id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.419 Rolnummer: A. 155723/X-12055 Zaak: Arrest 142419 - - 22/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-30 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 09:12 Fiche Arrest nr 142.419 van 22 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.419 van 22 maart 2005 in de zaak A. 155.723/X-12.
- In zake : Edgard SWINNEN, die woonplaats kiest bij Advocaat D. MATTHYS, kantoor houdende te 9000 GENT, Sint-Annaplein 34 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Edgard SWINNEN op 17 september 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 6 mei 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse aangelegenhe- den, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken in de mate dat de "herenwoning Dauwe met inbegrip van hekwerk, ommuurde tuin, waardevol bomenbestand en aanhorig- heden", gelegen te Wetteren, Stationsstraat 48-50, als monument op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten wordt opgenomen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste-auditeur-afdelings- hoofd P. DE WOLF; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 16 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; X-12.055-1/7 Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. MATTHYS, die verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat V. TOLLENAERE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker eigenaar is van een herenwoning met hekwerk, ommuurde tuin en aanhorigheden, gelegen te Wetteren (Wetteren), Stationsstraat 48-50, kadastraal bekend Wetteren, Sectie E, perceelnummers 902 A 3, 902 B 3, 902 C 3, 902 D 3, 903 N en 903 W 3; dat de Vlaamse minister van Binnenlandse aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken op voorstel van het Bestuur Monumenten en Landschappen bij het bestreden besluit van 6 mei 2004 een aantal onroerende goederen gelegen te Wetteren, waaronder de aan verzoeker toebehorende herenwoning Dauwe, met inbegrip van hekwerk, ommuurde tuin, waardevol bomenbestand en aanhorigheden, als monument op een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten heeft opgenomen; dat met betrekking tot die "herenwoning Dauwe" in artikel 2 van dit voorlopig beschermingsbesluit wordt gesteld wat volgt : "Artikel
- Het algemeen belang dat de bescherming verantwoordt, wordt door het gezamenlijk voorkomen en de onderlinge samenhang van de volgende intrinsieke waarden gemotiveerd : De voorgedragen huizen zijn exemplarisch voor de stilistische evolutie in de burgerlijke privé-architectuur vanaf de tweede helft van de 19de eeuw tot en met de eerste helft van de 20ste eeuw binnen de kleinstedelijke context van Wetteren als regionaal handelscentrum. Het betreft kwalitatieve voorbeelden van heren- en burgerwoningen in neoclassicistische, neorenaissance, eclecti- sche, art nouveau en modernistische architectuur gebouwd in opdracht van de gegoede burgerij en middenklasse. Ze werden veelal uitgevoerd door architec- ten en kunstenaars wiens vakmanschap het lokaal niveau overstijgt. De interieurs vertonen een gevarieerde aankleding in neoclassicistische, historise- rende neostijl tot en met vernieuwende art nouveau en modernistische stijlen. De lokalisatie van de gebouwen aan belangrijke historische in- en uitvalswegen of in wijken, die pas in de loop van de 19de en 20ste eeuw ontwikkeld werden, is daarenboven uitermate illustratief voor de stedenbouwkundige evolutie in Wetteren. De schutterstoren die fungeert als baken in de stationsbuurt, waar tevens een zwaartepunt ligt van beschermenswaardige gebouwen van Wetteren, is ook om die reden aan de selectie gekoppeld. De te beschermen gebouwen bezitten aantoonbare intrinsieke kwaliteiten van historische, artistieke, volkskundige, industrieelarcheologische en/of sociaal-culturele waarde. Dit X-12.055-2/7 waardevol karakter dat hun behoud verantwoordt wordt mede bepaald door hun ouderdom, authenticiteit, representativiteit, zeldzaamheid of gaafheid. De artistieke waarde, de historische waarde, meer bepaald de architectuur- historische waarde, en de sociaal-culturele waarde, meer bepaald de landschap- pelijke waarde, van de voormalige herenwoning Dauwe, met inbegrip van het hekwerk, de ommuurde aangelegde tuin met waardevol