id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.684 Rolnummer: A. 157490/XII-4304 Zaak: Arrest 141684 - - 08/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-21 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 08:22 Fiche Arrest nr 141.684 van 8 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.684 van 8 maart 2005 in de zaak A. 157.490/XII-
- In zake : Iris DE SAEGER, die woonplaats kiest bij advocaat K. Demeester, kantoor houdende te Gent, Kortrijksesteenweg 535 tegen : de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Iris De Saeger op 16 november 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het “Besluit van de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen van 16 september 2004 houdende bevestiging van het 'principiële besluit' van 2 september 2004 om mevrouw Iris De Saeger, in vast verband benoemd bij het Provinciaal Onderwijs van Oost-Vlaanderen, in het wervingsambt van lesgeefster 'algemene vakken Engels', 6u/week, te affecteren 'in het belang van de dienst' van PCVO Meetjesland naar PCVO Gent vanaf 1 oktober 2004”; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 31 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 februari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4304-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Demeester, die verschijnt voor verzoekster, en van bestuurssecretaris H. Hillaert, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten bevat die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat te dezen het verzoekschrift geen uiteenzetting van die feiten bevat; dat verzoeksters raadsman ter terechtzitting vergeefs refereert aan hetgeen geschreven staat op de bladzijden 10-11 en 17 van het verzoekschrift; dat hij met die bladzijden te noemen verwijst naar de rubriek “III. MIDDELEN” van het verzoekschrift en meer bepaald naar het achtste middel en naar een onderdeel van het negende middel; dat een uiteenzetting van middelen die volgens verzoekster de vernietiging van de aangevochten akte kunnen rechtvaardigen als afzonderlijk vereiste is gesteld bij artikel 8, tweede lid, 4/, van hetzelfde koninklijk besluit; dat wat verzoeksters raadsman ter terechtzitting vraagt er op zou neerkomen dat de Raad eigener beweging in de uiteenzetting van de middelen -te dezen worden niet minder dan tien middelen als zijnde ernstig aangevoerd en toegelicht overheen 18 dichtbeschreven bladzijden- op speurtocht zou gaan naar wát de verzoekende partij nu wel als nadeel wil doen gelden en waaróm dit nadeel volgens haar ernstig is, én moeilijk herstelbaar; dat verzoekster de Raad evengoed mocht vragen in haar plaats het verzoekschrift op te stellen; dat een en ander strijdig is met de in herinnering gebrachte substantiële voorschriften en ook de rechten van verdediging danig in het gedrang zou brengen; dat de vordering tot schorsing kennelijk niet op ontvankelijke wijze is ingesteld; dat zij dienvolgens moet worden verworpen, XII-4304-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht maart 2005, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4304-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.684 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.583 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.