id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.954 Rolnummer: A. 92118/IX-2395 Zaak: Arrest 141954 - - 14/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-24 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 08:45 Fiche Arrest nr 141.954 van 14 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.954 van 14 maart 2005 in de zaak A. 92.118/IX-
- In zake : Marc STERKENS, wonende te HERENTALS-NOORDERWIJK, Servaas Daemsstraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en G. JANSSENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc STERKENS op 25 mei 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 27 april 2000 waarbij Benjamin ZAJTMANN benoemd wordt tot substituut- procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen; Gelet op het arrest nr. 90.094 van 9 oktober 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 3 november 2000 door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-2395-1/12 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 28 oktober 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging van verzoeker en de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 6 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 31 januari 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. VAN SCHOUBROECK, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. JOCHUMS, die loco advocaat D. D’HOOGHE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1.
- De vacante betrekking van substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen wordt aangekondigd in het Belgisch Staatsblad van 23 januari
- Verzoeker stelt zich kandidaat op 4 februari 1999, de benoemde op 6 februari
- IX-2395-2/12 1.2.
- Het adviescomité geeft op 7 april 1999 het volgende advies over verzoeker : BEOORDELINGEN Intelligentie en creativiteit : Een hoge intelligentie gaat gepaard met een intense creativiteit, die bijwijlen als overdreven of te verstrekkend wordt gepercipieerd. Nochtans wordt hij algemeen zeer gewaardeerd om zijn algemene eruditie en grote dossierkennis. Taalkennis en -vaardigheid : Kandidaat drukt zich op genuanceerde en duidelijke wijze uit. Verantwoordelijkheidszin : Zijn persoonlijkheid wordt gekenmerkt door een bijzonder groot plichtsgevoelen, verantwoordelijkheidszin en gedrevenheid. Zijn welbekende inzet op het vlak van de hormonenbestrijding is hiervan een illuster voorbeeld. Werkritme en besluitvaardigheid : De kandidaat beschikt over een meer dan normale werkkracht en inzet; hij schrikt voor geen inspanning terug en nooit is de hoeveelheid werk een reden om een opdracht uit te stellen of niet te doen. De wetgeving wordt steeds diepgaand bestudeerd zodat nauwelijks iets aan zijn aandacht ontsnapt. Collegialiteit en stiptheid : Bedachtzaam, maar vastberaden en alleszins uitermate stipt. Houding en voorkomen : - voorkomend en hoffelijk - sociaal geëngageerd. DIVERSE TOELICHTINGEN Zowel uit zijn diploma’s als uit zijn achtereenvolgende publicaties blijkt de wetenschappelijke belangstelling van de kandidaat. Blijkbaar ligt het hem, om naar aanleiding van de concrete toepassing van het recht, juridisch opzoekingswerk te verrichten. Elke confrontatie met een nieuw rechtsdomein zet hem er trouwens toe aan om, naast de studie van de materie op zich, hierover juridische commentaren te leveren. IX-2395-3/12 Volledigheidshalve weze aangestipt dat de kandidaat aan de benoemingsvoor- waarden zal voldoen vanaf 22 juni
- STERKENS Marc Het adviescomité verleent eenparig zeer gunstig advies. 1.2.
