substituut van Jean VERHOEVEN wordt opgeschort gedurende de uitoefening van het bijzonder mandaat van federaal magistraat; dat verzoeker daardoor de voorsprong van drie jaar en vijf maanden in het adjunct-mandaat van eerste substituut-procureur des Konings welke Jean VERHOEVEN had, zal kunnen inlopen; dat aangezien, zoals gezegd, verzoekers belang er enkel nog in bestond om die voorsprong teniet te doen, dat belang aldus teloor is gegaan; dat het beroep niet langer ontvankelijk is; dat aangezien het verlies van zijn belang niet aan het toedoen van verzoeker te wijten is, het past de kosten ten laste van de verwerende partij te brengen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de Belgische Staat. IX-1273-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven maart 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-1273-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.631 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.75.461 ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.76.954 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.