← België

Arrest 142035 - - 15/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.035 Rolnummer: A. 160128/XII-4394 Zaak: Arrest 142035 - - 15/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-17 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 08:45 Fiche Arrest nr 142.035 van 15 maart 2005 - Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.035 van 15 maart 2005 in de zaak A. 160.128/XII-

  1. In zake :
  2. de NV HERBOSCH-KIERE,
  3. de NV ANTWERPSE BOUWWERKEN, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, die woonplaats kiezen bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te 9680 Maarkedal, Etikhovestraat 6 tegen : de NV MAATSCHAPPIJ VAN DE BRUGSE ZEEVAART- INRICHTINGEN, die woonplaats kiest bij advocaten A. Lust en J. Goethals, kantoor houdende te 8200 Sint-Andries-Brugge, Burggraaf de Nieulantlaan
  4. tussenkomende partijen :
  5. de NV BESIX,
  6. de NV DEPRET, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, die woonplaats kiezen bij advocaten D. D'Hooghe en L. De Vuyst, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-
  7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Herbosch-Kiere en de NV Antwerpse Bouwwerken, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, op 18 februari 2005 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van 15 december 2004, aan verzoekende partij meegedeeld bij schrijven d.d. 9 februari 2005, om de opdracht voor het bouwen van een Kaaimuur langs de Oostoever van het Zuidelijk Kanaaldok in de achterhaven van Zeebrugge - Bestek nr. 5 van 2004 [...] Openbare aanbesteding voor de uitvoering van werken, toe te wijzen aan Belanghebbende Partij”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-4394-1/12 Gelet op de beschikking van 21 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 maart 2005, om 10.30 uur; Gezien het op 1 maart 2005 ingediend verzoekschrift waarbij de NV Besix en de NV Depret, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, vragen in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijken te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang hebben dat de vordering wordt afgewezen; dat hun verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaten A. Lust en J. Goethals, die verschijnen voor de verwerende partij, en van advocaten D. D'Hooghe en L. De Vuyst, die verschijnen voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  8. De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  9. Op 15 september 2004 beslist de raad van bestuur van de verwerende partij een openbare aanbesteding uit te schrijven voor het bouwen van een kaaimuur in het zuidelijk kanaaldok in de achterhaven van Zeebrugge. In dat kader wordt het “Bestek nr. 5 van 2004 - Bouwen van een kaaimuur langs de oostoever van het zuidelijk kanaaldok in de achterhaven in Zeebrugge” opgesteld, dat onder meer verwijst naar de toepassing van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie (bestek, blz. 25). XII-4394-2/12 1.
