id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.636 Rolnummer: A. 148831/X-11810 Zaak: Arrest 141636 - - 07/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 08:20 Fiche Arrest nr 141.636 van 7 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.636 van 7 maart 2005 in de zaak A. 148.831/X-11.810. In zake : Leo SMITS, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VERNAILLEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Leo SMITS op 15 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 27 november 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor de renovatie van een hoeve gelegen te Wommelgem, Oelegemsesteenweg 14, op een perceel kadastraal bekend Sectie B, nr. 134 B; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 mei 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. VERNAILLEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat B. EYCKMANS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; X-11.810-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de verzoekende partij eigenaar is van een terrein met een oude hoeve, gelegen aan de Oelegemsesteenweg 14 te Wommelgem, kadastraal bekend Sectie B, nr. 134 B; dat het perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan "Antwerpen" is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied; Overwegende dat de verzoekende partij op 3 mei 2002 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wommelgem een stedenbouwkundige vergunning vraagt voor het renoveren van die hoeve; dat zij de "vervallen houten schuur (...) onder schilddak (
- in)riet" tot het hoofdgebouw wenst te herbouwen, het oorspronkelijk "verankerd bakstenen woonhuis" tot een badkamer, dressing en slaapkamers en het rechtse gedeelte tot overdekte autostaanplaatsen; dat de verzoekende partij op 30 juli 2003 beroep aantekent bij ontstentenis van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wommelgem binnen de geldende termijn; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wommelgem met een besluit van 11 augustus 2003 de gevraagde vergunning weigert; Overwegende dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen met het bestreden besluit de vergunningsaanvraag weigert, in essentie omdat de aanvraag niet in overeenstemming is met de planologische bestemming en niet voldoet aan de uitzonderingsbepalingen van artikel 145bis van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : DRO); 2. Beoordeling 2.1. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen X-11.810-2/4 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2. Overwegende dat de verzoekende partij wat de tweede voorwaarde betreft aanvoert dat zij door de weigering van de gevraagde vergunning de laatste kans verliest om het kwestieuze goed te vrijwaren tegen definitief verval, dat de cultuurhistorisch waardevolle hoeve binnen korte tijd verloren dreigt te gaan door totale ruïnering en dan niet meer in aanmerking komt voor renovatie, dat de toestand door het lange talmen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wommelgem steeds erger is geworden zodat de hoeve in haar huidige staat niet meer voldoet aan de door artikel 145bis DRO vereiste elementaire stabiliteit, dat aan deze voorwaarde wel was voldaan bij het indienen van de vergunningsaanvraag en dat het verlies van een dergelijk waardevol historisch goed geen louter financieel nadeel uitmaakt; 2.3. Overwegende dat de verwerende partij in de nota antwoordt dat de verzoekende partij met haar betoog toegeeft dat het verval van het gebouw zeer ernstig is, dat dergelijk verval zich niet van vandaag op morgen voordoet, dat uit de brief van de verzoekende partij van 13 september 2003 blijkt dat zij al geruime tijd eigenaar is van het kwestieuze goed, dat de verzoekende partij de evolutie al lang heeft zien aankomen, dat het door het stilzitten van de verzoekende partij zo ver is gekomen en dat het niet-handelen van de verzoekende partij niet tot een moeilijk te herstellen nadeel kan leiden; 2.4. Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij bij het indienen van de vergunningsaanvraag zes foto’s heeft gevoegd; dat met name op de foto’s 3 en 4 duidelijk te zien is dat het dak van het middelste gedeelte, in het bij het verzoekschrift gevoegde "Uittreksel inventaris van bouwkundig erfgoed" "vervallen houten schuur (...) onder schilddak (
- in)riet" genoemd en bestemd om tot hoofdgebouw te worden verbouwd, met inbegrip van het dakgebinte nagenoeg volledig is ingestort; dat de thans door de verzoekende partij als stuk 6 neergelegde foto’s niet met die foto’s overeenstemmen; dat de verzoekende partij derhalve niet aannemelijk maakt dat de instorting van het kwestieuze dak en het verder teloorgaan van het gebouw te wijten zijn aan het talmen van de overheid; dat het voorgehouden nadeel aldus veroorzaakt is door de eigen nalatigheid van de verzoekende partij en niet door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; X-11.810-3/4 Overwegende dat uit de uiteenzetting van de verzoekende partij niet blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven maart 2005, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-11.810-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.636 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.838 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div