id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.315 Rolnummer: A. 151486/VII-32138 Zaak: Arrest 142315 - - 17/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-24 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 08:59 Fiche Arrest nr 142.315 van 17 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.315 van 17 maart 2005 in de zaak A. 151.486/VII-32.
- In zake : André RONSIJN, wonende te DENDERLEEUW, Hoogstraat 143 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat André RONSIJN op 5 mei 2004 heeft ingediend waarbij hij meedeelt "dat hij beroep wenst aan te tekenen bij de Raad van State tegen het besluit van de Bestendige Deputatie aangaande de bebossing van 2 percelen gelegen te Denderleeuw" en vraagt om een "redelijke oplossing van het geschil"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 21 september 2004 die de neerleg- ging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 3 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 maart 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; VII-32.138-1/3 Gehoord de opmerkingen van Bestuurssecretaris F. COCRIAMONT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De ontvankelijkheid Overwegende dat het verzoekschrift van verzoeker luidt als volgt : "Hiermede laat ik U weten dat ik beroep wens aan te tekenen bij de Raad van State tegen het besluit van de Bestendige Deputatie aangaande de bebossing van 2 percelen gelegen te Denderleeuw. De Dendervallei is sinds jaar en dag een populierenvallei. Mijn eigendom welke daar gelegen is bestaat uit percelen bos en percelen welke vroeger bebost waren. De oppervlakte van deze percelen is ongeveer 2ha en is bijna aaneen- sluitend. Op een aantal percelen heb ik een kapvergunning lopen voor populieren, met de verplichting de percelen te herbebossen en dit met subsidies van de Vlaamse Gemeenschap afdeling Op het perceel 1608 is in het jaar 2002 een aanplanting gebeurd met populieren en dit in samenwerking met de Dienst Bosbouw van de Vlaamse Gemeenschap Geraardsbergen welke hiervan een studieproject hebben gemaakt. Ik wens ook nog op te merken dat het Ministerie van de Vlaamse Gemeen- schap in zijn advies van 08/09/2003 bepaalt dat perceel 1608 rietland betreft, terwijl er helemaal geen riet groet. Hopend op een redelijke oplossing van dit geschil, teken ik"; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord opwerpt dat het beroep niet ontvankelijk is omdat nergens in het verzoekschrift wordt aangegeven welke rechtsregel door het bestreden besluit wordt overschreden, en er evenmin "de beweerde onregelmatigheid van de aangevochten beslissing (wordt) aangegeven”; dat zij daaraan toevoegt dat verzoeker zelfs niet de vernietiging vordert van het besluit van de bestendige deputatie, doch enkel vraagt om "een redelijke oplossing van dit geschil"; Overwegende dat uit een lezing van het verzoekschrift duidelijk blijkt dat de exceptie gegrond is, VII-32.138-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien maart tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.138-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.315 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.