← België

Arrest 142280 - - 17/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.280 Rolnummer: A. 155865/VII-32799 Zaak: Arrest 142280 - - 17/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-21 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 08:57 Fiche Arrest nr 142.280 van 17 maart 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.280 van 17 maart 2005 in de zaak A. 155.865/VII-32.

  1. In zake :
  2. Geert VERMEERSCH,
  3. Luc VANHESTE,
  4. Hugo DEVOLDERE,
  5. Henk SCHOTTE,
  6. de stad IZEGEM, die woonplaats kiezen bij Advocaten R. HONORÉ en F. VANDEN BERGHE, kantoor houdende te KORTRIJK, Pres. Kennedypark 4 A tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert VERMEERSCH, Luc VANHESTE, Hugo DEVOLDERE, Henk SCHOTTE en de stad IZEGEM op 22 september 2004 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 15 juli 2004 houdende inwilliging van het beroep dat de c.v.b.a. ELECTRABEL GREEN PROJECTS FLANDERS had aangetekend tegen de beslissing van 20 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Izegem waarbij de vergunning geweigerd wordt voor een inrichting gelegen te Izegem, Lodewijk de Raetlaan-Noordkaai (Industriezone Mandeldal) zn, met als voorwerp het exploiteren van twee windturbines; Gelet op het arrest nr. 138.540 van 16 december 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt VII-32.799-1/3 verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 22 december 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 138.540 van 16 december 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; VII-32.799-2/3 Overwegende dat het met het verzoekschrift tot nietigverklaring ten onrechte gekweten zegelrecht ten belope van 875 euro aan de verzoekende partijen dient te worden terugbetaald, BESLUIT: Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 875 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vijfde. Artikel
  9. Het ten onrechte gekweten zegelrecht ten belope van 875 euro wordt aan de verzoekende partijen terugbetaald Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien maart tweeduizend en vijf, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. E. BREWAEYS. VII-32.799-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.280 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.540 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.