  10. Dit bestek bevat een omstandige omschrijving van het project (blz. 2). Daaronder is niet alleen het bouwen van de kaaimuur zelf begrepen maar ook onder meer het uitvoeren van een gedetailleerde studie van de kaaimuur met inbegrip van het leveren van de ontwerpplannen alsook controle van berekeningsnota's en levering van de uitvoeringsplannen. Het bestek bepaalt op bladzijde 25 inzake “varianten” : “Als gewone variante op de inschrijving mogen de in de grond gevormde funderingspalen vervangen worden door slibwanden. Dit is evenwel niet opgelegd. De vaste verbinding tussen de voorwand en de fundering van de achterste kraanbalk dient behouden te worden. Het indienen van vrije varianten is verboden”. Op de opdracht wordt onder meer het standaardbestek 230 voor waterbouw toepasselijk verklaard (bestek, blz. 29). Daarbij wordt vermeld dat, indien een van de toepasselijk verklaarde documenten in tegenspraak is met het bijzonder bestek, dit laatste voorrang heeft, “tenzij anders expliciet vermeld in [het] bijzonder bestek”. Het bestek nr. 230 bestaat uit onder meer verscheidene technische bepalingen die elk een artikelnummer hebben bestaande uit zes cijfers. Elk hoofdstuk ervan bestaat aldus uit een aantal onderdelen die elk een aantal artikelen bevatten die betrekking hebben op gelijksoortige activiteiten of werkzaamheden in het totale bouwproces. Aldus betreft hoofdstuk 31 van dat standaardbestek “Funderingen” en onderdeel 31.02 “funderingspalen”, nader verdeeld in een algemeen artikel (31.02.00), waaronder ook sprake is van “trekpalen”, artikelen over “vooraf gemaakte heipalen in gewapend beton” (31.02.10-12), artikelen over “vooraf gemaakte heipalen in voorgespannen beton” (31.02.20-22), artikelen over “in de grond gevormde heipalen” (31.02.30-33), artikelen over “boorpalen en schroefpalen” (31.02.40-43), artikelen over “controle op het inheien” (31.02.50-52) en artikelen over “in de grond gevormde injectiepalen” (31.02.60-61). Daarop volgt een onderdeel 31.05 over “diepwanden”, een onderdeel 31.06 over “grondankers en verankeringselementen”, een onderdeel 31.07 over “stalen damwanden”, een onderdeel 31.08 over “funderingen op putten” en een onderdeel 31.10 over “funderingen op stalen palen”. XII-4394-3/12 Het bijzonder bestek nr. 5 bevat op de bladzijden 62 e.v. een technische beschrijving. Hoofdstuk 31 daarvan (blz. 69-70) betreft “Funderingen”. Dit onderdeel is in het bijzonder bestek nr. 5 als volgt weergegeven : “ 31 FUNDERINGEN 31.02 FUNDERINGSPALEN. 31.02 FUNDERINGSPALEN. 31.02.30 In de grond gevormde heipalen : algemeenheden 31.02.31 In de grond gevormde heipalen zonder verbrede voet. VH m A. Materiaalbeschrijving. Het draagvermogen is 1750 kN dienstlast. De wapening is in deze post inbegrepen. 31.02.50 Controle op het inheien : algemeenheden 31.02.51.a Proefbelasting op drukpaal. VH st 31.02.51.b Proefbelasting op trekpaal. VH st 31.04 Trekpalen 31.04.01 MV-trekpaal of gelijkwaardig. VH st A. Materiaalbeschrijving. De dienstlast per trekpaal bedraagt 250 kN. 31.05 Diepwanden [...]”; De beschrijvende opmeting van de werken bij het bestek (blz. 74) onderscheidt onder meer achtereenvolgens de volgende posten “30-31.02.31 In de grond gevormde heipalen zonder verbrede voet”, “31-31.02.51.a Proefbelasting op drukpaal”, “32-31.02.51.b Proefbelasting op trekpaal” “33-31.04.01 Trekpalen” waarna posten volgen inzake dieptewanden (34-31.05.11 tot 38-31.05.15). XII-4394-4/12 Het aan het bijzonder bestek nr. 5 “toegevoegde” plan geeft eensdeels “funderingspalen” aan en anderdeels “MV-trekpaal”. 1.
  11. Blijkens het proces-verbaal der inschrijvingen zijn er op 6 december 2004 twaalf inschrijvers waaronder de verzoekende partijen en de tussenkomende partijen. Diverse inschrijvers waaronder de verzoekende partijen en de tussenkomende partijen dienen ook een variante in. De variante van de verzoekende partijen is blijkbaar de derde goedkoopste inschrijving. De variante van de tussenkomende partijen is de vijfde goedkoopste inschrijving. 1.
