← België

Arrest 141849 - - 10/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.849 Rolnummer: A. 155807/X-12069 Zaak: Arrest 141849 - - 10/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 08:38 Fiche Arrest nr 141.849 van 10 maart 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.849 van 10 maart 2005 in de zaak A. 155.807/X-12.

  1. In zake : Dominique WAUTERS, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Visserij 157 A tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dominique WAUTERS op 21 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 mei 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, waarbij het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd en de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van het verbouwen van een woning te Sint-Martens-Latem, Kwakstraat 24, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 546 f; Gezien het verslag opgesteld door Auditeur P. BARRA, op grond van artikel 94 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 24 november 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 december 2004; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; X-12.069-1/7 Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. ROELANDTS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij een "memorie van antwoord - memorie na verslag" heeft ingediend; dat een dergelijke memorie niet is voorzien in de procedureregeling; dat zij uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat op 16 maart 2000 door "TAFFEIREN- WAUTERS" een aanvraag wordt ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouw- kundige vergunning voor de regularisatie van het verbouwen van een woning te Sint-Martens-Latem, Kwakstraat 24, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 546 f; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 12 februari 2001 de gevraagde vergunning heeft geweigerd op grond van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar waarin wordt gesteld dat het in casu niet gaat om onderhouds- of instandhoudingswerken, en dat het herbouwen of verbouwen van een woning, die volgens de gewestplanbestemming in natuurgebied is gelegen, niet kan worden toegestaan; dat de raadsman van Peter TAFFEIREN namens deze laatste op 15 maart 2001 beroep heeft ingesteld tegen voormelde weigeringsbeslis- sing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen; dat de bestendige deputatie bij besluit van 11 september 2003 het beroep heeft ingewilligd en de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend volgens de ingediende plannen op grond van artikel 145bis van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening; dat de gemachtige ambtenaar op 6 november 2003 beroep heeft ingesteld tegen voormeld besluit van de bestendige deputatie bij de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening; dat de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologi- sche Innovatie, bij het bestreden besluit van 27 mei 2004 het beroep van de gemachtigde ambtenaar heeft ingewilligd en de beslissing van 11 september 2003 van de bestendige deputatie heeft vernietigd; X-12.069-2/7 Overwegende dat de aanvraag tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning werd ingediend door "TAFFEIREN-WAUTERS"; dat de verzoekende partij aldus een persoonlijk belang heeft bij de nietigverklaring van het ministerieel besluit waarbij de door haar gevraagde en door de bestendige deputatie in beroep verleende vergunning wordt vernietigd; dat de door de verwerende partij ter zake opgeworpen exceptie niet kan worden aangenomen; Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van artikel 53, § 2, tweede lid, 1/, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het coördinatie- decreet), "doordat het bestreden ministerieel besluit dd. 27 mei 2004 het op 6 november 2003 ingestelde administratief beroep van de gemachtigde ambtenaar ontvankelijk verklaarde, terwijl het beroepsschrift van de gemachtigde ambtenaar, gericht aan de Vlaamse minister, aan de aanvrager werd betekend met miskenning van de substantiële vormvoorschriften zoals opgenomen in artikel 53, § 2, lid 2, 1/ van het coördinatiedecreet, nu hierin uitdrukkelijk is bepaald dat de aanvrager op straffe van nietigheid een afschrift van het beroepsschrift van de gemachtigde ambtenaar dient te ontvangen, 'waaruit blijkt op welke datum het beroep werd ingesteld en welke de redenen zijn waarop het beroep is gegrond, met eventuele bijlagen, opgesteld ter ondersteuning van dit beroep en die er een integrerend deel van uitmaken', en terwijl in artikel 53, § 2, lid 3 van het coördinatiedecreet