- Dezelfde dag geeft het adviescomité over de benoemde kandidaat het volgende advies : BEOORDELINGEN Intelligentie en creativiteit : Kandidaat behaalde het diploma van licentiaat in de rechten als werkstudent in de periode dat hij als griffier tewerkgesteld was op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen. Deze prestatie wijst niet alleen op zijn begaafdheid maar tevens op zijn inzet en doorzettingsvermogen. Als O.M. op de arrondissementsrechtbank werd hij zeer gewaardeerd om zijn gedegen kennis van de bevoegdheidsregels in burgerlijke zaken, hetgeen duidelijk tot uiting kwam in zeer goed onderbouwde adviezen. In het raam van zijn verantwoordelijkheden voor slachtofferonthaal en bemiddeling in strafzaken blijkt geregeld zijn aanleg voor een creatieve aanpak. Taalkennis en -vaardigheid : Kandidaat drukt zich zowel in woord als in geschrift op een hoogstaande wijze uit. Verantwoordelijkheidszin : Kandidaat vervult zijn taken met inzet en beroepsernst. Hij is terdege begaan met de hem toevertrouwde opdrachten, hij ontwijkt problemen niet, maar tracht integendeel pasklare oplossingen aan te reiken. Uit zijn ganse houding blijkt dat hij over een uitgesproken zin voor verantwoordelijkheid beschikt. Werkritme en besluitvaardigheid : Algemeen wordt vastgesteld dat de kandidaat zeer nauwgezet werk aflevert, hetgeen betekent dat hij klaarblijkelijk kwaliteit verkiest boven snelle afhandeling. Op rustige maar kordate wijze slaagt hij er tevens in om een genuanceerde en weloverwogen besluitvorming binnen redelijke tijd te formuleren. Collegialiteit en stiptheid : Geen specifieke opmerkingen. IX-2395-4/12 Houding en voorkomen : Bijzonder hoffelijk en beleefd, verzorgd en vriendelijk. DIVERSE TOELICHTINGEN Door zijn vroegere ervaringen in diverse hoedanigheden binnen de griffie bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen beschikt hij over een goed inzicht in de algemene werking van de rechtbank. ZAJTMANN Benjamin Het adviescomité verleent eenparig gunstig advies. 1.
- Bij koninklijk besluit van 27 april 2000 wordt Benjamin ZAJTMANN benoemd tot substituut-procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen. Het besluit wordt als volgt gemotiveerd : “Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op artikel 209; Overwegende dat de heer Zajtmann Benjamin, substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, de wettelijke benoemingsvoorwaarden vervult; Overwegende dat hij het diploma van licentiaat in de rechten behaalde als werkstudent in de periode dat hij als griffier tewerkgesteld was bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen; Overwegende dat deze prestatie niet alleen wijst op zijn begaafdheid, maar tevens op zijn inzet en doorzettingsvermogen; Overwegende dat hij bij koninklijk besluit van 12 juni 1991 benoemd werd tot toegevoegd substituut-procureur des Konings in het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Antwerpen; Overwegende dat hij bij koninklijk besluit van 10 oktober 1991 benoemd werd tot substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen; Overwegende dat betrokkene als substituut beroepservaringen heeft opgedaan binnen de sectie van de algemene wetsomschrijving; dat hij als correctioneel zittingsmagistraat in hoofdzaak optrad voor de politierechtbank en de alleenzetelend rechter op eerste aanleg; Overwegende dat hij op civiel vlak adviezen heeft verstrekt voor de arrondissementsrechtbank, op de rechtbank van koophandel in faillissementsaangelegenheden, in de beroepskamer van de vrederechter in aangelegenheden zoals collocaties en op de rechtbank van eerste aanleg in dossiers verband houdend met ontkenning van vaderschap; Overwegende dat hij geruime tijd verantwoordelijk is geweest voor de dienst interneringen en collocaties; dat hij daarnaast ook activiteiten heeft ontwikkeld in het raam van privé-milities en de wetgeving op detectivebureaus, IX-2395-5/12 voetbalgeweld en hooliganisme, prostitutie en georganiseerde criminaliteit en dat hij gedurende een beperkte periode was aangesteld als perswoordvoerder voor het parket van Antwerpen; Overwegende dat hij de verantwoordelijkheid heeft gekregen om de ontwikkelingen van het slachtofferonthaal en van de bemiddeling in strafzaken te begeleiden; Overwegende dat de wetenschappelijke belangstelling van de kandidaat blijkt uit de verschillende uiteenzettingen, voordrachten en lezingen die hij op zijn naam heeft staan; Overwegende dat hij als openbaar ministerie op de arrondissementsrechtbank zeer gewaardeerd werd om zijn gedegen kennis van de bevoegdheidsregels in burgerlijke zaken, hetgeen duidelijk tot uiting kwam in zeer goed onderbouwde adviezen; Overwegende dat in het raam van zijn verantwoordelijkheden voor slachtofferonthaal en bemiddeling in strafzaken geregeld zijn aanleg voor een creatieve aanpak blijkt; Overwegende dat zijn persoonlijkheid gekenmerkt wordt door een uitgesproken zin voor verantwoordelijkheid; dat hij zijn taken vervult met inzet en beroepsernst en dat hij terdege begaan is met de hem toevertrouwde opdrachten, de problemen niet ontwijkt maar integendeel pasklare oplossingen tracht aan te reiken; Overwegende dat algemeen wordt vastgesteld dat de kandidaat zeer nauwgezet werk aflevert, hetgeen betekent dat hij klaarblijkelijk kwaliteit verkiest boven snelle afhandeling; Overwegende dat hij op rustige maar kordate wijze er tevens in slaagt om een genuanceerde en weloverwogen besluitvorming binnen redelijke tijd te formuleren; Overwegende dat op deontologisch vlak er niets negatiefs gekend is en hij bijzonder hoffelijk, beleefd, verzorgd en vriendelijk overkomt; Overwegende dat hij door zijn vroegere ervaringen in diverse hoedanigheden binnen de griffie bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen beschikt over een goed inzicht in de algemene werking van de rechtbank; Overwegende dat deze uitmuntende titels en verdiensten onvolkomen werden geobjectiveerd, maar duidelijk ondergewaardeerd, in het éénparig slechts gunstig advies dat werd uitgebracht door het adviescomité voor het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Antwerpen en aan betrokkene werd betekend op 7 april 1999;”. 1.
