id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.363 Rolnummer: A. 160871/XIV-22049 Zaak: Arrest 142363 - - 18/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 09:05 Fiche Arrest nr 142.363 van 18 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.363 van 18 maart 2005 in de zaak A. 160.871/XIV-22.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat L. KAKIESE, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Square Sainctelette 12 bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kongolese nationaliteit, op 17 maart 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 10 maart 2005 van de minister van Binnenlandse Zaken tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten en van de beslissing tot het vasthouden in een welbepaalde plaats; Gelet op de beschikking van 17 maart 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 maart 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. KIWAKANA, die loco advocaat L. KAKIESE, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; XIV-22.049-1/3 Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij uit Kongo via China in Frankrijk zou zijn aangekomen met de bedoeling verder naar het Verenigd Koninkrijk te reizen; dat zij zich op 8 januari 2005 uit Frankrijk naar België zou hebben begeven, dat zij in België een busticket heeft gekocht en dat zij daarmee dezelfde dag naar het Verenigd Koninkrijk is vertrokken doch door de Britse douanediensten in Calais is tegengehouden en ter beschikking van de Franse overheid is gesteld; Overwegende dat de verzoekende partij op 13 januari 2005 is overgedragen aan de Belgische overheden en dat zij zich op 20 januari 2005 vluchteling heeft verklaard; dat de minister van Binnenlandse Zaken op 10 maart 2005 een beslissing tot weigering van verblijf heeft genomen en dat dit de thans bestreden beslissing is; dat de verzoekende partij op 11 maart 2005 dringend beroep bij de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen heeft aangetekend en dat hierover nog geen beslissing is genomen;
- Overwegende, wat de ontvankelijkheid van de vordering betreft, dat de verzoekende partij aanvoert dat met de bestreden beslissing impliciet België wordt aangeduid als de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, dat geen georganiseerd beroep is voorzien tegen beslissingen tot aanduiding van de verantwoordelijke staat en dat de Raad van State derhalve bevoegd is om kennis te nemen van de vordering; Overwegende dat tegen de bestreden beslissing een georganiseerd administratief beroep openstaat, met name het dringend beroep bij de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; dat de verzoekende partij dit dringend beroep trouwens heeft ingesteld en derhalve bezwaarlijk kan voorhouden dat het niet zou mogen worden behandeld; dat de commissaris-generaal krachtens de devolutieve werking van dat beroep de asielaanvraag ab initio en in haar geheel onderzoekt; dat de verzoekende partij de tussen te komen beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen bij de Raad van State kan aanvechten en daarbij alle mogelijke grieven betreffende de voorgehouden onwettigheid ervan kan doen gelden; dat hieruit volgt dat de huidige vordering niet-ontvankelijk is,
- Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde XIV-22.049-2/3 voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien maart tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-22.049-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.363 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.