een overgangs- bepaling is opgenomen waarin is bepaald dat die verplichting (tot het toevoegen van de in artikel 53, § 2, lid 2, 1/ bedoelde bijlagen aan de kennisgeving van het administratief beroepsschrift aan de aanvrager) ook van toepassing is op 'beroepen, ingesteld vóór het van kracht worden van deze bepaling', en terwijl het administratief beroep door de gemachtigde ambtenaar is ingesteld op 6 november 2003, terwijl het nieuwe artikel 53, § 2, lid 2, zoals ingevoerd in het coördinatiedecreet door artikel 67 van het wijzigingsdecreet van 21 november 2003, op 29 januari 2004 in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd en 10 dagen later, met name op 8 februari 2004, in werking is getreden, en terwijl het geen enkele twijfel leidt dat de Vlaamse minister - op grond van de zo-even geciteerde overgangsbepaling in artikel 53, § 2, lid 3 van het coördinatiedecreet - toepassing had moeten maken van deze nieuwe bepaling. en terwijl de Vlaamse minister bijgevolg had moeten vaststellen dat het administratief beroep van de gemachtigde ambtenaar door een nietigheid is aangetast, nu het administratief beroep slechts op één overweging is gesteund, die als volgt luidt : 'De werken zijn niet te beschouwen als verbouwen. De oorspronkelijke vrijstaande schuur werd volledig herbouwd, en er werd een verbinding gerealiseerd met de woning (cfr. vaststellingen PV in bijlage). Hierdoor werd het volume van de oorspronkelijke woning aanzienlijk uitgebreid' en terwijl die in bijlage bij het beroepsschrift gevoegde vaststellingen (PV) niet aan de aanvrager werd betekend, niettegenstaande het kennelijk gaat om bijlagen 'opgesteld ter ondersteuning van het beroep', die integrerend deel uitmaken van het beroepsschrift en dus - overeenkomstig artikel 53, § 2, lid 2, X-12.069-3/7 1/ van het coördinatiedecreet - op straffe van nietigheid aan het beroepsschrift hadden moeten worden toegevoegd, en terwijl het ontbreken van die bijlagen bij het beroepsschrift, dat aan de aanvrager werd betekend, evenmin kan worden ontkend, nu 1) enerzijds uit de hoofding van dit beroepsschrift van de gemachtigde ambtenaar blijkt dat inderdaad geen bijlagen werden toegevoegd, nu hier werd vermeld 'Bijlage : ///' en 2) anderzijds in fine van het beroepsschrift van de gemachtigde ambtenaar nogmaals wordt verduidelijkt : 'Alle motieven waarop dit beroep berust zijn in dit beroepsschrift opgenomen. Bij dit beroepsschrift zijn geen bijlagen gevoegd (inlich- tingen of memories)' en terwijl de Vlaamse minister dit administratief beroep derhalve als onontvankelijk had moeten afwijzen, doordat het beroep is gesteund op bijlagen die niet aan de aanvrager ter kennis werden gebracht, terwijl dit op straffe van nietigheid is voorgeschreven, en terwijl - tenslotte - de verwerende partij niet met goed gevolg zal kunnen opwerpen dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het middel, nu 1) in artikel 53, § 2, lid 1, 1/ van het coördinatiedecreet is bepaald dat deze vormvereisten op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, zodat de miskenning ervan ontegensprekelijk moet leiden tot de onontvankelijk- heidverklaring van dit beroep, 2) dit vormgebrek vermeld in artikel 53, § 2, lid 2, 1/ (het niet meesturen van de geïntegreerde bijlagen ter ondersteuning van het beroep aan de aanvrager) in tegenstelling tot de vormgebreken vermeld in artikel 53, § 2, lid 2, 2/ en 3/ van het coördinatiedecreet niet kan worden gereme- dieerd of verholpen (bvb. nadat de Vlaamse minister opnieuw zou gehouden zijn te oordelen over het beroep na een vernietigingsarrest van de Raad van State)."; Overwegende dat artikel 53, § 2, eerste, tweede en derde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals gewijzigd bij het decreet van 21 november 2003 houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, luidt als volgt : "Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Vlaamse regering in beroep komen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt terzelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse regering gebracht. Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien kennis aan het college. De kennisgeving aan de aanvrager bevat minstens : 1/ op straffe van nietigheid een afschrift van het beroepsschrift, waaruit blijkt op welke datum het beroep werd ingesteld en welke de redenen zijn waarop het beroep is gegrond, met eventuele bijlagen, opgesteld ter ondersteu- ning van dit beroep en die er een integrerend deel van uitmaken; 2/ een inventaris van de overige stukken die aan de Vlaamse regering en niet aan de aanvrager worden toegezonden; X-12.069-4/7 3/ welke instantie het beroep bij de Vlaamse regering voorbereidend onderzoekt, dat hij op het adres van deze instantie kan vragen om gehoord te worden bij de Vlaamse regering of haar gemachtigde, om het dossier in te kijken en om er afschriften uit te bekomen. Indien de aanvrager, de Vlaamse regering of de instantie die het beroep bij de Vlaamse regering voorbereidend onderzoekt, vaststelt dat aan de verplichting van het eerste lid, 2/ en 3/, niet is voldaan, kan hieraan alsnog worden verholpen. Onverminderd de definitieve rechterlijke beslissingen waarin schending van vormvoorschriften werd vastgesteld, is het voorgaand lid eveneens van toepassing op beroepen, ingesteld voor het van kracht worden van deze bepaling, en tevens op de beroepen, waarover opnieuw zal worden beslist na een vernietigingsarrest van de Raad van State."; dat voormeld decreet van 21 november 2003 is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 januari 2004; Overwegende dat het beroepsschrift van de gemachtigde ambtenaar van 6 november 2003 luidt als volgt : "Op 04/09/2003 nam de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen in beroep een beslissing omtrent bovenvermelde aanvraag. Ik heb deze beslissing ontvangen op 13/10/
  3. Tegen die beslissing ga ik in beroep (overeenkomstig artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996) om volgende redenen : De werken zijn niet te beschouwen als verbouwen. De oorspronkelijk vrijstaande schuur werd volledig herbouwd, en er werd een verbinding gerealiseerd met de woning. (cfr. vaststellingen PV in bijlage) Hierdoor werd het volume van de oorspronkelijke woning aanzienlijk uitgebreid. De aanvraag voldoet niet aan de uitzonderingsbepaling vervat in art. 145bis 1/ van het D.R.O. en komt niet voor vergunning in aanmerking. Alle motieven waarop dit beroep rust zijn in dit beroepsschrift opgenomen. Bij dit beroepsschrift zijn geen bijlagen gevoegd (toelichtingen of memories)"; Overwegende dat uit de motivering van het beroepsschrift blijkt dat de gemachtigde ambtenaar beroep heeft ingesteld om reden dat de werken volgens hem niet te beschouwen zijn als verbouwen aangezien de oorspronkelijke vrijstaande schuur volledig werd verbouwd en een verbinding werd gerealiseerd met de woning, zoals blijkt uit "vaststellingen PV in bijlage", waardoor het volume van de oorspronkelijke woning aanzienlijk werd uitgebreid; dat vermeld proces-verbaal in de gegeven omstandigheden niet anders kan worden aanzien dan als een bijlage ter ondersteuning van het beroep die er een integrerend deel van uitmaakt; dat dit proces-verbaal evenwel niet in bijlage bij het beroepsschrift was gevoegd, zoals blijkt uit de uitdrukkelijke vermelding in fine "Bij dit beroepsschrift zijn geen bijlagen gevoegd (toelichtingen of memories)" en uit de afwezigheid van een X-12.069-5/7 inventaris van de bijlagen; dat dit ter terechtzitting overigens niet wordt tegeng- esproken; dat de argumentatie van de verwerende partij dat onder "bijlagen, opgesteld ter ondersteuning van dit beroep" enkel kan worden begrepen "nieuwe stukken ter ondersteuning van het beroepsschrift" geen steun vindt in de bepaling van artikel 53, § 2, tweede lid, 1/, dat in algemene bewoordingen alle "bijlagen, opgesteld ter ondersteuning van dit beroep en die er een integrerend deel van uitmaken" viseert, zonder daarbij een onderscheid te maken naar gelang het geval deze bijlagen aan verzoeker reeds bekend zijn of niet; dat het proces-verbaal krachtens voormeld artikel 53, § 2, tweede lid, 2/, op straffe van nietigheid bij het beroepsschrift diende te zijn gevoegd; dat blijkt dat dit niet het geval was; dat luidens het derde lid van voormeld artikel deze bepaling ook van toepassing is op beroepen, ingesteld voor het van kracht worden van deze bepaling; dat de bevoegde Vlaamse minister het beroep om deze reden onontvankelijk had dienen te verklaren; dat het middel kennelijk gegrond is, BESLUIT: Artikel
  4. Vernietigd wordt het besluit van 27 mei 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, waarbij het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd en de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van het verbouwen van een woning te Sint-Martens-Latem, Kwakstraat 24, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 546 f. Artikel
  5. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. X-12.069-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart 2005 door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.069-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.849 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.