- Bij beschikkingen van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen van 25 mei 1999 en 27 augustus 1999 is aan verzoeker opdracht gegeven om tijdelijk en gedeeltelijk het ambt van openbaar ministerie waar te nemen bij het hof van beroep te Antwerpen, respectievelijk vanaf 1 juni 1999 tot en met 30 juni 1999 en vanaf 1 september
- IX-2395-6/12 Bij beschikking van 31 maart 2000 van dezelfde procureur- generaal wordt aan verzoeker de opdracht gegeven om tijdelijk het ambt van openbaar ministerie waar te nemen bij het parket-generaal van het hof van beroep te Antwerpen, met ingang van 1 april
- 1.
- Hangende dit geding wordt verzoeker bij koninklijk besluit van 12 juli 2001 benoemd tot raadsheer in het hof van beroep te Antwerpen. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij uit verzoekers benoeming tot raadsheer in het hof van beroep te Antwerpen afleidt dat verzoeker geen actueel belang meer kan doen gelden; dat verzoeker, door het aangestelde lid van het auditoraat gevraagd om dienaangaande zijn standpunt mede te delen, verklaard heeft dat hij “geïnteresseerd (blijft) voor het ambt van substituut-procureur-generaal”; 2.
- Overwegende dat, zoals de Raad van State onder meer reeds in zijn arrest nr. 26.271, GHYSELS, van 18 maart 1986 heeft geoordeeld, wie van de overheid iets niet verkrijgt en daartegen bij de Raad van State in beroep gaat, hangende het geding van de overheid kan pogen iets anders te verkrijgen zonder dat hij door dat enkele feit te kennen geeft dat het oorspronkelijk geambieerde hem niet langer interesseert; dat ook het verkrijgen van het later gevraagde en het zonder voorbehoud aanvaarden ervan op zichzelf niet aantoont dat de betrokkene niet langer, noch moreel noch materieel, belang heeft bij de erkenning in rechte van het feit dat het oorspronkelijk gevraagde hem onrechtmatig onthouden werd, zeker niet wanneer het uiteindelijk verkregene inhoudelijk verschilt van het oorspronkelijk gevraagde; dat een ambt in het openbaar ministerie bij een hof van beroep inhoudelijk verschilt van een ambt van raadsheer in datzelfde hof; dat derhalve er geen reden is om het actueel belang van verzoeker bij de vordering in vraag te stellen; 3.1.
- Overwegende dat verzoeker in een eerste middel, onder verwijzing naar diverse arresten van de Raad van State, de schending aanvoert van zijn zichtbaar grotere aanspraken die volgens hem zijn : IX-2395-7/12 - dat hij de te begeven functie reeds heeft waargenomen; - dat hij van het adviescomité een zeer gunstig advies kreeg, terwijl de benoemde kandidaat een gunstig advies bekwam; - dat hij “een indrukwekkende lijst van publicaties” op zijn naam heeft, terwijl de benoemde kandidaat “geen enkele wetenschappelijke belangstelling” heeft; 3.1.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat verzoeker geen zichtbaar grotere aanspraken op de benoeming aantoont, stellende : - dat de ervaring van verzoeker bij het openbaar ministerie bij het hof van beroep te Antwerpen “weinig significant” is, aangezien hij die functie slechts gedurende korte tijd en dan nog deeltijds waarnam; - dat het feit dat de algemene conclusie van het advies van het adviescomité voor verzoeker “zeer gunstig” en voor de benoemde kandidaat “gunstig” was, veeleer een formeel onderscheid lijkt dat geen afbreuk doet aan de inhoudelijk erg positieve adviezen over beide kandidaten; - dat beide kandidaten blijk geven van wetenschappelijke belangstelling; 3.1.