  12. Op 10 december 2004 concludeert een beoordelingscommissie dat alle inschrijvers voldoen aan de regels voor de kwalitatieve selectie en wordt voorgesteld de opdracht voor een bedrag van 9.943.937,09 euro, BTW niet inbegrepen, toe te wijzen aan de THV Besix-Depret. Betreffende de regelmatigheid van de offertes wordt in het algemeen gesteld : “Het bestek vermeldt onder Art. 101 §2 - Varianten : 'Als gewone variante op de inschrijving mogen de in de grond gevormde funderingspalen vervangen worden door slibwanden. Dit is evenwel niet opgelegd. De vaste verbinding tussen de voorwand en de fundering van de achterste kraanbalk dient behouden te worden. Het indienen van vrije varianten is verboden'. Een gewone variant is een door de aanbestedende overheid precies omschreven alternatief dat volledig gelijkwaardig wordt geacht met de basisoplossing. Er is voor de inschrijver geen inhoudelijke vrijheid inzake het voor te stellen alternatief. Het indienen van een 'vrije variant' is dus niet toegelaten. Gebeurt dit toch dan leidt dit niet tot de verplichte weigering van de gehele offerte. De aanbestedende overheid houdt dan evenwel geen rekening met de vrije variant, maar indien er ook een offerte ingediend werd voor de basisopleiding dan wordt deze verder behandeld. De precieze omschrijving van het alternatief stelt dat 'de in de grond gevormde funderingspalen' mogen vervangen worden door slibwanden en dat de 'vaste verbinding' tussen de voorwand en de fundering van de achterste kraanbalk moet behouden blijven. Bij de technische bepalingen wordt onder 31.02 - Funderingspalen en onder 31.02.31 de in de grond gevormde heipalen omschreven”. De vier goedkopere inschrijvingen -zoals deze van de gekozen inschrijver eveneens alle varianten- worden onregelmatig bevonden. Deze van verzoekende partijen om de volgende reden : XII-4394-5/12 “Deze inschrijver dient twee offertes in : basisoplossing en variant. Bij technisch nazicht van de variant, 9.654.062,40 euro, wordt vastgesteld dat deze oplossing niet voldoet aan het opgelegde criterium betreffende de vervormingen in gebruiksgrenstoestand. Bovendien voldoet de organische berekening van de vloerplaat niet. Deze inschrijving is dus onregelmatig. Daarenboven worden in deze variant de in de grond gevormde heipalen en ook de trekpalen weggelaten en vervangen door slibwand baretten. Deze variant is tevens te beschouwen als een vrije variant omdat de trekpalen op initiatief van de inschrijver weggelaten werden. Met deze variant wordt dus geen rekening gehouden”; 1.
  13. Op 15 december 2004 beslist de raad van bestuur, met herneming van de beoordeling van de beoordelingscommissie, de opdracht toe te wijzen aan de THV Besix-Depret voor het bedrag van 9.943.937,09 euro, BTW niet inbegrepen. Dit is de bestreden beslissing. 1.
  14. Met een aangetekende brief van 28 januari 2005 deelt verwerende partij aan verzoekende partijen mee dat hun offerte niet in aanmerking werd genomen. Er wordt niet verwezen naar enige beroepsmogelijkheid bij de Raad van State noch wordt een wachtperiode toegekend. 1.
  15. Bij aangetekend schrijven van 2 februari 2005 vragen de verzoekende partijen om mededeling van het gunningsverslag alsook om niet over te gaan tot betekening ten einde haar in staat te stellen de wettigheid van de gunningsprocedure na te gaan. Met een brief van 9 februari 2005, volgens het verzoekschrift ontvangen op 10 februari 2005, wordt de bestreden beslissing meegedeeld;
  16. De grondvoorwaarden tot schorsing. 2.
  17. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; XII-4394-6/12 2.
  18. Overwegende, wat de eerste en de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partijen betreffende het nadeel betogen dat het niet zelf kunnen uitvoeren van de in het geding zijnde opdracht hun een belangrijke opdracht van meer dan negen miljoen euro met een grote referentiewaarde doet mislopen; dat de verzoekende partijen het beroep op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid verantwoorden door te verwijzen naar het risico, dat de bestreden toewijzingsbeslissing aan de gekozen inschrijvers zou worden betekend en aldus een overeenkomst tot stand zou komen; Overwegende dat de verzoekende partijen zich in wezen beroepen op de mogelijkheid om zelf de opdracht te kunnen uitvoeren, hetgeen zij door de gevraagde schorsing willen vrijwaren; dat door de betekening van de tweede bestreden beslissing, tussen de verwerende partij en de gekozen inschrijvers inderdaad een overeenkomst zou tot stand komen tengevolge waarvan, in de lijn van de rechtspraak van de Raad van State, gevestigd bij arrest nr. 87.983 van 15 juni 2000 van de Algemene vergadering van de afdeling administratie, een gewone vordering tot schorsing naar alle waarschijnlijkheid zou worden afgewezen; dat het bestaan van die overeenkomst de betrachting van de verzoekende partijen om zelf de opdracht nog uit te voeren ernstig zou bemoeilijken en een mogelijk herstel in natura verderaf zou brengen; dat aldus moet worden aanvaard dat de verzoekende partijen, mede gelet op de grote waarde van de in het geding zijnde opdracht, door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen ondergaan; dat voorts, wegens de dreigende betekening, kan worden aanvaard dat zij een beroep deden op de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die zij met bekwame spoed blijken te hebben ingesteld; dat aldus aan de eerste en aan de derde voorwaarde van het voormelde artikel 17 is voldaan; 2.2.
