id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.415 Rolnummer: A. 160900/XIV-22055 Zaak: Arrest 142415 - - 21/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-23 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 09:12 Fiche Arrest nr 142.415 van 21 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.415 van 21 maart 2005 in de zaak A. 160.900/XIV-22.055 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. LONDA, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Omwentelingsstraat 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kongolese nationaliteit, op 18 maart 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde van de minister van Binnenlandse Zaken van 11 maart 2005, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 maart 2005; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 maart 2005 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, bijgestaan door advocaat S. LONDA en van advocaat G. COOLSAET, die loco advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; XIV-22.055-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij in het verzoekschrift stelt dat zij de Franse taal kiest voor de huidige procedure en ter terechtzitting vraagt dat de zaak naar een Franstalige kamer wordt verzonden omdat zij Frans spreekt en het verzoekschrift in het Frans is opgesteld; Overwegende dat de beslissing ook in het Nederlands is opgesteld; dat de regelgeving inzake taalgebruik voor de Raad van State dient te worden gevolgd en niet aan de keuze van de verzoekende partij kan worden overgelaten; dat de verzoekende partij naar luid van artikel 66 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voor haar verklaringen en akten wel de taal mag gebruiken die zij verkiest; dat haar raadsman het verzoekschrift in het Frans heeft ingediend en zich ter terechtzitting in het Frans heeft uitgedrukt; dat er derhalve geen reden is de zaak is naar een Franstalige kamer te verzenden;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de derde voorwaarde aanvoert dat zij bij de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing naar Kinshasa zal worden teruggeleid, dat de Kongolese pers op dit feit zal inspelen nu de verzoekende partij van een zeer bekende muziekgroep deel uitmaakt, dat de waardigheid en de eer van de verzoekende partij zullen worden aangetast, dat dit een ernstige morele en psychologische schade voor de verzoekende partij zelf en haar muziekgroep uitmaakt, dat dergelijk nadeel niet gemakkelijk kan worden hersteld en dat derhalve is voldaan aan de vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel; Overwegende dat het in hoofde van de muziekgroep, waartoe de verzoekende partij zou behoren, ingeroepen nadeel geen persoonlijk nadeel in hoofde van de verzoekende partij is en derhalve niet nuttig door de verzoekende partij kan worden aangevoerd; Overwegende dat de verzoekende partij met de verwijzing naar haar eer en waardigheid een moreel nadeel inroept; dat een eventuele vernietiging van de XIV-22.055-2/3 bestreden beslissing in de regel genoegdoening kan verschaffen voor een moreel nadeel en dat de verzoekende partij met de algemene verwijzing naar haar eer en waardigheid niet aannemelijk maakt dat het in casu anders zou zijn; dat de verzoekende partij wel verwijst naar morele en psychologische schade, doch niet de ernst daarvan aantoont noch aannemelijk maakt dat deze schade moeilijk te herstellen zou zijn; dat de verzoekende partij geen ander nadeel aanvoert; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoor- waarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénentwintig maart tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-22.055-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div