← België

Arrest 141857 - - 10/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.857 Rolnummer: A. 94344/X-9697 Zaak: Arrest 141857 - - 10/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-21 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 08:39 Fiche Arrest nr 141.857 van 10 maart 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 141.857 van 10 maart 2005 in de zaak A. 94.344/X-

  1. In zake : Michel DAUBY, wonende te 1170 BRUSSEL, Prins van Luiklaan 50/52 tegen : de gemeente KOKSIJDE. tussenkomende partij : de b.v.b.a. GERNIC, die woonplaats kiest bij Advocaat I. FEYS, kantoor houdende te 8670 KOKSIJDE, Zeelaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Michel DAUBY op 4 augustus 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 7 juni 2000 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente KOKSIJDE waarbij aan de b.v.b.a. GERNIC de bouwvergunning wordt verleend voor "het vervangen van twee ramen met terras door deurvensters" in een gebouw gelegen aan de Koninklijke Baan/Kursaallaan 6 te Koksijde, kadastraal bekend Sectie C, nrs. 364a en 367a; Gelet op het arrest nr. 92.834 van 31 januari 2001 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. GERNIC in het administratief kort geding wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 2 maart 2001 ingediend door Michel DAUBY; X-9697-1/3 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 27 april 2001 ingediend door de b.v.b.a. GERNIC; Gelet op de beschikking van 6 juni 2001 die de tussenkomst van de b.v.b.a. GERNIC toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BEUL ; Gelet op de beschikking van 27 oktober 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 15 november 2004; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van X-9697-2/3 geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-9697-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.857 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.92.834 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.