bomenbestand en aanhorigheden, gelegen Stationsstraat 48-50 te Wetteren, De voormalige herenwoning Dauwe van 1867 is een uitzonderlijk voorbeeld van een gaaf behouden eclectische woning met kenmerken uit de neorenaissan- cestijl, met een opmerkelijk interieur in neoclassicistische stijl en een prachtige L-vormige tuin met landschappelijke aanleg en waardevol bomenbestand. De woning behoort tot de meest beeldbepalende midden-19de-eeuwse gebouwen in Wetteren. Het is daarenboven een ontwerp van de jong gestorven architect Ferdinand De Noyette uit Gent, die ook het voorontwerp voor het nieuwe gemeentehuis te Wetteren voor zijn rekening nam. Het representatief karakter van dit monumentale gebouw wordt voornamelijk benadrukt door het exterieur, waarvan de voorgevel in bak- en zandsteenstijl is opgetrokken en de zijgevels van een beraping met een aantal blinde vensters zijn voorzien. Het gaaf bewaard interieur in een uitgesproken en rijkelijk uitgewerkte neoclassicistische stijl straalt grootheid en voornaamheid uit en getuigt van een hoogstaande artisticiteit. Gestucte plafonds en muren, marmeren schouwen, parket- en tegelvloeren, fraai uitgesneden schrijnwerk met dito krukken, bordestrap met balustervormige trappaal, in de monumentale hal, wachtkamer en salons behoren tot de authentieke interieurelementen en zijn representatief voor de 19de -eeuwse burgerlijke bouwkunst. De binnenindeling is daarenboven het toonbeeld van een zeer doordacht samengaan van decoratie en functionali- teit. De materiaalkeuze en de verfijnde uitvoering van zowel het interieur als het exterieur weerspiegelt voorts de status van de oorspronkelijke opdrachtgevers. De volledig ingesloten L-vormige tuin vertoont een landschappelijke aanleg met glooiend gazon, serpentine-vijver met bruggetje, omlopend gekasseid en aarden pad, rest van gloriette en een dendrologisch waardevol en zeer goed onderhouden bomenbestand. Deze tuinaanleg en vormgeving maken wellicht samen met het gesmeed ijzeren hekwerk aan de straatkant integraal deel uit van het oorspronkelijk ontwerp en zijn getuigen van de 19de -eeuwse aanleg en afsluiting van het perceel. De andere gebouwen van jongere datum, een wc-tje in cottagestijl en de voormalige paardenstal, conciërgewoning en koetshuis, zijn kenmerkende aanhorigheden bij dergelijk residentieel complex en zijn onlosmakelijk met de site verbonden. (...)"; dat een afschrift van dit besluit bij een op 19 juli 2004 ter post aangetekend verzonden brief aan verzoeker wordt betekend; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; X-12.055-3/7 Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende, wat de tweede door voormeld artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, dat verzoeker in het verzoekschrift tot schorsing uiteenzet wat volgt : "Verzoeker heeft hierboven reeds uiteengezet dat hij thans 84 jaar oud is. Zijn eigendom betekent voor hem een zekerheid voor zijn verdere levensjaren, en hij wenst zo spoedig mogelijk gestalte te geven aan zijn project om deze eigendom om te bouwen tot een bejaardenhome waarin hij zelf, samen met anderen, een rustige oude dag kan slijten, genietend van de ruime tuin, zonder nog te moeten verhuizen en zijn vertrouwde omgeving te moeten verlaten. Beweren dat de bescherming van de herenwoning en tuin de realisatie van dit project niet in de weg kan staan is uiteraard een negatie van de gevolgen en de imperatieven van de voorlopige bescherming, die naar alle waarschijnlijk- heid de voorbode is van een definitieve bescherming. Het uitvoeren van werken zal immers helemaal niet meer mogelijk zijn volgens de wensen van verzoeker, die bovendien - aan zijn gevorderde leeftijd - nog zal worden belast met een zware onderhoudsplicht die hem niet alleen financieel, maar ook fysiek heel wat last zal bezorgen. De gevolgen zijn dus niet gewoonweg een waardevermindering van de eigendom, ofschoon ook dit een consequentie is van de aangevochten beslissing. Recent nog, in de eerste helft van 2004, kwam ingevolge een faillissement de aanpalende woning met grond gelegen te Wetteren, Stationsstraat 52 openbaar te koop. Verzoeker heeft overwogen om ook dit pand aan te kopen - voor zover dit financieel haalbaar zou zijn geweest - zodat daarmee een grotere toegang tot de openbare weg zou kunnen worden gerealiseerd, alsook een groter volume voor de uitwerking van het project. Verzoeker heeft zijn belangstelling voor deze mogelijke koop noodgedwongen moeten laten varen, nu hij vernam dat hij door het thans aangevochten besluit werd getroffen. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing berokkent verzoeker derhalve zeker een zeer ernstig nadeel dat, gelet op zijn ouderdom X-12.055-4/7 en de specifieke hierboven geschetste situatie, zeker niet zal kunnen worden goedgemaakt indien moet worden gewacht op de afloop van de procedure tot nietigverklaring."; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen antwoordt wat volgt : "
- Verzoeker is 84 jaar oud. De leeftijd van de verzoekende partij kan op zich geen aanleiding geven tot een MTHEN.(...) Verzoeker legt geen enkel bewijs voor van zijn wens om het gebouw om te bouwen tot een bejaardenhome. Geen enkel plan, ontwerp, schets, laat staan een vergunningsaanvraag of stedenbouwkundige vergunning wordt voorgelegd. Verzoeker toont niet op concrete wijze aan dat hij binnen het jaar na 19 juli 2004 met deze werken wenst te beginnen. Hij beweert enkel dat hij een aanpalende woning met grond aan de Stationsstraat 52 zou willen kopen hebben, teneinde voor het project een groter volume te kunnen krijgen alsook grotere toegang tot de openbare weg. Ook van deze bewering wordt geen bewijs voorgelegd. Dit alles is dus louter hypothetisch. Voor het actuele gebruik vormt het bestreden besluit helemaal geen bedreiging. Voor zover het bestreden besluit een waardevermindering voor het gebouw tot gevolg zou hebben - quod non - kan dit geen MTHEN meebrengen. (B)ij een eventuele vernietiging houdt deze immers op. Het is vaste rechtspraak van uw Raad dat een financieel nadeel per definitie herstelbaar is en aldus niet in aanmerking kan worden genomen als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. (...)"; Overwegende dat luidens artikel 5, § 7, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, vanaf de betekening van het ontwerp van lijst aan onder meer de eigenaars al de uitwerkselen van de bescherming voorlopig van toepassing zijn op de in het besluit vermelde onroerende goederen gedurende een termijn van maximaal twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de afgifte ter post van de in § 2, 1/ vermelde voorlegging ter advies van het ontwerp van lijst aan de bestuurlijke entiteit bevoegd voor ruimtelijke ordening en stedenbouw en aan de betrokken gemeente(n) en provincie(s); dat deze termijn van twaalf maanden luidens het schrijven gevoegd bij de betekening van het bestreden besluit aan verzoeker is ingegaan op 19 juli 2004; dat verzoeker weliswaar beweert "zo spoedig mogelijk gestalte te (willen) geven aan zijn project om deze eigendom om te bouwen tot een bejaardenhome", maar dat hij in gebreke blijft welkdanig concreet en verifieerbaar gegeven dan ook bij te brengen waaruit kan blijken dat dit project reeds in een dermate ver gevorderd stadium van uitwerking verkeert dat het nog binnen de geldingsduur van het voorlopig beschermingsbesluit effectief zou kunnen worden aangevat en gereali- seerd; dat verzoeker niet eens gepreciseerd welke werken hij juist zou willlen X-12.055-5/7 uitvoeren; dat voorts het aangevoerde nadeel dat het gevolg zou zijn van de onderhoudsplicht en de waardevermindering van zijn eigendom niet alleen louter financiële nadelen zijn die als zodanig niet moeilijk te herstellen zijn, maar dat zij evenmin met enig concreet gegeven worden gestaafd; dat wat betreft de te koop gekomen woning gelegen te Wetteren, Stationsstraat 52, verzoeker niet eens aantoont dat een aankoop wel "financieel haalbaar zou zijn geweest"; dat verzoeker niet aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk maakt dat het reeds moeten ondergaan van de essentieel kortdurende en provisoire effecten van het bestreden voorlopig beschermingsbesluit hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-12.055-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig maart 2005, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.055-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.419 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.306 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.