- Overwegende dat verzoeker repliceert dat de verwerende partij de ervaring die hij bij het openbaar ministerie bij het hof van beroep te Antwerpen heeft opgedaan minimaliseert, dat in het advies van het adviescomité over verzoeker wordt verwezen naar een achttal publicaties, terwijl in het advies over de benoemde kandidaat wordt verwezen naar diverse uiteenzettingen en voordrachten en dat het zeer de vraag is op welke gegevens, andere dan de uitgebrachte adviezen, de verwerende partij zich mocht baseren om tot een eigen beoordeling van de kandidaten te komen; 3.1.
- Overwegende dat het voorhanden zijn van zichtbaar grotere aanspraken van een kandidaat kan worden vastgesteld wanneer die aanspraken een dergelijke graad van evidentie vertonen dat het ten enenmale onbegrijpelijk is hoe men eraan voorbij zou kunnen gaan ten voordele van een andere kandidaat; dat te dezen de drie gegevens waarop verzoeker zich beroept, te weten, dat hij de te begeven functie reeds heeft waargenomen, het zeer gunstig advies van het IX-2395-8/12 adviescomité en zijn wetenschappelijke belangstelling, niet van die aard zijn dat de benoeming van een andere kandidaat als kennelijk onredelijk overkomt; dat wat het eerste gegeven betreft, geen van de in het verzoekschrift aangehaalde arresten die stelling aanneemt; dat overigens, voorzover verzoeker van de procureur-generaal opdracht heeft gekregen om vanaf 1 juni 1999 tijdelijk en gedeeltelijk het ambt van openbaar ministerie bij het hof van beroep te Antwerpen waar te nemen, hij die opdracht slechts vanaf 1 april 2000 voltijds vervulde; dat het voor het grootste deel dus slechts ging om een deeltijdse opdracht; dat wat betreft het feit dat verzoeker een zeer gunstig advies en de benoemde kandidaat slechts een gunstig advies kreeg van het adviescomité, het door verzoeker aangehaalde arrest nr. 47.492, VERWILGHEN, van 19 mei 1994, weliswaar aannam dat de verzoekster in die zaak in redelijkheid grotere aanspraken kon doen gelden, wijl zij, omwille van haar lange loopbaan als rechter en wegens de uitstekende appreciatie die ze daaromtrent heeft verkregen, een betere beoordeling had gekregen dan de benoemde kandidaat; dat dit arrest echter niet uitsluit dat die grotere aanspraken teniet kunnen worden gedaan door andere gegevens; dat voorzover te dezen kan worden aangenomen dat het advies “zeer gunstig” tegenover “gunstig” vermag aan te tonen dat het adviescomité verzoekers kwaliteiten hoger inschatte, zelfs dat hij zichtbaar grotere aanspraken kon doen gelden, die aanspraken door de Koning opzij konden worden gezet mits daarvoor de redenen op te geven; dat de Koning dat in dezen heeft gedaan; dat de vraag of de daarbij gehanteerde motieven afdoende waren ter sprake komt bij het tweede middel; dat de adviezen van het adviescomité overigens niet bindend zijn voor de benoemende overheid; dat mede in aanmerking moet worden genomen dat het advies over de benoemde kandidaat geen enkel voorbehoud bevat en de geschiktheid van die kandidaat nergens in twijfel trekt; dat, wat ten slotte de wetenschappelijke belangstelling van verzoeker betreft, zulks op zich geen determinerend criterium is om de geschiktheid van een kandidaat voor het ambt van substituut-procureur-generaal te beoordelen; dat de benoemende overheid ook met andere criteria rekening kan houden; dat trouwens niet zo maar kan worden gesteld dat uit de uiteenzettingen en lezingen die de benoemde kandidaat heeft gehouden geen wetenschappelijke belangstelling zou blijken; dat het middel niet gegrond is; IX-2395-9/12 3.2.