  19. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partijen in hun inleidend verzoekschrift een enig middel als volgt verwoorden : “Eerste en enige middel : Schending van artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten (hierna de 'Wet van 24 december 1993'); schending van artikel 101 van het Koninklijk Besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie (hierna het 'Koninklijk Besluit van 10 januari 1996'); schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur met name het XII-4394-7/12 beginsel 'patere legem quam ipse fecisti', meer bepaald van artikel 101, §2 van het bestek en het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel inzake de materiële motiveringsplicht”; dat de verzoekende partijen daartoe in essentie betogen dat de drie motieven op grond waarvan hun variante onregelmatig werd verklaard, niet draagkrachtig zijn; dat zij daarbij onder meer toelichten hetgeen volgt : “[...] In het kader van de door haar inschrijving ingediende gewone variante heeft Verzoekende Partij de funderingspalen door slibwanden vervangen. Hierbij werden alle funderingspalen, d.i. zowel de drukpalen (heipalen) als de trekpalen, vervangen door slibwanden. In die zin beantwoordt de ingediende variante dan ook aan de randvoorwaarden zoals die door artikel 101, §2 van het Bestek zijn omschreven, m.n. de in de grond gevormde funderingspalen zijn vervangen door slibwanden [...]. Echter, Verwerende Partij is van oordeel dat de gewone variante van haar Bestek enkel toeliet om de drukpalen te vervangen door slibwanden en niet de trekpalen. Nochtans vormen zowel druk- als trekpalen funderingspalen. [...] Verwerende Partij is bijgevolg van oordeel dat 'trekpalen' niet als funderingspalen moeten worden aangemerkt. Welnu, in het Bestek op p. 69 is, met verwijzing naar het standaardbestek 230 inzake de waterbouw, volgend overzicht opgenomen onder hoofding 'funderingen'; [...] Uw Raad zal dan ook vaststellen dat onder de code 31.02, d.w.z. funderingspalen, zowel drukpalen en heipalen als trekpalen zijn opgenomen, m.n. onder randnummer 31.02.51.a en randnummer 31.02.51.b, waarbij gewag gemaakt wordt van de proefbelasting op de drukpaal, resp. trekpaal. Deze interpretatie sluit trouwens ook aan bij de bepalingen van het standaardbestek 230 inzake de waterbouw [...] waaronder 31.02, de funderingspalen worden toegelicht. Hieruit blijkt dat trekpalen uitdrukkelijk beschouwd worden als funderingspalen. Trouwens, de post 31.04, zoals opgenomen in het Bestek, bestaat niet in het Standaardbestek
  20. Dat drukpalen en trekpalen dienen beschouwd te worden als funderingspalen blijkt ook op overtuigende wijze uit artikel 31.02.51 van het Standaardbestek 230 inzake de proefbelasting, waar uitdrukkelijk gewag wordt gemaakt van het gebruik van trekpalen en de kenmerken waaraan deze palen, als funderingspalen, dienen te voldoen. Dit principe is trouwens uitdrukkelijk overgenomen in het Bestek op pagina
