id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.636 Rolnummer: A. 91544/XII-2594 Zaak: Arrest 142636 - - 24/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-05 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 09:33 Fiche Arrest nr 142.636 van 24 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.636 van 24 maart 2005 in de zaak A. 91.544/XII-
- In zake : Joseph CLAES, die woonplaats kiest bij advocaat R. Beeken, kantoor houdende te Tielt-Winge, Kraasbeekstraat 41 tegen :
- het GEMEENSCHAPSONDERWIJS,
- de VLAAMSE GEMEENSCHAP. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Joseph Claes op 4 mei 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het voorstel van adjunct- administrateur-generaal van het Gemeenschapsonderwijs J. Wellens als hoofd van het bestuur d.d. 24 december 1999, waarbij er aan de Centrale Raad van de Argo als Inrichtende Macht voorgesteld wordt om verzoeker als directeur 'ter beschikking te stellen wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst' en het uitvoeren daarvan ondanks het uitblijven van een gemotiveerd advies door de raad van beroep daarover binnen een termijn van drie maanden”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 15 april 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 3 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 maart 2005; XII-2594-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Beeken, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat O. Van Obberghen, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat de adjunct-administrateur-generaal van het Gemeenschapsonderwijs op 24 december 1999 beslist aan de centrale raad voor te stellen om verzoeker, directeur secundair onderwijs van de middenschool II te Diest, ter beschikking te stellen wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst; Overwegende dat verzoeker met schrijven van 15 januari 2000 tegen genoemd voorstel bezwaar aantekent bij de raad van beroep; dat de raad van beroep op dit bezwaar uiteindelijk ook zal reageren, overigens in voor verzoeker gunstige zin, maar dat hij zulks op het ogenblik waarop verzoeker voorliggend annulatieberoep bij de Raad van State indient vooralsnog niet heeft gedaan; Overwegende dat de terbeschikkingstelling wegens ambts- ontheffing in het belang van de dienst een ordemaatregel is waartoe ten tijde van het bestreden voorstel, krachtens artikel 60 juncto artikel 82 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, besloten kon worden overeenkomstig het artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, en het ter uitvoering van dit artikel 164 genomen koninklijk besluit van 18 januari 1974; dat meer bepaald artikel 5 van het laatstgenoemd XII-2594-2/4 koninklijk besluit, zoals het was geredigeerd ten tijde van het bestreden voorstel, over de procedure stelt wat volgt : “De terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst moet voorafgegaan worden door een voorstel, opgemaakt door het hoofd van het bestuur waaronder de instelling ressorteert. Dit voorstel wordt medegedeeld aan het personeelslid, dat in beroep kan gaan bij de bevoegde raad van beroep binnen een termijn van tien dagen, zoals bepaald in artikel 144 van het voormeld koninklijk besluit van 22 maart
- De raad van beroep deelt de minister zijn gemotiveerd advies mede binnen een termijn van drie maanden. Gedurende de procedure wordt het personeelslid van zijn ambtsbevoegdheid ontheven. Heeft de betrokkene binnen de gestelde termijn geen beroep aangetekend, dan wordt het voorstel rechtstreeks doorgestuurd naar de minister.”; Overwegende dat de bij voorliggend beroep bestreden maatregel het voorstel is, dat uitgaat van een bestuur van het Gemeenschapsonderwijs; dat die beslissing niet uitgaat van de tweede verwerende partij noch aan haar is gericht; dat de Vlaamse Gemeenschap terecht vraagt om buiten de zaak te worden gesteld; Overwegende, zoals de Raad reeds meermaals heeft vastgesteld, onder meer in het arrest nr. 20.665, Dehove, van 23 oktober 1980 en in het arrest nr. 66.857, Cenkof, van 18 juni 1997, dat het voorstel tot terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst op zich niet vatbaar is voor annulatieberoep omdat het slechts om een louter voorbereidende handeling gaat; Overwegende dat het “uitvoeren” van een maatregel in de regel evenmin een voor vernietiging vatbare handeling is; dat te dezen daarenboven de door verzoeker bedoelde “uitvoering”, ondanks het uitblijven van een advies van de raad van beroep, niets anders is dan het automatische gevolg dat aan het bestreden voorlopige voorstel wordt gegeven op grond van het aangehaalde artikel 5, derde lid, tweede volzin, van het koninklijk besluit van 18 januari 1974; dat voor die dadelijk uit de toepassing van bedoelde rechtsregel voortvloeiende rechtssituatie hoe dan ook geen voor vernietiging aanvechtbare administratieve rechtshandelingen door het bestuur werden getroffen; Overwegende bijgevolg dat ambtshalve wordt vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is, XII-2594-3/4 BESLUIT: Artikel
- De Vlaamse Gemeenschap wordt buiten de zaak gesteld. Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig maart 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2594-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.636 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.