← België

Arrest 141955 - - 14/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.955 Rolnummer: A. 55911/IX-2804 Zaak: Arrest 141955 - - 14/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 08:45 Fiche Arrest nr 141.955 van 14 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 141.955 van 14 maart 2005 in de zaak A. 55.911/IX-

  1. In zake : Agnès JANSSENS, die woonplaats kiest bij de VZW GERFA, gevestigd te BRUSSEL, Luttrebruglaan 137 tegen : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, dat woonplaats kiest bij advocaat X. LEURQUIN, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Agnès JANSSENS op 24 januari 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 oktober 1993 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot overheveling omwille van functionele noodzakelijkheid van het personeel van het Bestuur van Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu naar het Brussels Instituut voor Milieubeheer; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur F. GEENS; Gelet op de beschikking van 7 februari 1995 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-2804-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 februari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN STEENBERGHE, die loco advocaat X. LEURQUIN verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij bij aangetekend schrijven van 9 december 1994 mededeelt dat het bestreden besluit gewijzigd is bij besluit van 22 september 1994 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, waarvan artikel 1 luidt als volgt : “Op de lijst in bijlage I van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 oktober 1993 tot overheveling omwille van functionele noodzakelijkheid van het personeel van het Bestuur van Natuurlijke Hulp- bronnen en Leefmilieu naar het Brussels Instituut voor Milieubeheer worden de namen van de heren Marc De Baenst, Alain Denoel, Yvan Libin en van Mevr. Agnès Janssens geschrapt.”; dat zij daaruit besluit dat het beroep geen voorwerp meer heeft aangezien het bestreden besluit geen toepassing meer vindt op verzoekster; IX-2804-2/5 Overwegende dat verzoekster in haar laatste memorie betoogt dat haar belang bij het beroep, door het schrappen van haar naam in de lijst van de naar het Brussels Instituut voor Milieubeheer overgehevelde personeelsleden, niet verloren is gegaan aangezien het bestreden besluit niet is ingetrokken en uitwerking heeft gehad ten aanzien van haarzelf gedurende de periode van 1 november 1993 tot 22 september 1994; dat zij aanvoert dat zij, ingevolge haar transfer naar het Brussels Instituut voor Milieubeheer, niet heeft kunnen meedingen naar betrekkingen die op het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vacant werden verklaard tijdens de periode van 1 november 1993 tot 22 september 1994; dat zij bovendien de graad-, niveau- en dienstanciënniteit verliest die zij verworven zou hebben bij het ministerie in die bewuste periode; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie aanvoert dat gedurende verzoeksters afwezigheid op het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zes betrekkingen van hoofdklerk vacant werden verklaard; dat de bevorderingsprocedure ingevolge de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 22 november 1991 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de Executieven en van de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen werd opgeschort en slechts is verdergezet na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps- commissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiek- rechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen; dat het besluit tot reïntegratie van verzoekster toen reeds genomen was; dat de vacatures ter kennis van verzoekster zijn gebracht bij brief van 8 december 1994 en dat zij zich kandidaat heeft gesteld bij brief van 12 december 1994; dat verzoekster uiteindelijk niet bevorderd is omdat ze slechts zesde gerangschikt was, terwijl er, gelet op de terugkeer van de overgehevelde personeelsleden, nog maar vijf betrekkingen vacant waren en niet omdat zij ingevolge haar transfer promotiekansen heeft verloren; IX-2804-3/5 Overwegende dat de verwerende partij voorts uiteenzet dat zij artikel 49 van het besluit van 8 juli 1993 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de loopbaan en de evaluatie van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest -thans artikel 398 van het besluit van 6 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest- heeft toegepast om de anciënniteit van verzoekster te berekenen en heeft geoordeeld dat haar tijdelijke afwezigheid geen vrijwillige onderbreking van haar diensten uitmaakte zodat die periode van onderbreking in aanmerking is genomen bij de berekening; dat dit blijkt uit de dienststaat van verzoekster waarin geen melding is gemaakt van haar afwezigheid en uit een vergelijking van de jaarboeken van 1993 en 1995 waarin de data waarop haar graad- , niveau- en dienstanciënniteit beginnen te lopen, identiek zijn; dat het bestreden besluit aldus geen enkele invloed heeft gehad op verzoeksters loopbaan zodat zij geen belang heeft bij de nietigverklaring ervan; Overwegende dat het besluit van 22 september 1994 een wijzigend besluit is en niet een besluit dat het bestreden besluit intrekt; dat het annulatieberoep bijgevolg niet zonder meer doelloos is geworden; dat evenwel verzoekster, gelet op de schrapping van haar naam in de lijst van de naar het Brussels Instituut voor Milieubeheer overgehevelde personeelsleden, niet langer belang heeft bij haar beroep; dat uit de stukken overgelegd door de verwerende partij -de dienststaat van verzoekster en de jaarboeken van 1993 en 1995- blijkt dat verzoekster geen nadeel heeft ondervonden of in de toekomst zal ondervinden van haar tijdelijke afwezigheid op het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; dat verzoekster het tegendeel niet aantoont; dat de vordering bijgevolg niet meer ontvankelijk is; dat het verlies van belang te wijten is aan de verwerende partij, zodat het past de kosten ten laste van de verwerende partij te brengen, IX-2804-4/5 BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien maart 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. L. HELLIN. IX-2804-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.955 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.