← België

Arrest 141950 - - 14/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.950 Rolnummer: A. 108298/XIV-5887 Zaak: Arrest 141950 - - 14/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 08:44 Fiche Arrest nr 141.950 van 14 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.950 van 14 maart 2005 in de zaak A. 108.298/XIV-

  1. In zake :
  2. XXX,
  3. XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat B. VRIJENS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 551 tegen :
  4. de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
  5. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 30 november 1957, en XXX, geboren op 21 augustus 1964, beiden van Slowaakse nationaliteit, op 30 juli 2001 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 29 juni 2001 tot bevestiging van de beslissingen van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 24 augustus 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partijen aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partijen op dezelfde dag hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissingen; Gelet op de beschikking van 30 augustus 2001 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelin- gen; Gezien de nota van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; XIV-5887-1/4 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 5 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 januari 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN, die loco Advocaat B. VRIJENS verschijnt voor de verzoekende partijen, van Attaché F. VEREE- KEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen keuze van woonplaats doen op het kantooradres van hun Advocaat, Meester B. Vrijens, Kortrijksesteenweg, 551 te 9000 Gent; Overwegende dat het vaststellingsbericht van 5 november 2004, voor de zitting van 12 januari 2005 om 14.00 uur, aan de Advocaat van de verzoekende partijen of aan zijn aangestelde wordt ter kennis gebracht op 23 november 2004; dat in bijlage van dit vaststellingsbericht reeds jaren een gedetailleerde vragenlijst wordt gevoegd die praktisch nooit wordt beantwoord door voornoemde Advocaat in de zaken die hij indient bij de Raad van State; Overwegende dat vaststaat dat de Advocaat van de verzoekende partijen van 24 november 2004 tot 11 januari 2005 de tijd had om zijn cliënten te contacteren en om na te gaan of zij zich al dan niet nog op Belgisch grondgebied bevinden; dat het de bedoeling is dat alle partijen schriftelijk antwoorden op voornoemde vragenlijst, teneinde in het belang van een behoorlijke en efficiënte rechtsbedeling de zaken die worden behandeld ter zitting te actualiseren; dat de Wnd. Voorzitter van de XIVde kamer er reeds herhaaldelijk heeft op gewezen dat in de dossiers die Advocaat B. Vrijens aanhangig maakt, nooit of praktisch nooit wordt geantwoord op de zeven vragen die worden gesteld in voornoemde vragenlijst; dat deze vragenlijst een onderzoeksmaatregel is, die uitgaat van de zetelende magistraat, waarop de partijen moeten antwoorden, binnen de grenzen van hun mogelijkheden; dat dit in casu niet het geval is; XIV-5887-2/4 Overwegende dat uit de brief van de Dienst Vreemdelingenzaken d.d. 14 december 2004, die aan het tegensprekelijk debat werd onderworpen, blijkt dat “betrokkene(n) op 09/04/2002 werd(en) gerepatrieerd met bestemming BRATISLAVA.”; dat de Advocate die ter zitting optreedt hierop antwoordt dat zij volhardt in de aangevoerde middelen, zonder enige toelichting te verschaffen over de actuele statutaire en verblijfssitua- tie van de verzoekende partijen; Overwegende dat vaststaat dat ter zitting er herhaaldelijk werd op gewezen dat het rechtens vereiste actueel belang ambtshalve door de Raad van State wordt onderzocht, na repatriëring van de verzoekende partijen, wanneer geen begin van bewijs wordt aangevoerd betreffende hun actuele verblijfssituatie en evenmin betreffende een schriftelijk contact, via brief, fax of e-mail van de verzoekende partijen vóór de zitting met hun Advocaat; Overwegende dat uit geen enkel element van het rechtsplegingsdossier blijkt dat er nog enig contact was tussen de Advocaat en zijn cliënten vóór de zitting van woensdag 12 januari 2005; dat dit vaststaand gegeven wordt gekoppeld aan de niet betwiste omstandigheid dat betrokkenen reeds sedert 9 april 2002 (bijna drie jaar geleden), werden gerepatrieerd naar hun land van herkomst; dat uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partijen niet doen blijken van het rechtens vereiste actueel belang bij de door hen ingediende vorderingen, zodat zij onontvankelijk zijn; dat deze exceptie van onontvankelijkheid ambtshalve door de Raad van State wordt opgeworpen, BESLUIT: Artikel
  6. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden onontvankelijk verklaard. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 347,05 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien maart tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, XIV-5887-3/4 staatsraad, Mevr. R. VAN DEN EECKHOUT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, R. VAN DEN EECKHOUT. D. MOONS. XIV-5887-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.950 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.