- Overwegende dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 259ter, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek en van “de motiveringsplicht”; dat hij melding maakt van de rechtspraak van de Raad van State in verband met de benoeming van notarissen en ambtenaren, waaruit blijkt dat de benoemende overheid niet zonder wettige motieven van de verstrekte adviezen mag afwijken; 3.2.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat het door artikel 259ter, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven advies van het adviescomité bij benoemingen of bevorderingen tot een rechterlijk ambt niet bindend is; dat volgens haar terzake aan de materiële motiveringsplicht is voldaan, omdat de benoemende overheid uit de door het adviescomité verleende adviezen en de andere dossierstukken alle nodige gegevens kon afleiden om de titels en verdiensten van de kandidaten te vergelijken en het bestreden besluit de keuze van de benoemende overheid verantwoordt door omstandig de veelzijdigheid en de professionele kwaliteiten van de benoemde kandidaat te benadrukken en daarbij expliciet te vermelden “dat deze uitmuntende titels en verdiensten onvolkomen werden geobjectiveerd, maar duidelijk ondergewaardeerd, in het éénparig slechts gunstig advies dat werd uitgebracht door het adviescomité voor het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Antwerpen en aan betrokkene werd betekend op 7 april 1999”; dat volgens de verwerende partij de beoordeling van de benoemende overheid niet afwijkt van het advies van het adviescomité maar het de conclusie ervan nuanceert, zodat voor de motivering niet dezelfde gestrengheid geldt als voor een benoeming die tegen de adviezen indruist; dat de verwerende partij ten slotte opmerkt dat eveneens werd voldaan aan de formele motiveringsplicht, aangezien de keuze van de benoemende overheid uitgaat van de vergelijkende gegevens vervat in de uitgebrachte adviezen en in het benoemingsbesluit de redenen worden vermeld waarom de benoemde kandidaat boven verzoeker wordt gekozen; 3.2.
- Overwegende dat artikel 259ter, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het van toepassing was op datum van de bestreden benoeming, de minister van Justitie de verplichting oplegde om, alvorens over te gaan tot een IX-2395-10/12 benoeming in het ambt van, onder meer, substituut-procureur-generaal, het advies in te winnen van het comité van het rechtsgebied waar de benoeming moet geschieden; dat wat de motiveringsplicht betreft, het verzoekschrift een uiteenzetting bevat van de rechtspraak van de Raad van State in verband met de motivering van benoemingen waarbij de benoemende overheid de haar verstrekte adviezen niet volgt, welke rechtspraak echter niet concreet op het bestreden benoemingsbesluit wordt betrokken; dat verzoeker aldus kan worden vermoed de schending van de motiveringsplicht louter te zien in het feit dat de bestreden benoeming afwijkt van de door het adviescomité uitgedrukte voorkeur voor hemzelf, welke resulteerde in de beoordeling “eenparig zeer gunstig” tegen “eenparig gunstig” voor de benoemde kandidaat; Overwegende dat het bestreden benoemingsbesluit eensdeels in essentie de motivering overneemt van het advies dat het adviescomité over de benoemde kandidaat heeft uitgebracht, doch daar een aantal overwegingen heeft aan toegevoegd in verband met de specifieke ervaring, waardering, creativiteit en verantwoordelijkheidszin; dat het concludeert : “Overwegende dat deze uitmuntende titels en verdiensten onvolkomen werden geobjectiveerd, maar duidelijk ondergewaardeerd, in het éénparig slechts gunstig advies dat werd uitgebracht door het adviescomité voor het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Antwerpen en aan betrokkene werd betekend op 7 april 1999”; Overwegende dat het bestreden besluit aldus formeel motiveert waarom het de door het adviescomité uitgesproken voorkeur voor verzoeker niet bijvalt; dat verzoeker niet concreet uiteenzet waarom die motivering niet aan de motiveringsplicht zou voldoen; dat het middel niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-2395-11/12 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien maart 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-2395-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.954 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.90.094 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.