  21. In die zin beantwoordt de gewone variante van Verzoekende Partij dan ook aan de kenmerken van een uitvoeringsvariante, d.w.z. het gebruik van andere materialen dan deze voorzien in de basisofferte. [...] Trouwens, in de Bestreden Beslissing [...] wordt gewag gemaakt van 'de in de grond gevormde heipalen', die in het Bestek wordt aangewend onder artikel 31.02.30 en artikel 31.02.31 en tevens uitdrukkelijk vermeld wordt in het Standaardbestek 230, samen met trekpalen, en dit onder de post 31.02, getiteld 'Funderingspalen' en de aansluitende post 31.02.00, getiteld 'Algemene bepalingen' (stuk 13). [...] Voormelde overwegingen bevestigen bijgevolg dat [...] dit motief niet op draagkrachtige en afdoende wijze kan verantwoorden en rechtvaardigen waarom de offerte van Verzoekende Partij als onregelmatig werd verworpen. XII-4394-8/12 Zowel drukpalen als trekpalen vormen [...] in de grond gevormde funderingspalen, waarbij het onderscheid tussen beide palen wordt bepaald door de technische kenmerken waaraan zij dienen te voldoen. Deze redenering wordt trouwens bevestigd door de vaststelling dat in de Bestreden Beslissing de term 'heipalen' wordt gebruikt, wat onbetwistbaar funderingspalen zijn die via heiwerken in de grond worden aangebracht. Wanneer artikel 101, §2 van het Bestek bijgevolg toelaat om in de grond gevormde funderingspalen te vervangen door slibwanden, dan geldt dit voor alle funderingspalen, d.w.z. zowel drukpalen als trekpalen. Wat de andere twee aangehaalde motieven betreft, m.n. de stelling dat de door Verzoekende Partij ingediende gewone variante niet zou voldoen aan het opgelegde criterium betreffende vervormingen in de gebruiksgrenstoestand en dat in deze oplossing de organische berekening van de vloerplaat niet zou voldoen [...] zal uw Raad vaststellen dat in de Bestreden Beslissing Verwerende Partij zich ertoe beperkt om onder de vorm van een stijlformule deze beweringen aan te halen, zonder evenwel op enigerlei wijze deze stellingen op een draagkrachtige en deugdelijke wijze te motiveren. Deze motieven laten Verzoekende Partij dan ook niet toe om na te gaan op welke feitelijke dan wel andere grondslag Verwerende Partij zich steunt om de vermeende technische tekortkomingen van de door Verzoekende Partij aangeboden gewone variante te rechtvaardigen. In die zin is er dan ook kennelijk een schending van de materiële motiveringsplicht”; 2.2.
  22. Overwegende, wat het weglaten van trekpalen betreft, dat de verwerende partij die handelwijze niet ernstig noemt maar niettemin ook toegeeft hetgeen volgt : “Bij de redactie van het bijzonder bestek is bij materiële vergissing tweemaal de titel '31.02 Funderingspalen' opgenomen. Al evenzeer is bij materiële vergissing de titel '31.04 Trekpalen' niet in hetzelfde lettertype geschreven als de titel 31.
  23. Elke geoefende lezer weet evenwel dat 31.04 een andere titel is dan 31.02 omdat 31.02 precies verder wordt onderverdeeld. Zeker ingenieurs hebben daar geen enkele moeite mee. Dat 31.02.51 onderverdeeld is in een a, de proefbelasting op een drukpaal en een b. de proefbelasting op een trekpaal, lijkt op het eerste gezicht mogelijk verwarrend maar is dat bij nader inzien niet, en zeker niet voor vakdeskundigen”; dat de tussenkomende partij van haar kant toegeeft “dat bij de beschrijving in het standaardbestek van de in de grond gevormde heipalen inderdaad sprake is van druk- en trekpalen” maar daarvoor een technische uitleg verstrekt; Overwegende dat te dezen zowel het standaardbestek nr. 230 voor de waterbouw als het bijzonder bestek nr. 5 op de in het geding zijnde opdracht van toepassing zijn; dat bestek nr. 5 het standaardbestek aanvulde met een rubriek “31.
