id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.833 Rolnummer: A. 73882/VII-15376 Zaak: Arrest 141833 - - 10/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-15 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 08:36 Fiche Arrest nr 141.833 van 10 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.833 van 10 maart 2005 in de zaak A. 73.882/VII-15.376. In zake : Carlo VAN BAEL die woonplaats kiest bij Advocaat P. DILLEMANS, kantoor houdende te HULDENBERG (NEERIJSE), Loonbeekstraat 25 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van LIMBURG. -------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Carlo VAN BAEL op 5 april 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 6 februari 1997 waarbij de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder van 25 januari 1995 houdende verlening van een vergunning voor de verandering van verzoekers inrichting bij wege van aktename wordt opgeheven en waarbij wordt besloten dat een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend; Gelet op het arrest nr. 67.730 van 25 augustus 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 11 februari 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-15.376-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 30 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 februari 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. DILLEMANS, die verschijnt voor verzoeker, en van Bestuurssecretaris S. MOENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder verleent op 28 juni 1993 een milieuvergunning aan Carlo VAN BAEL, voor het uitbaten van een dierenhotel, ingedeeld bij "inrichtingen waarin honden worden gehouden, inrichtingen voor het africhten van honden, hondenken- nels e.d.: van meer dan 10 volwassen dieren", voor een termijn van twintig jaar. 1.2. Na een aanvankelijke weigering verleent het college van burgemeester en schepenen op 11 oktober 1993 de bouwvergunning voor het verbouwen en bouwen van een "hondenpension", dit op basis van een nieuwe aanvraag. 1.3. Op 9 januari 1995 doet verzoeker aan het college van burgemeester en schepenen melding van een wijziging van de vergunde inrichting, met name de gewijzigde inplanting van de hondenrennen en de overname door een VII-15.376-2/8 andere exploitant namelijk de b.v.b.a. HUISDIERENCENTRUM ZOLDER, waarvan verzoeker zaakvoerder is. 1.4. Ingevolge deze melding wordt door het college van burgemeester en schepenen op 25 januari 2005, bij wijze van aktename, “ aan Van Bael Carlo (...) vergunning verleend voor de verandering van de vergunde inrichting door verplaatsing van de hondenrennen binnen de vergunde percelen”. Deze vergunning bij wijze van aktename wordt niet bekendgemaakt. 1.5. Op 17 augustus 1995 vraagt Eddy THIJS, omwonende van de inrichting, aan het college van burgemeester en schepenen of verzoeker over een rechtsgeldige milieuvergunning beschikt, waarop met een schrijven van 4 december 1995 positief wordt geantwoord. 1.6. Met een brief van 11 maart 1996 schrijft Eddy THIJS aan de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg dat verzoeker een nieuwe vergunningsaanvraag had moeten indienen voor de verandering van de inrichting, en hij beklaagt zich erover dat de aktename niet werd bekendgemaakt, zodat hem de mogelijkheid om in beroep te gaan werd ontnomen. 1.7. Op 26 april 1996 wordt namens de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg aan de burgemeester van de gemeente Heusden-Zolder gevraagd te zorgen voor de bekendmaking van de akteneming, zodat derden in beroep kunnen gaan; dit wordt ook gemeld aan Eddy THIJS. Ofschoon verzoeker zich met klem tegen die aanplakking verzet, neemt de gouverneur van de provincie Limburg, in brieven van 27 juni 1996 gericht aan verzoekers raadsman en aan de burgemeester, het standpunt in dat er aanplakking dient te gebeuren. 1.8. Op 19 juli 1996 meldt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusen-Zolder aan de gouverneur van de provincie Limburg dat het op 10 juli 1996 heeft besloten geen aanplakking te doen, omdat daartoe geen verplichting bestaat. 