id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.585 Rolnummer: A. 61479/XII-441 Zaak: Arrest 142585 - - 24/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 09:21 Fiche Arrest nr 142.585 van 24 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.585 van 24 maart 2005 in de zaak A. 61.479/XII-
- In zake : Joseph VAN HOOF, die woonplaats kiest bij advocaat J. Bergé, kantoor houdende te Leuven, Naamsestraat 39, bus 1 tegen : de STAD LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. Beelen, kantoor houdende te Leuven, Justus Lipsiusstraat 20 A. tussenkomende partijen :
- Marc VANDOUSSELAERE,
- Jules VAN ROMPHEY,
- André SENTE,
- Edgar SCHOEMAKER, die woonplaats kiezen bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Joseph Van Hoof op 19 december 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de gemeenteraad van de stad Leuven, genomen op 17 oktober 1994, waarbij Marc Vandousselaere, Jules Van Romphey, André Sente en Edgar Schoemaker, met ingang van 1 november 1994, bevorderd worden tot hoofdinspecteur van politie; Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 18 september 1995; Gelet op de beschikking van 25 september 1995 die de tussenkomsten van Marc Vandousselaere, Jules Van Romphey, André Sente en Edgar Schoemaker toelaat; XII-441-1/4 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur F. De Buel; Gelet op de beschikking van 17 juli 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 30 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 november 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Beeten, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat J. Vanstipelen, die loco advocaat B. Beelen verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. Joos, die loco advocaat D. Lindemans verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een beroep tot nietigverklaring slechts ontvankelijk is, ingeval het beroep voor de Raad is gebracht door een partij die doet blijken van een benadeling of van een belang; dat dit belang niet enkel moet bestaan bij het indienen van het beroep maar ook bij de uitspraak over de zaak; Overwegende dat de hoofdbekommernis van degene die, zoals verzoeker, voor de Raad van State een beslissing aanvecht die anderen in een graad bevordert en niet hemzelf, hoewel hij eveneens daartoe kandidaat was, er in bestaat om door de nietigverklaring van die bevorderingen te verkrijgen dat de functies XII-441-2/4 opnieuw te begeven zijn en om aldus zelf nog te worden bevorderd en de betrokken functie nog uit te oefenen; Overwegende dat blijkens de verklaringen van de raadsman van de tussenkomende partijen, verzoeker sinds 1 augustus 2004 met pensioen is; dat daaruit wordt afgeleid dat de gevraagde nietigverklaring verzoeker niet meer dienstig kan zijn; Overwegende dat deze verklaringen van aard zijn om aan verzoekers belang te doen twijfelen; dat het betrokkene in die omstandigheden toekomt die twijfel weg te nemen; dat verzoekers raadsman dat ter terechtzitting tracht te doen door uiteen te zetten dat een nietigverklaring zou doen blijken van een recht in hoofde van verzoeker om retroactief te worden bevorderd tot hoofdinspecteur van politie met ingang van 17 oktober 1994; Overwegende dat de Raad van State geen recht op retroactieve bevordering in geval van nietigverklaring van de bestreden beslissing ontwaart; dat immers in geen van de vier aangevoerde middelen, verzoeker een rechtsplicht aanvoert in hoofde van het bestuur om hem te bevorderen in de kwestieuze graad van hoofdinspecteur; dat dienvolgens het vermeende recht op benoeming geen argument kan zijn om zijn belang te schragen; Overwegende dat verzoeker niet aannemelijk maakt na zijn oppensioenstelling nog over het vereiste actueel belang bij het beroep te beschikken; dat het niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-441-3/4 De kosten van de tussenkomst, bepaald op 297,47 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een vierde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig maart 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-441-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.585 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.