← België

Arrest 141911 - - 14/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.911 Rolnummer: A. 69576/IX-4028 Zaak: Arrest 141911 - - 14/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-22 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 08:43 Fiche Arrest nr 141.911 van 14 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.911 van 14 maart 2005 in de zaak A. 69.576/IX-

  1. In zake : Willy VAN MECHELEN, die woonplaats kiest bij, advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Britselei 76 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Willy VAN MECHELEN op 21 juni 1996 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 8 mei 1996 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij de voorlopige schorsing voor de duur van vier maanden die hem op 10 januari 1996 werd opgelegd, verlengd wordt tot uiterlijk vier maanden na het einde van de strafvordering; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur R. AERTGEERTS; Gelet op de beschikking van 26 augustus 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-4028-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 20 januari 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 7 maart 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. AERTGEERTS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  4. Verzoeker was adjudant-chef bij de rijkswacht. 1.
  5. Op 10 januari 1996 beslist de minister van Binnenlandse Zaken verzoeker, in het kader van een tegen hem gevoerd gerechtelijk onderzoek, bij ordemaatregel tijdelijk voor de duur van vier maanden uit zijn ambt te ontheffen, aangezien zijn verdere aanwezigheid in de rijkswacht onverenigbaar is met het belang van de dienst. Het tegen dat besluit ingediende annulatieberoep is bij arrest nr. 134.002 van 19 juli 2004 verworpen om reden dat verzoeker, na de ontvangst van het auditoraatsverslag waarin de verwerping van het beroep werd voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend heeft. IX-4028-2/4 1.
  6. Op 8 mei 1996 verlengt de minister van Binnenlandse Zaken de lopende schorsing bij ordemaatregel tot uiterlijk vier maanden na het einde van de strafvordering. Deze beslissing vormt het voorwerp van het onderhavige beroep. 1.
  7. Op 8 juni 1999 besluit de commandant van de rijkswacht dat verzoeker, die op 1 oktober 1999 de pensioenleeftijd bereikt, niet op pensioen gesteld kan worden wegens de gerechtelijke procedure die tegen hem loopt. 1.
  8. Op 7 januari 2003 verwerpt het Hof van Cassatie de voorziening die verzoeker had ingesteld tegen het arrest van 12 september 2002 van het hof van beroep te Antwerpen waarbij hij tot een gevangenisstraf van vijf jaar en een geldboete van 99.157,41 euro wordt veroordeeld en waarbij hij voor de duur van vijf jaar ontzet wordt uit de rechten voorzien in artikel 31 van het Strafwetboek. 1.
  9. Op 1 april 2003 beslist de directeur-generaal Personeel van de Federale Politie, verwijzend naar artikel IX.I.2.2/ van het RPPol, dat verzoeker op datum van 7 januari 2003 van rechtswege uit zijn ambt ontheven is, dat de periode van 15 januari 1996 tot 30 september 1999 -de periode van preventieve schorsing, gerekend tot de datum waarop verzoeker de pensioenleeftijd bereikt- “van rechtswege (wordt) omgezet in een periode van non-activiteit bij tuchtmaatregel” en dat hem voor de periode vanaf 1 oktober 1999 toegekende wedde teruggevorderd zal worden, aangezien hij als gevolg van zijn veroordeling geen recht heeft op een militair pensioen.
  10. Overwegende, ambtshalve, dat de bestreden preventieve schorsing van verzoeker met de sub 1.6 vermelde beslissing omgezet is in de tuchtmaatregel van de non-activiteit; dat verzoeker die beslissing niet bestreden heeft; dat bijgevolg de tuchtmaatregel definitief in de plaats gekomen is van de bestreden preventieve schorsing; dat het onderhavige beroep dan ook geen voorwerp meer heeft; dat in IX-4028-3/4 ieder geval verzoeker niet aantoont welk belang hij thans nog heeft bij de vernietiging van de bestreden preventieve schorsing, BESLUIT: Artikel
  11. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien maart 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-4028-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.911 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.