  24. trekpalen”, die typografisch onder “FUNDERINGSPALEN” werd geschikt; dat het bestek nr. 5 toestond dat als variante “de in de grond gevormde XII-4394-9/12 funderingspalen vervangen worden door slibwanden”; dat het opvallend is dat bij de vier varianten waarmee geen rekening is gehouden, waaronder deze van de verzoekende partijen, alvast bij drie de kwestieuze MV-trekpalen zijn weggelaten en bij de vierde de dienstlast van diezelfde palen is gewijzigd; dat dienvolgens vier -geselecteerde- inschrijvers de mening leken toegedaan dat “in de grond gevormde” funderingspalen ook de op het plan aangeduide “MV-trekpalen” omvatten en deze in de variante mochten worden vervangen of aangepast; dat de verwerende en de tussenkomende partijen van hun kant lijken toe te geven dat de regeling van de toegestane variante niet perfect was; Overwegende dat aldus met de verzoekende partijen lijkt te mogen worden aangenomen dat hun variante, wat de vervanging van trekpalen betreft, niet in aanmerking is genomen op grond van voor diverse interpretatie vatbare besteksbepalingen en dus op grond van een ondeugdelijk motief; Overwegende voorts, wat betreft het onregelmatig verklaren van de variante van verzoekende partijen op grond van “vervormingen in gebruiksgrenstoestand” en de onvoldoende “organische berekening van de vloerplaat”, de verwerende en de tussenkomende partijen naar stukken 9 en 11 van het administratief dossier verwijzen; dat de verwerende partij betoogt dat “het administratief dossier zeer volledig [is] en de redenen waarom [verwerende] partij de variante afkeurde, die zeer technisch zijn, er in terug te vinden [zijn] (stuk 9)”; dat echter op het eerste gezicht in stuk 9 nergens de betrokken variante wordt besproken en de vijf daaronder begrepen technische verslagen, die in hoofdzaak het grondonderzoek betreffen, overigens dateren uit de periode 2002-2003, dus van vóór de opening der inschrijvingen; dat voorts stuk 11 een “samenvattende rekennota” is van 9 december 2004, van het studiebureau “Ports & Building Consultancy bvba” te Gent, waarin al evenmin concreet over de variante van de verzoekende partijen wordt gesproken - in de hoofding is op elke bladzijde wel “HERBOSCH-KIERE” vermeld maar dan eerder als een niet tot de tekst behorende opdruk; dat in de nota wel “de algemene stabiliteit [wordt] gecontroleerd voor de aldus uitgewerkte oplossing” “gelet op de in het bestek beschreven mogelijke variante fundering via baretten”; dat aldus in die nota wel op het eerste gezicht de in de variantes -zonder trekpalen- gekozen oplossing wordt onderzocht; dat echter -in tegenstelling tot hetgeen de verwerende en de tussenkomende partijen er willen uit afleiden-, volgens de nota “de uitgewerkte oplossing voldoet”; dat aldus de verzoekende partijen lijken te moeten worden bijgevallen waar zij de beslissing om op de besproken gronden XII-4394-10/12 hun variante als onregelmatig aan te merken, gebrek aan deugdelijke materiële motivering verwijten; dat immers de stukken van het dossier waarnaar wordt verwezen, de daarop gesteunde beslissing niet lijken te kunnen dragen; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat de variante van de verzoekende partijen lijkt te zijn geweerd met een beslissing die genomen is met schendingen van de materiële motiveringsverplichting; dat meteen ook de rechtmatigheid van de bestreden toewijzingsbeslissing niet meer lijkt vast te staan, aangezien het niet zeker meer is dat, zoals artikel 15 van de voormelde wet van 24 december 1993 vereist, is toegewezen aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte indiende; dat het middel in zoverre ernstig is; Overwegende dat aldus is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
  25. Het verzoek tot tussenkomst van de NV Besix en de NV Depret, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
  26. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 15 december 2004 van de Raad van bestuur van de NV Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen om de opdracht voor het bouwen van een kaaimuur langs de Oostoever van het zuidelijk Kanaaldok in de achterhaven van Zeebrugge - Bestek nr. 5, toe te wijzen aan de NV Besix en de NV Depret, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, voor een bedrag van 9.943.937,09 euro, BTW niet inbegrepen. XII-4394-11/12 Artikel
  27. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien maart 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4394-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.035 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.035 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.