1.9. Met een brief van 4 oktober 1996 antwoordt de gouverneur op een vraag van Eddy THIJS dat een eventueel beroep tegen “een beslissing omtrent een milieuvergunning” -bedoeld wordt de aktename van 25 januari 1995- ontvankelijk zal worden verklaard. VII-15.376-3/8 1.10. Op 28 oktober 1996 tekent Eddy THIJS met een aangetekende brief formeel beroep aan tegen de aktename van 25 januari 1995. 1.11. Na het inwinnen van een aantal adviezen beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg op 6 februari 1997 het beroep van Eddy THIJS in te willigen, de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder van 25 januari 1995 op te heffen en te vervangen door wat volgt : "De melding van de heer Carlo VAN BAEL voor de verandering van zijn milieuvergunning ingevolge de gewijzigde inplanting van de hondenkennel wordt niet aanvaard. Voor het verkrijgen van de milieuvergunning dient de aanvrager een volledig nieuwe aanvraag in te dienen"; 2. De ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord een aantal excepties van onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, waaronder het gemis aan hoedanigheid vanwege de verzoeker; dat zij de exceptie als volgt toelicht : "1. dat immers moet vastgesteld worden dat het verzoekschrift dat bij uw Raad werd ingediend, ingediend werd door de heer Carlo VAN BAEL, in persoon, dit terwijl de heer VAN BAEL zelf reeds geruime tijd niet meer de exploitant is van de in het geding zijnde hondenkennel en méér zelfs, nooit in persoon partij is geweest in het dossier vermits het de b.v.b.a. Huisdierencentrum Zolder was die het dossier op 9 januari 1995 bij het College van Burgemeester en Schepenen van Heusden-Zolder aanhangig heeft gemaakt door melding te doen van enerzijds de overname van de inrichting en anderzijds de verandering van de inrichting; dat het trouwens vaststaat dat de b.v.b.a. Huisdierencentrum Zolder wel degelijk de actuele exploitant is van de hondenkennel; dat dit duidelijk blijkt uit : * het meldingsformulier dd. 9 januari 1995 waarbij de b.v.b.a. zelf de overname van de exploitatie meldde aan het College van Burgemeester en Schepenen van Heusden-Zolder; * het bij het meldingsformulier gevoegde uittreksel uit de statuten van de b.v.b.a. Huisdierencentrum Zolder; * de opstalakte dd. 22 februari 1994, waaruit bovendien nog blijkt dat het de b.v.b.a. is die eigenaar is van de inrichting waarvan de verandering werd gemeld; * het gegeven dat het de b.v.b.a. is die een B.T.W.-nummer heeft, niet de heer Van Bael; dat conform de rechtspraak van uw Raad echter enkel de actuele exploitant, bij uitsluiting van de oorspronkelijke exploitant, de kwaliteit heeft om voor uw Raad een vordering in te stellen tot nietigverklaring van een beslissing inzake een milieuvergunning (zie R.v.St., arrest Dockx, nr. 31.861, 26 januari 1989; VII-15.376-4/8 R.v.St., arrest De Clercq, nr. 32.554, 11 mei 1989; R.v.St., b.v.b.a. B. Langeraet en cons., nr. 43.152, 3 juni 1993); dat dit dan ook inhoudt dat de heer Van Bael, die de exploitatie van de inrichting heeft overgedragen aan de b.v.b.a. en dit ook zo acteert in zijn milieuvergunningsaanvraag, thans niet meer de rechtens vereiste kwaliteit heeft om voorliggende procedure bij uw Raad in te stellen en dat de vordering bijgevolg onontvankelijk moet worden geacht"; 2.2. Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord stelt dat de ontvankelijkheid van het beroep reeds werd aangenomen in de procedure tot schorsing; dat verzoeker stelt dat hij "de schorsing dito vernietiging gevraagd heeft van de beslissing nopens zijn persoon en die hem aangaat onder meer teneinde de belangen sensu lato te vrijwaren. De stellingname houding van de Bestendige Deputatie is overigens onbegrijpelijk ... Immers onder andere: 1. De beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van Heusden- Zolder dd. 25/1/95 stelt in artikel 1 Heusden-Zolder, wordt vergunning verleend ...' (stuk 12). 2. Mevrouw de Gouverneur stelt in haar schrijven dd. 27/6/96 aan Mevrouw de Burgemeester evenzeer 3. De heer Thijs stelt : 21/05/95 aan van Bael Carlo' (stuk 33). 4. De Bestendige Deputatie stelt in artikel 2 haar beslissing dd. 6/2/94 ZELF: MILIEUVERGUNNING ...' En in artikel 3: 2)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.